Latijnse naam: Artemisis absinthium
Familie Compositae
Geografische Verspreiding: Noord-Afrika, West-Azië, Noord-Amerika
Groeiplaatsen: Wegbermen, stortplaatsen, kustgebied
Botanische omschrijving: Tot 120 centimeter hoge plant; rechtopstaande of opstijgende stengel; diep ingesneden bladeren met stompe bladslippen, grijsgroene bovenzijde en witte onderzijde; gele bloemetjes
Gebruikte delen: de bladeren
"De derde engel blies de trompet en een grote ster viel uit de hemel, brandend als een fakkel. En zij viel op een derde deel van de rivieren en de waterbronnen. De naam van deze ster was Absint en het derde deel van de wateren werd absint en vele mensen stierven van het water omdat het bitter was geworden." -
Johannes, de Apokalyps (8:10,11)
Absint
Het kruid absint wordt al duizenden jaren in veel culturen gebruikt en geprezen als geneesmiddel. Het wordt benut ter bevordering van de spijsvertering, bij gebrek aan eetlust, maagpijn, moeilijke menstruatie en als aansterkend middel in het algemeen. Ook werd het vroeger vaak gebruikt ter verwijdering van wormen uit het lichaam. De Engelse naam voor absint is dan ook wormwood. Volgens de Duitse arts en botanicus Johan Theodor Tabernaemontanus, die leefde in de zestiende eeuw, was het zelfs een uitstekend middel tegen een slecht karakter.
De belangrijkste bestanddelen van absint zijn
de bitterstof absinthine en een etherische olie die voornamelijk
uit thojon bestaat. Deze olie is blauwgroen gekleurd door de aanwezigheid
van azuleen. Absinthe is een narcotische pijnstiller. Thujon wordt
verantwoordelijk geacht voor de schadelijke bijwerkingen van absinthe,
een likeur gemaakt van de plant. Thujon is in hoge concentratie aanwezig
tijdens de bloei van de plant, de stof thujol daarentegen voor de
bloei. Thujon werkt narcotisch en bovendien licht-hallucinogeen.
Hoewel er andere manieren van gebruik zijn, ligt voor recreatieve
doeleinden het drinken van absintlikeur het meest voor de hand. Absinthe
was populair in Frankrijk tussen 1880 en 1920, maar ook in andere
delen van Europa en in de Verenigde Staten. Kort samengevat is het
effect van absinthe te beschrijven als een uniek soort dronkenschap;
narcotisch, euforiserend en hallucinant tegelijk. De weinige mensen
in onze contreien die ooit absinthe dronken zijn doorgaans zeer enthousiast
over hun ervaringen en spreken er vol ontzag over. Het drankje kreeg
vanwege haar kleur aanvankelijk de bijnaam 'la fée verte' (de groene
fee). Later zouden haar ook minder lovende namen gegeven worden zoals
'de pest' en 'de koninging der vergiften'. Dit vanwege de schadelijke
bijwerkingen bij overdadig gebruik.
Rond de eeuwwisseling was absinthisme een erkende ziekte, algemeen beschouwd als verschillend van alcoholisme. De niet aflatende aanslagen die de verslaafde absintheur op zijn organen en hersenen pleegde, zorgden voor een snelle lichamelijke en geestelijke aftakeling. Voor de grootste pechvogels wachtte het gekkenhuis of een vroeg graf. De publieke opinie was ervan overtuigd dat niet enkel het aan lager wal geraakte indivudi maar de gehele Franse natie dreigde te degenereren. Dit leidde ertoe dat absinthe rond de eerste Wereldoorlog verboden werd in Frankrijk en de meeste andere landen. Een bekende uitzondering hierop vormt Spanje, waar absinthe nog steeds vrij te koop is.
Absinthe werd bereid door het kruid een achttal
dagen te marceren in alcohol. Daarna werd de likeur gedistilleerd
en anijsolie toegvoegd. Het Griekse woord 'apsinthion' betekent
'ondrinkbaar', wat slaat op de bitterheid van absint. Een hele
reeks kruiden werd gebruikt om de smaak te verbeteren. Naast anijs
waren dat bijvoorbeeld melisse, venkel, majoraan, alant, engelwortel
en verschillende muntsoorten. Het alcoholpercentage van absinthe
kon wel 70 tot 80 procent bedragen. Aan het gebruik van absinthe
ging in de Parijse cafés een klein ritueel vooraf. Eerst werd de
absinthe geschonken in een glas gevuld met cracked ice. Gebruikers
hielden een geperforeerde lepel met daarop een brokje suiker boven
het glas. Daarover druppelden ze koud water, tot de suiker bijna
was opgelost en de mengeling van absinthe, water en suiker in het
glas de juiste kleur had verkregen.
Zelf absinthe maken is de simpelheid zelve. Het is misschien niet de meest professionele manier, maar effectief is de volgende formulle zeker. Neem een fles pastisse of jenever en laat daarin zo'n 40 gram absint gedurende drie dagen marceren. Hoe hoger het alcoholgehalte, hoe hoger de thujonconcentratie zal zijn. Dan zeef je het goedje en is het klaar voor gebruik. Het moet gezegd worden dat de uit Spanje geimporteerde absinthe die een vriend me schonk veel lekkerder smaakte dan zelfgemaakte, maar de laatste was wel sterker. Het vocht smaakt bitter maar wordt met een glimlach naar binnen gekieperd, in de wetendschap dat het eerste glas absinthe aankomt als een donderslag bij heldere hemel en een uiterst stimulerend effect zal hebben.
Voor Arthur Rimbaud, Paul Verlaine en kornuiten,
poetes maudits uit het Parijs van het vorige fin de siecle, was
absinthe een ware godinnendrank. Het groene drankje was dan ook
vaak onderwerp van gedichten, zoals het volgende, opgenomen in
het boekje Absinthe; 'The green Goddess van magiër Aleister Crowley.
De auteur vermeldt de naam van de dichter niet.

Een andere stevige absinthe-drinker die in
Parijs verbleef, was Oscar Wilde. Hij stierf een voortijdige dood,
mogelijk veroorzaakt door absinthe. Over die drank zei hij: "Na één
glas absinthe zie je de dingen zoals je wilt dat ze zijn. Na twee
glazen zie je de dingen zoals ze niet zijn. En daarna zie je de
dingen zoals ze werkelijk zijn, en dat is het meest verschrikkelijk."
Meerdere schilders uit die tijd werden eveneens geinspireerd en
beinvloed door absinthe, voornamelijk de impressionisten, wier
sociale leven zich grotendeels in cafés afspeelde. De eerste was Edoard Manet, die in 1859 De absinthe-drinker schilderde. Het schilderij toont een onguur figuur met zwarte hoed en mantel, met een glas absinthe naast zich en een omgevallen lege fles voor zijn voeten op de vloer. De keuze van dit onderwerp zorgde meteen voor een controverse. Het droeg bij tot de breuk van Manet met zijn leermeester Thomas Couture en daarenboven werd het doek geweigerd door de prestigieuze Franse Salon. Edgar Degas schilderde in 1876 De absinthe. Het doek toont een koppel in het vaak door kunstenaars bezochte café La Nouvelles Athenes; een pijprokende voor zich uit starende man en een moedeloos kijkende vrouw achter een glas absinthe. Ook dit schilderij veroorzaakte opschudding toen het in 1893 in Londen werd tentoongesteld. En Vincent van Gogh schilderde in 1887 een stilleven met een glas absinthe. Van Gogh staat bekend om zijn verslavingen, aan absinthe en volgens sommigen -doch is dit slechts speculatie- eveneens aan kamfer en vingerhoedskruid. Vingerhoedskruid werd in die tijd gebruikt tegen epilepsie; ermee expirimenteren is levensgevaarlijk. Kunstcritici worden het er niet over eens in hoeverre deze vermeende verslavingen Van Goghs werk hebben beinvloed. Feit is dat enkele van zijn latere werken, door trilling en lichteffect, voorbeeldige evocaties zijn van absinthe-verdwazing; 'Het Nachtcafé (1888), Caféterras bij nacht (1888), Weg met Cypressen bij avond (1890) en Sterrennacht (1889). Dat kan ook gezegd worden over de absinthe-gerelateerde werken van Pablo Picasso. De eerste zagen het levenslicht in 1901, in zijn befaamde blauwe periode, namelijk De Absinthe-drinkster en Vrouw die absinthe drinkt. Op beiden ziet men een vrouw aan tafel met een glas absinthe voor zich. Een critica: "He
captured on canvas the depraved melancholy absinthe produced."
Introductie Instructie Alruin Absint Betel Blauwe Winde Brandnetel Coleus & Peyote Damiana Doornappel Efedra & Qat Fo-ti / Gotu kola Gifsla Ginkgo & Smartdrugs Ginseng Glidkruid Guarana & Natuurlijke rustgevers Hop & Cafeine Kalmoes Kattekruid Kava & Rookwaren Kolanoot Mandragora Muira - Puama & Afrodisiaca Muskaatnoot & Specerijen Passiebloem & Yage Psilo Rauwolfia Slaapbol Valeriaan Vliegenzwam Wijnruit Yohimbe & Quebracho Eco-Drugs Bibliografie
Met toestemming gepubliceerd door InnoXia - Axel Willekens © 1996 -2009