Alruin
De eerste wetenschappelijke beschrijving van deze geheimzinnige plant stamt van de
Griekse arts Dioskurides, die in de eerste eeuw na Ch. leefde. Hij schrijft:
"De Mandragora, door enigen tegengif, door anderen heksenkruid genoemd, omdat de wortel de liefdeskunsten schijnt te bevorderen, is
tweeslachtig. Die zwarte, die als vrouw aangezien wordt, heet
"thridacias". Ze heeft smallere en kleinere bladeren dan de
"Lattich" (een voorvorm van de kropsla), zijn giftig, stinken, en vormen een rozet op de grond. Ze heeft appeltjes, die er ongeveer zo uitzien als die van de vogelkers. De appeltjes ruiken goed, zijn bleek en hebben peervormige zaden. Ze staat stevig in de aarde met sterke wortels, die met twee of drie in elkaar verstrengeld zijn. De plant heeft geen Stengel. De andere alruin is de witte, het mannetje, die ook wel
"Norion" wordt genoemd. De bladeren zijn groot, breed en glad,
zoals bij de voederbieten. De appels zijn bijna dubbel zo groot als bij
de eerste soort, zijn saffraankleurig, ruiken aangenaam, iets verdovend,
de herders eten er soms van en worden dan verdoofd. De wortel is ongeveer
zoals de andere, maar wel iets groter en wit achtiger. Ook deze plant
heeft geen Stengel. Er wordt gezegd, dat er nog een andere alruin zou
bestaan, die 'Morion' heet, op schaduwrijke plaatsen bij rots holen groeit,
met bladeren die ongeveer gelijk zijn aan de witte
Mandragora maar kleiner, meer wit en een rozet om de wortel vormen.
Ze is zacht, wit, iets groter dan een hand, en ongeveer zo dik als een
duim."
Van de middeleeuwse natuuronderzoekers heeft Hildegard von Bingen (1098-1179), die als Abdes op de Rubertsberg bij het duitse stadje Bingen werkte, zich diepgaand met de alruin beziggehouden. Omdat ze de plant zelf echter niet beschrijft, mag men er van uitgaan, dat ze de plant niet zelf heeft gezien. Zij heeft zich ook alleen op de wonderen, die de plant zou bewerkstelligen, gericht. Ze schrijft:
"De Mandragora is warm, enigszins waterig, en komt uit die aarde, waarvan ook
Adam geschapen werd. Ze lijkt wat op een mens. En juist vanwege dat mensachtige
voorkomen,
heeft ze meer van de duivelse verleider in zich dan andere kruiden
en belaagt ons. Vandaar dat de mens er door in zijn gevoelens geraakt word, of
die nu slecht zijn of goed,
zoals dat ook het geval is met afgodsbeelden. Wanneer men ze uit de
aarde heeft getrokken, moeten ze zo snel mogelijk een dag en een nacht in bronwater
gelegd worden.
Daardoor wordt alles boze en alle schadelijke vochten uitgedreven,
zodat ze voor magische kunsten en tovenarijen niet meer deugt.
Wanneer men haar echter uit de aarde trekt en bewaart met de aanhangende
aarde, dus de plant niet op de voorgeschreven manier wast,
dan is ze schadelijk en kan voor vele magische doeleinden gebruikt
worden. Men kan er dan al die slechte dingen mee doen, die ook met afgodsbeelden
gedaan worden.
Wanneer nu een man door die magische invloeden of uit vleselijke lust,
zich niet kan matigen, dan moet hij de vrouwelijke gedaante van de plant, nadat
ze in bronwater is gewassen,
deze met inhoud drie dagen en drie nachten tussen de borst en de navel
vastbinden, daarna de vrucht in twee delen splijten en die net zo lang op beide
lendenen dragen.
Dan de linkerhand van die gestalte fijn wrijven, met wat kampfer vermengen
en het dan eten. Dan zal die persoon genezen."
Alruinmannetje,
dansend poppetje, met je grote toverwortel,
zang-en-dans mannetje met een
gespleten hoef als de duivel, geen wonder dat je zo een herrie maakt!
O, alruin, die wortelhaartjes uitslaat ....
eeuwen geleden zongen Pythagoras
en Theophratus jouw lof - zegenden je als aphrodisiacum en
slaapverwekkend middel en vloekten je gelijkenis met de mens.
Ook jij bent bedriegelijk, kronkelend, dubbelhartig;
net als de mens vervloek je en zegen je.
Net als de mens ben je een vergifter en een liefdesbode;
net als de mens neem je wat je maar kunt.
O. mandragora brenger van vruchtbaarheid en potentie,
licht in de duisternis, moordenaar van verhongerende honden,
schreeuwer, galgebrok, drakekop - eens werd je als weldoener beschouwd in bijbelse tijden,
maar allengs eiste de duivel je op.
Je groeide aan de voet van de galg, je likte het zaad van de doden op en
baarde enkel de dood. En toch baren wij allemaal niets anders
dan de dood; en je andere attributen - o, brenger van schatten, zinnelijkheid,
liefde en zege in de strijd - ook die leiden tot de dood.
Dans maar, alruinmannetje in je dubbelwaardigheid.
Verheug je aan de voet van de galg.
Je bent een kostuumrepetitie voor ons en weldra voegen wij ons
bij jou onder de grond.
Uit een giftig kruidenboek als dichtbundel van Erica Jong.
Introductie Instructie Alruin Absint Betel Blauwe Winde Brandnetel Coleus & Peyote Damiana Doornappel Efedra & Qat Fo-ti / Gotu kola Gifsla Ginkgo & Smartdrugs Ginseng Glidkruid Guarana & Natuurlijke rustgevers Hop & Cafeine Kalmoes Kattekruid Kava & Rookwaren Kolanoot Mandragora Muira - Puama & Afrodisiaca Muskaatnoot & Specerijen Passiebloem & Yage Psilo Rauwolfia Slaapbol Valeriaan Vliegenzwam Wijnruit Yohimbe & Quebracho Eco-Drugs Bibliografie
Met toestemming gepubliceerd door InnoXia - Axel Willekens © 1996 -2009