Zo sprak Odin na zijn negen dagen en nachten durende beproeving, gehangen
aan de levensboom Yggdrasil. Yggdrasil betekent “drager/hengst
van Yggr”, en Yggr betekent “de Verschrikkelijke”, één
van Odins vele namen. Bovenstaande strofe is te lezen in de Havamal,
het Lied van de Hoge, wat deel uitmaakt van de Poëzie Edda, die
door Marcel Otten schitterend in het Nederlands is vertaald.
Verder lezen wij in de Havamal dat Odin onmiddellijk na zijn initiatie,
waarbij hij de runen ontdekte, van “werk tot werk” ging en
van “woord naar woord”. Vele, zo niet alle, van zijn ambities
werden werkelijkheid, maar dat betekent niet dat Odin rustig bleef rentenieren.
Hij maakte verre reizen, verdiepte zich in verschillende magische technieken – voornamelijk
galdor - en ontwarde de mysteries van het leven. Zo leerde hij van Freyja
de technieken van een ander soort Scandinavische magie, seidr, waarover
zal worden bericht in een volgend hoofdstuk 13 betreffende ‘Galdor
en Seidr, en het Wiel van Jaar.’
Wat Odins genealogie betreft weten we dat hij en zijn twee broers, Vili
(“Wil”) en Vé (“Heilige”) geboren werden
uit de vereniging van Bor en Bestla. Bor had had op zijn beurt Buri als
vader. Samen met zijn twee broers vermoorden zij hun voorouder Ymir en
brachten hem naar het midden van Ginnungagap, de met magie gevulde leegte,
en maakten daar van zijn lichaam de aarde, zie hoofdstuk 2 waar we in
het hetzelfde hoofdstuk ook de voorafgaande kosmogonie zagen. Daarna
transformeerde het trio (in de Voluspa overigens Odin, Hoenir en Lodur
genoemd) bij een wandeling op het strand twee bomen, een Es en een Olm
(mogelijk ook een druivenplant, of andere klimplant), tot mensen.
Odin zelf was vader van verschillende andere belangrijke goden: ondermeer
Balder, Thor, Vidar, Bragi en Hermod. Niet al deze kinderen kwamen voort
uit zijn huwelijk met Frigg, maar dessalniettemin bleef Frigg altijd
Odins meest “speciale vriendin”. De laatsgenoemde zoon, Hermod,
poogde met Odins acht-potige paard Sleipnir Balder terug te halen uit
Hel, waar deze door Loki was beland, maar faalde. Desondanks kon hij
geschenken uit het dodenrijk mee terugbrengen voor Odin, Frigg en Fulla.
Odin ontving uit de handen van Hermod de mysterieuze ring Draupnir. Frigg
kreeg van Nanna - de vrouw van Balder wiens hart brak bij Balders dood
en die daardoor mee met hem naar het dodenrijk reisde - een linnen kleed
terwijl Friggs zuster Fulla een vinger-ring ontving.
Odin, in verschillende streken ook bekend als Woden, Wotan, Wodanaz
etc., is god der magie, poëzie, wijsheid en dood. Als god der magie
is hij de God par excellence der vitki. Vele mensen die zichzelf
Asatru noemen werken liever met Thor, Freyr of Freyja dan met Odin. Sommigen
kiezen er pas jaren later voor om toch met Odin te werken. Odin staat
namelijk bekend als een dubieus persoon. Hij houdt zich namelijk bezig
met de mysteries van leven en dood. Mysteries die de meeste mensen niet
begrijpen en waarmee de meeste mensen zich meestal ook niet kunnen of
willen bezighouden. Bovendien doodde hij een een familielid (Ymir) en
stal de Heilige Mede van Gunnlod – of kneep deze laatste een oogje
dicht?
De afkomst van zijn naam is Wodanaz en betekent “meester der inspiratie”.
Zijn naam is gerelateerd aan het Oud-Engelse “wood”, wat “gek” betekent,
al slaat dit bij Odin meer op een extatische geestelijke vervoering.
Niettemin, wie met de Odiaanse kracht in aanmerking komt en daar niet
op voorbereid is kan “beschadigt, en zelfs vernietigd worden.” Ook
het Nederlandse woord “woede” is verwant aan Odins naam.’Wodan,
id est furor’, schreef de geschiedschrijver Adam van Bremen.
Vanwege dat furieuze element vergeleken de Romeinen hem niet met Zeus
of Jupiter - wat voor een Alvader logisch geweest zou zijn - maar met
Hermes en Mercurius. Deze goden kenmerken zich door hun op zoek zijn
naar wijsheid en delen deze kennis met de mensen – tenminste die
mensen die deze gift en gave Willen ontvangen. Ralph Metzner schrijft
in zijn excellente boek The Well of Remembrance dat genoemde
goden “diegenen zijn die een bewustzijn voor spirituele realiteiten
doen ontwaken.”
Shamaan-magiër-waarheidszoeker, zo valt Odin te omschrijven.
Odin staat in de bronnen vermeld onder vele namen en titels. Sommige
zijn hypostases, dat wil zeggen goddelijke aspecten die zo sterk
zijn dat ze autonoom onder een andere naam als godheid kunnen handelen.
De meeste namen zijn heiti’s, veelal kenningen die iets
zeggen over het terrein waarop een god of godin werkzaam is. Wat Odin
betreft zijn er haast wel haast 300 heiti’s bekend. Allen geven
ze blijk van de verscheidene kanten van zijn karakter, soms grimmig,
soms een hulp voor de mensen. Enkele voorbeelden:
Minder positief klinken namen als Bolverkr (“kwaaddoener”),
Grimnir (“de gemaskerde”), Grimr (“grimmig), Hangatyr
(“god der gehangenen”), Draugadrottin (“doden-god”),
Valfodr (“god der gevallenen/uitverkorenen”) en Yggr (“de
verschrikkelijke” – naar wie de levensboom Yggdrasil genoemd
is.)
Positiever klinkende heiti zijn: Aldafadodr (“mensen-vader”),
Alfodr (“al-vader”), Hagvirkr (“getalenteerde werker”),
Har (“de hoge”), Hrafnass (“raven-god”), Svafnir
(“slaap-schenker).
De naam Gizurr tenslotte (“raadsel-god”) is een naam die
uitmuntend bij Odins karakter past.
Wat zijn specifieke rune betreft, deze is Ansuz (de Aas), en in de ASF-Futhork
eveneens de vierde rune: Os (“god”, of ook “mond”)
Na de gewelddadige Christianisering van delen van Germania was het in
sommige delen van Duitsland zelfs verboden zijn naam uit te spreken,
vandaar dat Wodenestag (Woesndag), Mitwoch (midweek) werd. Wij, Nederlandstaligen,
hebben gelukkig nog de naam Woensdag behouden. Ook Tyr (dinsdag), Thor
(donderdag), Frigg/Freyja/Freyr (vrijdag), Sunna (zondag) en Mani (maandag)
behielden hun heidense Germaanse namen. Zaterdag is de enige dag van
de week genoemd naar een Romeinse god: Saturnus.
De Edda verhaald dat bij de Ragnarok, het einde van de wereld zoals
wij die nu kennen, Odin zal worden verslonden door de wolf Fenris maar
op mirakuleuze wijze gered zal worden door zijn zoon Vidar, “de
Zwijgzame Aas.”
Het zou niet moeilijk zijn een boek over Odins belevenissen te schrijven,
maar dat is niet de bedoeling van dit werk. En doorheen alle hoofdstukken
lopen alle wegen, niet naar Rome, maar naar Odin en de andere goden en
godinnen - Frigg, Freyja, Freyr, Thor, Thor’s vrouw Sif etc.
Om dit hoofdstuk te beëindigen volgt hier het relaas van een “vriend
van een vriend”.
“Mijn ontmoeting met Odin vond plaats in een periode vol revelaties.
Ik onderging een UROD (Ultra Rapid Opiate Detoxification), een manier
om te ontwennen van zware opiaten als methadon en heroïne, wat een
narcose van acht uur inhoud, waarna men haast meteen terug nuchter is,
maar ook extreem ziek. In de autobiografie van mijn heldin, de zangeres
Romy Haag, staat dat toen zij van de ene dag op de andere in het ziekenhuis
van Rohypnol afkickte ze plots kon praten met planten. Iets gelijkaardigs
gebeurde met mij. De drie maanden die volgden na mijn UROD leken alle
planten extreem fluoriscerend en kon ik hun energie als het ware inzuigen
of inademen en door middel van allerlei gestes (uitademen, spreken, handgebaren
etc.) met hen energiestromen delen. Dit kan ik nu nog, maar het vergt
veel meer focus. Slapeloosheid was het zwaarste gevolg van mijn ontwenning – drie
weken sliep ik virtueel niets, en deze slaapproblemen bleven lang aanslepen.
In ieder geval, hyper-gevoelig want niet meer verdoofd door drugs, nam
ik het boek over Yoga van Andre van Lysebeth ter hand en probeerde de
lijkhouding uit te oefenen. Dit deed ik met de bedoeling te relaxen en
eventueel ook een paar centimeter boven mijn lichaam uit te stijgen,
zoals wel eens meer gebeurde. Maar deze maal, na het openen van de Raderen
van het Lichaam (chakra’s), schoot ik als een raket tot tussen
de sterren. Daar, temidden een donker maar glamoureus blauw zag ik Odin
en Frigg voor me, lichtjes rondwettelend op hun troon. Ik had niet verwacht
daar te geraken, maar nu ik er – vol van geluk – toch was
vroeg ik aan Odin wat hij van mijn evolutie dacht? Hij lachtte, en liet
me weten: “het gaat goed, precies zoals het moet.” Na nog
een tijd vol verwondering naar de paarse en roze vlokken te kijken, die
van zijn troon het donkere heelal ingleden, besliste ik dat het tijd
was om terug neer te dalen en na enkele minuutjes op te staan. Ik was
vol van nieuwe hoop en nieuwe moed. Ik had Odin en Frigg ontmoet!
FRIGG
Frigg is de vrouw van Odin, ‘de eerste der AEsynjur’, zoals
Snorri schrijft. Vaak worden twee verschillende godinnen met elkaar verward:
Frigg en Freyja. Toch zijn dit zeer verschillende godinnen: Frigg is de
eerste der AEsynjur, terwijl Freyja hoofd van het vrouwelijke Vanir-pantheon
is. De naam Frigg betekent “geliefde”, terwijl de naam Freyja
eerder een titel is: “de Dame” – net zoals haar tweelingsbroer
Freyr “de Heer” is. Weliswaar is Freyja, net als haar vader
Njord en broer Freyr ook thuis in Asgard, en niet enkel in Vanaheim.
Friggs primaire woning te Asgard is Fensalir, terwijl Freyja in de eerste
plaats in Vanaheim huist, al heeft ze ook een paleis te Asgard, Folkvang
geheten. Sessrumnir, eerder vermeld, is de hal van Freyja in haar paleis
Folkvang.
Odin en Frigg kibbelen wel eens. In de Grimnismal in de Poëzie
Edda lezen we dat Odin, the lone wanderer, weer een keer op
avontuur wil gaan. Frigg adviseert hem hier tegen want de onderneming
is gevaarlijk. Maar Odin blijft koppig, hij gaat toch en overleeft slechts
op het einde en op het nippertje de verbrandingsdood.
Frigg behaalt ook dikwijls de “overwinning” in meningsverschillen
met Odin. In een zevende eeuwse tekst, de Origo Gentis Langobardum,
laat ze door de stam der Winniles de overhand behalen op Odins favorieten,
de Vandalen. Odin had eerder verklaard dat welk leger hij de volgende
dag uit zijn raam als eerste zou zien de overwinning kreeg. Frigg dacht
na en dit was de uitkomst: ze deed alle vrouwen van de Winniles hun lange
haren als baarden vlechten en bij zonsopgang als eerste bij het raam
van Odin verschijnen de volgende dag, waarop de veldslag gepland was.
Odin had verwacht de Vandalen te zien, maar hij keek door het verkeerde
venster aangezien Frigg zijn bed had omgedraaid terwijl hij sliep. Wanneer
hij de Winniles ziet, zegt hij vol verbazing: ‘Wat zijn dat voor
Langobarden (“lange baarden”).’ Hij moest hen toen
wel de overwinning toekennen, en vanaf dan reisde de stam – nu
Langobarden geheten - verder naar Lombardije, Italië, waar ze zich
vestigden.
Een andere naam, en hypostase, van Frigg is Saga: wat “zieneres” alsook “geschiedkundige” betekent.
Odin, met zijn eindeloze dorst naar kennis, begeeft zich elke dag naar
Saga’s Paleis Sokkvabekk en daar drinken ze beiden dagenlang Mede
uit gouden bekers en praatten over wat voor hen en hun kin (loyale
kennissen, waaronder de mens) belangrijk is. De oude IJslandse boeken,
nu nog verkrijgbaar op grote schaal heten overigens “Saga’s”.
Het beste boek over de Godin Frigg is waarschijnlijk Magic of the
Northern Goddesses door Alice Karldottir. Zij ziet Saga overigens
als een geheel op zichzelf staande godin en dus niet als hypostase van
Frigg. In haar boek bespreekt zij de driefuncties-theorie van Dumézil.
Karlsdottir stelt iets voor wat voor mij meteen perfect sense maakte.
Nu Tyr, helaas, enkele van zijn functies overgenomen weet door Odin,
zou het niet zo gek zijn Frigg naast Odin in de eerste functie te plaatsen.
Uiteraard moet dit niet het einde inluiden van Tyr, het zal voor sommige
mensen gewoon makkelijker en vrouwelijker overkomen om mee te werken.
Tergelijkertijd blijft het diagram met Tyr in de eerste functie evengoed
bestaan, al was het maar omwille van de onbreekbare band met het verleden.
En wie weet wanneer Tyr’s volledige come-back komt?
Als vervangster van Tyr, zal zij rechter-koningin en maat-opneemster
zijn.

Illustratie 11.2: driefuncties-modellen met Tyr, respectievelijk Frigg
in eerste functie naast Odin.
Ooit van het archaïsche Engelse woord “skein” gehoord?
Wel, het betekent: a) een korte lengte zijde of gesponnen draad - Frigg
is de patroon-godin van het weven -, en b) een vlucht wilde ganzen of
zwanen - ganzen zijn het symbool van Frigg. Synchroniciteit.