Freyja is de bekendste der Vanir-godheden, en is ook bekender dan de
AEsynjur (vrouwelijke AEsir) waaronder Odins vrouw Frigg. Freyja en Frigg
zijn trouwens helemaal niet “éénzelfde grote moeder-godin”.
Er zijn velen die dat denken (en dat zelfs zelfs in no-nonsense boeken
verkondigen) maar dat is een grote misvatting.
Freyja is de dochter van de oudst bekend Vanir-god Njord en ze is de
tweeling-zuster van de god Freyr die over het Licht-elfen-rijk regeert.
Hun moeder is volgens vele bronnen Nerthus, maar zeker kunnen we daar
niet van zijn, al wordt het wel door vele mythologen zo geïnterpreteerd.
Freyja heeft twee dochters, Gersimi (“juweel”) en Hnoss (“schat”),
hun vader is Od, mogelijk een heiti of hypostase van Odin. Hnoss is zo
mooi dat naar haar naam alle mooie en waardevolle dingen hnossir (“schatten”)
genoemd worden. De vader van deze twee schatten van meisjes, Od, trok
echter weg van Freyja, op zoek naar avontuur en kennis, en Freyja bleef
eenzaam achter – rood waren haar tranen, van amber en goud. Ze
wilde hem zoeken en ging hem dus achterna, zonder succes voor zover bekend.
Op haar reizen gaf ze zich vaak uit onder andere namen en maakte gebruik
van heiti’s zoals Mardol (“zij die schijnt over de zee”),
Hörn (“vlas-beheerster”), Syr (“zeug”) en
Gefn (“geefster”). Deze laatste naam lijkt op die van Gefjon,
de “heidense patroonheilige” van Denemarken, maar toch lijkt
de naam van de Deense Gefjon niet op Freyja te slaan. Mogelijk slaat
de naam Menglöd (“zij die geniet van een juweel”), die
voorkomt in de Svipdagsmal uit de Poëzie Edda ook op haar.
Haar belangrijkste juweel is Brisingamen, voor haar vervaardigt door
vier dwergen die waarschijnlijk de vier windstreken symboliseren. In
ruil voor het juweel sliep ze vier nachten achter elkaar met één
van hen. Brisingamen is een uiterst belangrijk gegeven in de Freyja-cultus.
In zekere zin is het haar belangrijkste magische symbool, zoals voor
Odin de Valknutr het meest belangrijke symbool is.
Verder bericht de Voluspa in strofen 22 en 23, over moeilijk te negeren
incidenten die het voorspel vormt voor de oorlog tussen de AEsir en Vanir.
Freyja wordt in de volgende strofen bekend onder de namen Gulveig (“goudroes”)
en Heidr (“glanzende”), over wiens beiden gezegd wordt:
‘Ik herinner mij de eerste oorlog op aarde
Toen de goden Gulveig met speren doorboorden
En haar verbrandden in Eenoogs hal.
Drie maal verbrandden zij de driemaal herborene
Opnieuw en opnieuw, toch leeft zij nog!
Heidr noemde men haar en waar zij ook kwam,
De zieneres van goed geluk, riep zij geesten op.
Zij behekste wat zij maar kon, raakte in trance…’
Freyja word ook Vanadis genoemd, wat zoveel betekent als “moeder
of godin der Vanir”. Volgens de overlevering heeft zij ook een
hechte band met de Walküren, aangezien de helft van de gevallenen/uitverkorenen
naar haar hal Sessrumnir in het gebied Folkvang te Asgard gaan. De andere
helft gesneuvelden gaat uiteraard naar Odins Walhalla, maar sommige zwaargewonden
worden nog door de Walküre en godin van de geneeskunde Eir gered
en kunnen hun leven op Midgard verder zetten, volgens recente interpretaties
van de lore. Hoewel het niet zo in de bronnen staat, mag Freyja zelf
uiteraard ook een Walküre genoemd worden.
Freyja blonk uit in magie, met name seidr. Meer hierover in volgend
hoofdstuk 13 over galdor en seidr. Ze leerde deze kunst, seidr, aan Odin,
en in ruil leerde Odin haar galdor, met andere woorden rune-magie. Freyja
bezit ondermeer een valken-kleed waarmee ze kan vliegen en op andere
plaatsen kan spieden dan waar haar lichaam zich bevind - “spaecraft” wordt
deze vorm van uittreding en astraal reizen genoemd.
Freyja’s werkterreinen zijn die der vruchtbaarheid, erotiek en
strijd. Omwille van haar sex-appeal en lust sliep ze met vele goden,
andere wights, en waarschijnlijk zelfs met enkele van haar menselijk
priesters. In de Lokasenna, het deel van de Poëzie Edda
waarin Loki alle aanwezige goden en godinnen beledigt zegt Loki:
‘Hou toch je mond Freyja! Jou ken ik door en door,
Geen enkele schandvlek is jouw vreemd;
Bij alle AEsir en Elfen die hier zijn verzameld
Hing jij ooit de hoer uit.’
En gaat Loki verder:
‘Hou toch je mond, Freyja! Zelf ben je een heks,
Een vat vol venijn;
De vriendelijke vorsten verrasten je in je broers (=Freyrs) bed.’
Njord, Freyja’s vader, neemt het daarna voor haar op en zegt dat
het geen schande is minnaars te hebben.
Bovendien is het tweeling-motief in de mythen en saga’s een thema
dat wel meer aan bod komt: Njord en Nerthus zouden ook tweelingen geweest
zijn, net als Sigmund en Signy in de Volsungen Saga, de Alcis
vermeld door Tacitus, de leiders der Saksen Hengest en Horsa die rond
500 CE Engeland binnenvielen. Buiten de Germaanse mythen en sagen vinden
we het thema van de tweeling bijvoorbeeld ook terug bij de Griekse Castor
en Pollux.
Loki beëindigd zijn scheldkannonade overigens pas bij de aankomst
van Thor, die dreigde zijn hamer Mjolnir in zijn richting te werpen.
Eén van haar heilige dieren is het everzwijn, en haar truffelfijnproever
heet Hildisvini (“strijd-zwijn”). Haar andere heilige dieren
zijn valken, zwanen en katten van alle soorten. Ondermeer grote katten,
die ondertussen mogelijk uitgestorven zijn in Scandinavië, die haar
wagen konden trekken. Baby-katjes, deugniet-katjes en misschien vooral
witte katten zijn haar dierbaar. Zo schrijft de levende walküre
Andrea Haugen, van muziek-formaties Hagalaz’ Runedance en Nebelhexë:
‘Ik vond nieuwe redenen om mijn oude naam Nebelhexë (“mist-heks”)
opnieuw te gebruiken. Ik kwam interessante magische connecties tegen,
beelden van wat ik mijn “Geest-vogels” noem – witte
raven, witte kraaien en witte uilen, die mijn spirituele wereld stimuleerden.
En, wat van groot belang was, ik leerde een uilen-soort kennen met de
naam “Strix Nebulosa”. Strix is Latijn voor uil, maar ook
voor heks, aangezien de Romeinen heksen “uil-achtige vrouwen” noemden.
Nebulosa is uiteraard nevel. In Duitsland werd deze uil Nebelhexe genoemd.
Zoals ik ook al in mijn geschreven werken liet blijken, lijkt het erop
dat witte dieren vermeld in de folklore – witte paarden en witte
katten in het bijzonder – een link zijn tussen deze wereld en de “andere
kant”.’
Ik wil dit hoofdstuk afsluiten met de eind-strofe van Alice Karlsdottirs
lied The Lady of the Vanir, uitgebracht op de Fire + Ice CD Birdking:
‘Some make things grow and others know
And some are fair and full of cheer
But there’s not a sweeter, wilder love
Than the Lady of the Vanir’.
FREYR
Freyr (“de Heer”) is de tweelingsbroer van Freyja. Andere
namen voor hem zijn Ingwi of Yngvi-Freyr. Twee dieren aan hem gewijd
zijn het zwijn en het hert. In Grimnismal, Poëzie Edda, lezen we
over hem dat hij over het rijk der Licht-elfen regeert nadat hij die
wereld door de andere goden en godinnen geschonken kreeg na het verlies
van zijn eerste melktandje. Nog steeds krijgen vele kindjes een beloning
bij het uitvallen van hun eerste tandje(s), en degene die de beloning
geeft wordt ook wel eens de “tooth-fairy” of Tandjes-elf
genoemd. De passage in Grimnismal luidt als volgt:
‘Het Elfenrijk is in tijden van weleer
Door de goden aan Freyr gegeven’
Op een dag in de vroege lente wandelde ik door de bossen van Moerbeke-Waas
en legde mezelf onder een mooie Meidoorn, een boom die traditioneel veel
met Elfen in verband gebracht wordt. Zonder er echt bij stil te staan
begon ik te mediteren en opeens steeg mijn geest uit mijn lichaam. Rond
mij verschenen ter gelijkertijd drie wights: een Elfen-meisje ongeveer
een meter hoog, de geest van de Meidoorn, die fluoriscerend blauw was
maar geen vaste vorm had en de hele tijd vervormde, en de Elfen- en Vanir-god
Freyr. Het meest communiceerde ik met Freyr, echter niet in mensentaal.
Hij heette me welkom in zijn rijk en ik kon bliksemsnel over alle paden
in het bos bewegen, terwijl mijn lichaam als in slaap onder de Meidoorn
bleef liggen. Na ongeveer een half uur – of misschien wel een uur – besloot
ik terug in mijn lichaam te treden. Echter niet zonder Freyr, die zich
nu op een andere plaats in het bos bevond, te bedanken en vaarwel te
zeggen en te bedanken. Je zou kunnen zeggen dat we elkaar de hand gaven,
al was het misschien niet op stoffelijke wijze. Ik bleef even liggen
voor ik opstond en was enorm blij dit avontuur meegemaakt te mogen hebben.
Ik wandelde in extase terug naar huis. Honderd procent bliss.
Axel Willekens - © InnoXia