HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP

GERMAANSE MYTHOLOGIE,

MAGIE EN MYSTERIES

Door Axel van Valvrucht

12. FREYJA

Freyja is de bekendste der Vanir-godheden, en is ook bekender dan de AEsynjur (vrouwelijke AEsir) waaronder Odins vrouw Frigg. Freyja en Frigg zijn trouwens helemaal niet “éénzelfde grote moeder-godin”. Er zijn velen die dat denken (en dat zelfs zelfs in no-nonsense boeken verkondigen) maar dat is een grote misvatting.

Freyja is de dochter van de oudst bekend Vanir-god Njord en ze is de tweeling-zuster van de god Freyr die over het Licht-elfen-rijk regeert. Hun moeder is volgens vele bronnen Nerthus, maar zeker kunnen we daar niet van zijn, al wordt het wel door vele mythologen zo geïnterpreteerd. Freyja heeft twee dochters, Gersimi (“juweel”) en Hnoss (“schat”), hun vader is Od, mogelijk een heiti of hypostase van Odin. Hnoss is zo mooi dat naar haar naam alle mooie en waardevolle dingen hnossir (“schatten”) genoemd worden. De vader van deze twee schatten van meisjes, Od, trok echter weg van Freyja, op zoek naar avontuur en kennis, en Freyja bleef eenzaam achter – rood waren haar tranen, van amber en goud. Ze wilde hem zoeken en ging hem dus achterna, zonder succes voor zover bekend. Op haar reizen gaf ze zich vaak uit onder andere namen en maakte gebruik van heiti’s zoals Mardol (“zij die schijnt over de zee”), Hörn (“vlas-beheerster”), Syr (“zeug”) en Gefn (“geefster”). Deze laatste naam lijkt op die van Gefjon, de “heidense patroonheilige” van Denemarken, maar toch lijkt de naam van de Deense Gefjon niet op Freyja te slaan. Mogelijk slaat de naam Menglöd (“zij die geniet van een juweel”), die voorkomt in de Svipdagsmal uit de Poëzie Edda ook op haar.

Haar belangrijkste juweel is Brisingamen, voor haar vervaardigt door vier dwergen die waarschijnlijk de vier windstreken symboliseren. In ruil voor het juweel sliep ze vier nachten achter elkaar met één van hen. Brisingamen is een uiterst belangrijk gegeven in de Freyja-cultus. In zekere zin is het haar belangrijkste magische symbool, zoals voor Odin de Valknutr het meest belangrijke symbool is.

Verder bericht de Voluspa in strofen 22 en 23, over moeilijk te negeren incidenten die het voorspel vormt voor de oorlog tussen de AEsir en Vanir. Freyja wordt in de volgende strofen bekend onder de namen Gulveig (“goudroes”) en Heidr (“glanzende”), over wiens beiden gezegd wordt:

‘Ik herinner mij de eerste oorlog op aarde

Toen de goden Gulveig met speren doorboorden

En haar verbrandden in Eenoogs hal.

Drie maal verbrandden zij de driemaal herborene

Opnieuw en opnieuw, toch leeft zij nog!

Heidr noemde men haar en waar zij ook kwam,

De zieneres van goed geluk, riep zij geesten op.

Zij behekste wat zij maar kon, raakte in trance…’

Freyja word ook Vanadis genoemd, wat zoveel betekent als “moeder of godin der Vanir”. Volgens de overlevering heeft zij ook een hechte band met de Walküren, aangezien de helft van de gevallenen/uitverkorenen naar haar hal Sessrumnir in het gebied Folkvang te Asgard gaan. De andere helft gesneuvelden gaat uiteraard naar Odins Walhalla, maar sommige zwaargewonden worden nog door de Walküre en godin van de geneeskunde Eir gered en kunnen hun leven op Midgard verder zetten, volgens recente interpretaties van de lore. Hoewel het niet zo in de bronnen staat, mag Freyja zelf uiteraard ook een Walküre genoemd worden.

Freyja blonk uit in magie, met name seidr. Meer hierover in volgend hoofdstuk 13 over galdor en seidr. Ze leerde deze kunst, seidr, aan Odin, en in ruil leerde Odin haar galdor, met andere woorden rune-magie. Freyja bezit ondermeer een valken-kleed waarmee ze kan vliegen en op andere plaatsen kan spieden dan waar haar lichaam zich bevind - “spaecraft” wordt deze vorm van uittreding en astraal reizen genoemd.

Freyja’s werkterreinen zijn die der vruchtbaarheid, erotiek en strijd. Omwille van haar sex-appeal en lust sliep ze met vele goden, andere wights, en waarschijnlijk zelfs met enkele van haar menselijk priesters. In de Lokasenna, het deel van de Poëzie Edda waarin Loki alle aanwezige goden en godinnen beledigt zegt Loki:

‘Hou toch je mond Freyja! Jou ken ik door en door,

Geen enkele schandvlek is jouw vreemd;

Bij alle AEsir en Elfen die hier zijn verzameld

Hing jij ooit de hoer uit.’

En gaat Loki verder:

‘Hou toch je mond, Freyja! Zelf ben je een heks,

Een vat vol venijn;

De vriendelijke vorsten verrasten je in je broers (=Freyrs) bed.’

Njord, Freyja’s vader, neemt het daarna voor haar op en zegt dat het geen schande is minnaars te hebben.

Bovendien is het tweeling-motief in de mythen en saga’s een thema dat wel meer aan bod komt: Njord en Nerthus zouden ook tweelingen geweest zijn, net als Sigmund en Signy in de Volsungen Saga, de Alcis vermeld door Tacitus, de leiders der Saksen Hengest en Horsa die rond 500 CE Engeland binnenvielen. Buiten de Germaanse mythen en sagen vinden we het thema van de tweeling bijvoorbeeld ook terug bij de Griekse Castor en Pollux.

Loki beëindigd zijn scheldkannonade overigens pas bij de aankomst van Thor, die dreigde zijn hamer Mjolnir in zijn richting te werpen.

Eén van haar heilige dieren is het everzwijn, en haar truffelfijnproever heet Hildisvini (“strijd-zwijn”). Haar andere heilige dieren zijn valken, zwanen en katten van alle soorten. Ondermeer grote katten, die ondertussen mogelijk uitgestorven zijn in Scandinavië, die haar wagen konden trekken. Baby-katjes, deugniet-katjes en misschien vooral witte katten zijn haar dierbaar. Zo schrijft de levende walküre Andrea Haugen, van muziek-formaties Hagalaz’ Runedance en Nebelhexë:

‘Ik vond nieuwe redenen om mijn oude naam Nebelhexë (“mist-heks”) opnieuw te gebruiken. Ik kwam interessante magische connecties tegen, beelden van wat ik mijn “Geest-vogels” noem – witte raven, witte kraaien en witte uilen, die mijn spirituele wereld stimuleerden. En, wat van groot belang was, ik leerde een uilen-soort kennen met de naam “Strix Nebulosa”. Strix is Latijn voor uil, maar ook voor heks, aangezien de Romeinen heksen “uil-achtige vrouwen” noemden. Nebulosa is uiteraard nevel. In Duitsland werd deze uil Nebelhexe genoemd. Zoals ik ook al in mijn geschreven werken liet blijken, lijkt het erop dat witte dieren vermeld in de folklore – witte paarden en witte katten in het bijzonder – een link zijn tussen deze wereld en de “andere kant”.’

Ik wil dit hoofdstuk afsluiten met de eind-strofe van Alice Karlsdottirs lied The Lady of the Vanir, uitgebracht op de Fire + Ice CD Birdking:

‘Some make things grow and others know

And some are fair and full of cheer

But there’s not a sweeter, wilder love

Than the Lady of the Vanir’.

FREYR

Freyr (“de Heer”) is de tweelingsbroer van Freyja. Andere namen voor hem zijn Ingwi of Yngvi-Freyr. Twee dieren aan hem gewijd zijn het zwijn en het hert. In Grimnismal, Poëzie Edda, lezen we over hem dat hij over het rijk der Licht-elfen regeert nadat hij die wereld door de andere goden en godinnen geschonken kreeg na het verlies van zijn eerste melktandje. Nog steeds krijgen vele kindjes een beloning bij het uitvallen van hun eerste tandje(s), en degene die de beloning geeft wordt ook wel eens de “tooth-fairy” of Tandjes-elf genoemd. De passage in Grimnismal luidt als volgt:

‘Het Elfenrijk is in tijden van weleer

Door de goden aan Freyr gegeven’

Op een dag in de vroege lente wandelde ik door de bossen van Moerbeke-Waas en legde mezelf onder een mooie Meidoorn, een boom die traditioneel veel met Elfen in verband gebracht wordt. Zonder er echt bij stil te staan begon ik te mediteren en opeens steeg mijn geest uit mijn lichaam. Rond mij verschenen ter gelijkertijd drie wights: een Elfen-meisje ongeveer een meter hoog, de geest van de Meidoorn, die fluoriscerend blauw was maar geen vaste vorm had en de hele tijd vervormde, en de Elfen- en Vanir-god Freyr. Het meest communiceerde ik met Freyr, echter niet in mensentaal. Hij heette me welkom in zijn rijk en ik kon bliksemsnel over alle paden in het bos bewegen, terwijl mijn lichaam als in slaap onder de Meidoorn bleef liggen. Na ongeveer een half uur – of misschien wel een uur – besloot ik terug in mijn lichaam te treden. Echter niet zonder Freyr, die zich nu op een andere plaats in het bos bevond, te bedanken en vaarwel te zeggen en te bedanken. Je zou kunnen zeggen dat we elkaar de hand gaven, al was het misschien niet op stoffelijke wijze. Ik bleef even liggen voor ik opstond en was enorm blij dit avontuur meegemaakt te mogen hebben. Ik wandelde in extase terug naar huis. Honderd procent bliss.

Axel Willekens - © InnoXia

 

INHOUD

Inleiding

Kosmogonie

Van Indo-Europees homeland tot Germania

De Runen

18 Inscripties

Lore: de drie traditionele Rune-gedichten

Codes, Varianten en Numerologie

Aesir en Vanir, en de Mythe van de Mede

De andere Wights

Psycho-Somatisch Complex

Odin, en Frigg

Freyja, en Freyr

Galdor en Seidr, en het Wiel van het Jaar

Andere Symbolen

Mythologie: de Ragnarok

Bomen en Kruiden

Stone Images Tjerk VermaningEcodrugs

Control + scroll voor grotere weergave