15. DE MYTHE DER RAGNAROK
JARD SKAL RIFNA OK UPPHIMINN (“De aarde zal
vallen en de hemel ook” – rune-inscriptie, Skarpaker steen,
ca. 800)
Net als vele andere culturen en religies heeft de Germaanse religie
eveneens een eschatologische component… het einde der tijden
komt eraan. Christendom en Germaans heidendom hebben weinig met elkaar
te maken maar je zou kunnen zeggen dat wat de Apokalyps voor de Christenen
is (zie laatste deel van de Bijbel), voor de Germanen de Ragnarok is:
de godendeemstering. Er is geen betere manier om de gebeurtenissen
tijdens de Ragnarok weer te geven dan door de belangrijkste strofen
uit de Voluspa over te nemen.
Uit de aanloop tot het einde der tijden, citeren we strofen 30 en
38:
‘Ik zag Walküren, zij kwamen van ver, Gereed voor hun rit
naar het godenvolk:
Skuld hield haar schild hoog, Skogul volgde,
Daarna Gungr, Hildr, Gondul en Geirskogul.
Nu zijn de meisjes van de Krijger genoemd,
De Walkuren staan klaar om naar de aarde te rijden…
…
Ik zag hen waden door dikke stromen,
De plegers van meineden, moorddadige wolven;
Die geliefden scheidden, de fluisteraars van roddels.
Bleektand zuigt ontzielde lichamen leeg,
Een wolf rijt mensen aan flarden…’
Dan begint de Ragnarok op aarde door zedenverwildering en dergelijke,
we citeren hier strofen 44, 45 en 51.
‘Broers bevechten elkaar, slachten elkaar af,
Verwanten zullen hun banden breken;
Hard is de wereld; hoererij regeert,
Een tijd van bijlen, zwaarden, splijtende schilden,
Van winden en wolven eer de aarde kantelt:
Geen enkel mens zal de andere nog sparen…
Mimirs kinderen springen, de ramp ontbrandt
Met de gil van de Galmende Hoorn
Heimdal blaast hard, zijn hoorn rijst omhoog
Odin spreekt met Mimirs hoofd
De oude boom dreunt, de Reus trekt zich los;
Yggdrasil beeft, die hoog oprijzende naald-es
Nu blaft Garm woest voor Rotshol,
De boeien scheuren, de Rover rent weg.
Veel wijsheid bezit ik, ik zie ver vooruit:
Het verzwelgende lot der roemrijke Goden’
Nu volgt het kosmische aspect waarin de Goden voor hun leven vechten,
de tweede helft van strofe 50 en de strofen 51, 52 en 53:
‘Klippen kraken kapot, de onmensen struikelen
Helden betreden Helweg, de hemel klieft in twee
Dan wacht de hoedster een volgend onheil,
Als Odin de Wolf gaat bevechten;
- De doder van Grommer (=Freyr) meet zich met Surt –
De geliefde van Frigg komt dan ten val
Daarop komt Vidar, Zegevaders grote zoon;
Met het Dier van het Slagveld vecht hij.
Met twee handen stoot hij de zoon van de Schreeuwer
Het zwaard in het hart: zo wreekt hij zijn vader
Dan komt de geweldige zoon van Grasland:
Odins zoon (=Thor) gaat het serpent bevechten.
De Beschermer van Midgard slaat woest op hem in,
Alle helden ruimen hun geboortegrond nu;
Negen stappen loopt de zoon van het veld nog,
Wankelt weg van de gifslang: hem treft geen blaam’
Hier past een intermezzo uit de Gylfaginning waarin
meer details verschaft worden. Gangleri –we kennnen hem nog uit hoofdstuk 2 – stelt
de vraag aan zijn drie gastheren: Welke informatie kan er worden gegeven
aangaande de Ragnarok?
Hoge antwoordde: Er is veel over te vertellen.
Eerst komt er een machtige en mysterieuze winter, met sneeuw van
alle kanten, verschikkelijke vriesweders en harde winden… Deze
zal drie winters duren zonder zomer ertussen. Maar daarvoor waren
al drie winters waarin het sociale
kontrakt degenereerde. Zoals de Voluspa zegt: ‘Broers vechten
met broers, er komt een einde aan de band tussen families… wind-tijd,
wolf-tijd, totdat de wereld is vernietigd.’ Dan zal iets zeer
ongewoons gebeuren, twee wolven zullen eerst de zon en dan de maan
verslinden. De sterren zullen niet meer zichtbaar zijn. De wereld zal
beginnen schudden met als gevolg dat Fenris vrijkomt…
…Ook het water komt weer hoger te staan want het Midgard-serpent
wordt woedend en klimt weer op het land. Het schip Naglfar (“Nagels
van dode mensen schip”) valt ook aan en word geleid door de Reus
en kapitein Hrym. Open zal ook de hemel gaan voor de Vuur-reuzen onder
leiding van Surt. Het licht van de Vuur-reuzen tezamen zal sterker
zijn dan dat van de zon en nederdalend via Bifrost (“schijnend
pad”) zal de regenboog breken.
Alle vijanden van de AEsir – Fenris, Jormungand, Surt, de hellehond
Garm en Loki en hun grote gevolg – verzamelen te Vigrid (“strijd-plaats”).
Heimdal, de Bifrost-wachter die alles ziet – hij kan zelfs gras
zien groeien – blaast op zijn grote hoorn om de AEsir te wekken
en verwittigen. De AEsir gevolgd door alle einherjar trekken gewapend
op naar Vigrid. Freyr mist hier zijn zwaard dat hij schonk aan Skirnir
voor diens hulp bij het verkrijgen van Gerd als vrouw en heeft enkel
een stuk gewei als wapen ter bechikking.
Eerst valt Freyr, door de hand van Surt.
Garm en Tyr vallen elkaar aan en beiden sterven hierbij.
Thor verslaat Jormungand en strompelt negen passen weg alvorens hij
bezwijkt aan het gif dat het serpent spoot.
Fenris schrokt Odin naar binnen. Maar onmiddellijk stampt Vidar met
zijn sterke schoenen de bek van het dier open en houdt de onderkant
op de grond terwijl hij met zijn handen de kaak open scheurt. Esoterisch
gesproken betekent dit dat Odin terug leeft tussen de goden, godinnen,
wights en mensen.
Heimdal vecht met Loki en beiden sterven in het gevecht.
Terug naar de Poëzie Edda, strofe 54:
‘Zwart wordt de zon, het land zijgt in zee,
Aan de hemel tollen heldere sterren;
Stroom rijst op uit het voedende vuur,
Likkend laaien vlammen naar de hemel omhoog.’
Daarna echter blijkt – en geen held(in) of wijs mens kan daar
ooit aan twijfelen – een Nieuwe Wereld geboren te worden in een
Nieuwe tijd. Strofen 56, 57, 58, 59, 60 en 61:
‘Ik zie de aarde voor de tweede maal
Groenverfrist oprijzen uit zee.
Watervallen klateren, erboven de adelaar,
Langs de bergwanden jaagt hij op vis.
De AEsir zien elkaar weer op de Wielende Vlakte,
Praten over de machtige strik die de aarde omspant;
Zij bezinnen zich over de geweldige dingen,
Over de oeroude runen van Grote God.
Dan worden de wonderlijke speelstukken
Van goud in het gras weer gevonden,
Die de AEsir ooit in de oertijd bezaten.
Op ongezaaide akkers zal koren groeien,
Het kwaad keert ten goede, Balder keert weer
Hij en Höd wonen bij de Roeper in de Zegeruïnen,
Waardige, krijgshaftige goden…
Weten jullie het nu, of niet?
Hoenir kan zelf zijn lotshout kiezen;
Dan wonen de zonen van de twee broers
In de wijde wereld van de wind…
Weten jullie het nu, of niet?
Ik zie een zaal, schoner dan de zon,
Met gouden dakpannen boven op Vuurvrij;
Daar zal een duchtige krijgersschaar wonen,
Eeuwig genieten zij van hun levensvreugde.’
Uit Vafthrudnismal uit de Poëzie Edda, strofe 45, leren
we dat bij Mimir’s bron, beschermd door Yggdrasil, een jong koppel
geliefden overleefde waaruit het mensengeslacht zich weer voortplantte.
De vrouw en man heetten respectievelijk Lif (“Leven”) en
Lifthrasir (“Overleven”).
Plagiaat 1
Onderstaand ritueel kan uitstekend met Ragnarok-magie (en seksmagie)
gepaard gaan, en is afkomstig uit Peter Carroll’s boek Liber
Kaos. Het is een bewerking van het Thanatos-ritueel, zoals gepraktiseerd
door de Illuminates of Thanateros. De aangeroepen goden/godinnen zijn
Freyja (erotische liefde), Odin (god van de dood) en Odin en/of Freyja
(als god/godin van chaos). Doel van het ritueel is door een simulatie
van de dood en seks-ervaring een staat van opwinding te ervaren en
het magische Zelf te sterken. Wild schreeuwen en bewegen kan indien
gewenst hyperventilatie of ineenstorting veroorzaken. Twee participanten
zijn ideaal, alle teksten worden door beide, of alle, participanten
tegelijkertijd gelezen, of uit het hoofd opgezegd. De vormgeving van
het ritueel verzorg jezelf, maar de rest gaat als volgt:
De deelnemers’ visualisaties zijn als volgt (eventueel versterkt
door een magisch zegel of bindrune):
Freyja (erotische liefde): een geliefde, werkelijk of gefantaseerd:geluid
geproduceerd is een orgasme-kreun;
Odin (dood): Als geraamte in donkerblauwe mantel met speer: geluid
geproduceerd is een doodsschreeuw;
Odin en/of Freyja (chaos): zoals hierboven beschreven: geluid geproduceerd
door een bizarre mix van zowel orgasme- als sterf-geluiden. Afgesloten
wordt normaliter door een extatische lachbui.
Intentie-verklaring:
“Het is onze Wil chaos te ervaren door een oefening van seks
en dood.”
Litanie 1
Waneer Freyja in ons beweegt
Zijn we meest intens onszelf
Maar wanneer Freyja ons uiteindelijk wegneemt
Wordt hetzelf omcirkeld, vernietigd
In het orgasme wordt hetzelf verloren
Chaos herinnert ons eraan,
Door middel van een grap,
Dat we niets zijn
Seks is de oorzaak van Dood
We zijn gescheiden voor Liefdes doel
Opdat leven mag bestaan
Tegen een prijs die velen angstig maakt
Denk je dat je de dood zal overleven?
Ha! Het deel dat dat denkt
Heeft amper geleefd voor de dood!
Invokatie 1
Dus kom Freyja, Godin van seks,
We roepen je op
Jij die ons kreërde
Door de chaotische conjunctie
Van genetische roulette
Kom kreëer ons opnieuw
En doodt ons opnieuw!
Onze geliefden komen eraan
Onze adem versnelt
Wanneer ze ons naderen
Onze adem versnelt
Als we elkander vastgrijpen
Onze adem versnelt
Bij de opwinding van fysiek kontakt
Onze adem versnelt
We beginnen te kreunen
We zijn bereid ons over te geven
Drie, Twee, Eén, (schreeuw van seksuele climax!)
Litanie 2
Wanneer we over de dood contempleren
Vrezen we het verlies van onszelf
Doch wanneer we staren
In het aanschijn des doods
Is de intensiteit van Zelf enorm
Op dat moment leven we echt
Chaos herinnert ons eraan,
Door middel van een grap,
Dat we alles zijn
Dood is de prijs voor seks
We zijn verenigd voor Liefdes doel
Opdat leven mag evolueren
Graag accepteren we dat
Denk je te reïncarneren?
Ha! Het deel dat dat zal
Is nu nog amper in carnatie!
Invokatie 2
Dus kom Odin, God van de dood
We roepen je op
We accepteren de ruil
Kom doodt ons opnieuw
En kreëer ons opnieuw
Ons einde nadert
Een grijnzende schedel en opgerichte speer
Onze adem versnelt
Het komt dichter en dichter
Onze adem versnelt
Dood staart ons in het gelaat
Onze adem versnelt
Opgerichte verschrikkelijke speer
We beginnen te kreunen
Als de speer neerkomt sterven we
Drie, Twee, Eén, (schreeuw van doods-angst!)
Litanie 3
Wanneer Chaos in ons beweegt
Vragen we ons af wie we zijn
Maar wanneer we Chaos zijn
Wordt de luchtbel van het zelf gebroken
En explodeert tot oneindigheid
Terwijl het implodeert in zichzelf
In Chaos zijn we beiden een grap
Twee is gelijk aan Nul
Nul is gelijk aan Twee
Niets is de oorzaak van het bestaan
Bestaan is de prijs voor de lach
Gelach bij kreatie
En gelach bij destruktie
Gelach is de beloning van het bestaan
Denk je wat-dan-ook?
Ha! Chaos is weer tintelende materie
En onze ervaring van onszelf is slechts voorspel!
Invokatie 3
Dus kom Odin/Freyja, God/Godin van Chaos
We roepen jullie op
Freyja, Odin, kom nader
Kom seks en dood!
Fantastisch mooi en verschrikkelijk
Onze adem versnelt
Wanneer twee figuren naderen
Prachtige geliefde, grijnzend lijk
Onze adem versnelt
Wanneer we onze geliefde vastgrijpen
Onze adem versnelt
Ziende de reizende speer
Onze adem versnelt
Gekreun komt uit onze keel
Een schreeuw kom in ons op
Terwijl de speer wordt gericht
En passie’s hoogtepunt wordt bereikt
Drie, Twee, Eén, (schreeuw van ???)
(Het ritueel wordt beëindigd door extatisch gelach)
Plagiaat 2
Chaos- en rune-magiër Dave Lee publiceerde een moderne bewerking
van Rigsthula uit de Poëzie Edda, gevolgd door een verhaal
aangepast aan deze tijd waarbij de god Rig, ook Heimdal genoemd - die
volgens Lee een hypostase is van Odin - Midgard weer bezoekt in onze
tijd, misschien wel net voor het Einde der Tijden – Ragnarok.
Na alle gloom and doom en sombere gedachten krijgt het verhaal
bij Lee een happy end:
“…En verder trok hij, in het midden over de paden, zijn
hart overlopend van zijn eeuwige sterke liefde voor de mensen, voornamelijk
voor de meest interessante onder hen. Op sommige momenten betrad hij
de wegen die enkel gekend zijn door sommige mensen, het gezelschap
van Kon de tovenaars-koning, de werkelijke Adel-dragenden onder de
mensen.
Terug in Asgard, overloopt Heimdal de zaken weer eens opnieuw: hij
gaat de bloedlijn van Kon na, terug naar het begin. Hij ziet dat al
Kon’s mensen, de vitkar, de rune-magiërs, voor een belangrijke
beslissing staan: zij kreëeren de nieuwigheden in het universum,
niet tevreden met de huidige stand van zaken. Ze leren hoe het zou
kunnen zijn…
En sneller en sneller dacht hij, tot het einde van alle liederen,
de Ragnarok van deze grote Cyclus. Kon’s afstammelingen zijn
de erfgenamen van een omgevormd universum, voor eeuwig spelend in cyber-assen
van stervende sterren… Zij zijn degenen die het talent hebben
om intelligentie voort te brengen, genot en liefde, voor eeuwig en
altijd. Zij zijn de proto-types van een nieuw soort onsterfelijken.
Rig’s laatste masker valt weg; en zo onthuld zich Hij die van
de mensheid houdt. Het is de pure intelligentie van Odhr, het ene Oog
dat schittert in de kern van alle bewustzijn.”