En na de Ragnarok zal de wereld als nieuw zijn, met dezelfde bomen,
bloemen en kruiden rondom ons. Hier volgt een korte beschrijving van
acht bomen en acht kruiden.
De Vlier (Sacumbus nigra). De vlier is een opvallende verschijning
in de lente met haar lichtgroene bladeren, zoet-geurende witte bloemen,
en haar tegen de herfst nette trosjes donkerpaarse bessen. De boom herbergt
dikwijls vele Boom-elfjes en behoort toe aan de godin Hylde-Moer. Mogelijk
wijst de naam Hylde-Moer naar de godin aller geheimen, Hulda, of naar
Vrouw Holle, bekend uit het sprookje der gebroeders Grimm. De boom moet
met veel respect behandeld worden, anders kan er onheil van komen. Een
baby-wiegje maken van vlierhout, is gevaarlijk. Vooraleer iets van de
vlier te nemen, weze het hout, bloem of bessen, zeg best iets in de trant
van: “Hylde-Moer, schenk alsjeblieft een beetje hout of fruit aan
mij, bij later gelegenheid krijgt U dan een stukje terug van mij.” Best
is een dag voor het plukken je intenties mede te komen delen aan de boom,
zodat alle wights ruimschoots tijd krijgen om te verhuizen. De dunne
twijgen die makkelijk uit te hollen zijn met een priem zijn ideaal om
vuur mee te stoken om de haard te laten branden. Ook kunnen er makkelijk
fluitjes van gemaakt worden. De bessen zijn lekker op zichzelf, en worden
dan ook verwerkt in drank of jam, en bevatten vooral veel vitamine C.
Rond de zomerzonnewende, wanneer de vlier volop bloeit worden er rituelen
en ronde-dansen rond gehouden. Er werd, waarschijnlijk met behulp van
de twijgjes der boom zelf, een vreugdevuur ontstoken waarover werd gesprongen
als zuivering. Een Engels wijsje luidt:
‘Bark, berries, leaves and blossoms
Every part is strength and goodness
Every part is full of blessings.’
De Eik (Quercus robur). De eik is niet enkel voor de Germanen
een zeer heilige boom, maar evenzeer voor vele andere Indo-Europese volkeren.
Traditioneel wordt de boom gezien als de boom van Thor. Deze vliegt met
zijn door de bokken Tanngnjost (“tandenkraker”) en Tanngrisnir
(“tandenknarser ) getrokken gespan door de lucht en veroorzaakt
onweer door met zijn hamer Mjolnir te gooien, die steeds in zijn hand
terugkeert. Het door hem veroozaakte onweer zorgt voor turbulente atmospherische
stromingen die de aarde vruchtbaar maakt. Zijn vrouw is Sif (“relatie”),
de godin met de mooiste blonde haren. Deze haren staan symbool voor de
gezonde graanvelden. Door haar elektro-magnetische strelingen te schenken
en regen te veroorzaken bevrucht Thor Sif, en de graanvelden van zijn
vrouw.
De eik is een mannelijke boom, denk enkel aan de eikels. De vrouwelijke
tegenhanger van hem is de linde.
De eik-twijgen worden bij rituelen gebruikt om voorwerpen te besprenkelen.
Maretak van een eikenboom is uiterst krachtig, zo wil de overlevering.
En onder de eik kan men truffels vinden.
In de ASF-Futhorc is de eik nummer 25:”ac”. Het vers leest:
‘De eik levert voedsel aan het zwijn
Die voedsel wordt voor de mensen op het land
Over de zee vaart hij vaak als boot
de speerman (=storm op zee) test of de eik
zijn nobele loyaliteit waar maakt.’
De naam van de eik komt af van het Indo-Europese *deru-, wat
staat voor “sterk, resoluut”. Ook de Engelse woorden tree
(“boom”), truth (“waarheid)”, troth (“toegewijdheid”, “loyaliteit”)
komen van de stam *deru- alsook het woord Druïde (van *druwid-)
is er van afkomstig en betekent “hij die de eik kent”, of
ook “hij die de waarheid kent.”
De Es (Fraxinus exselsior). Velen beschouwen de wereldboom
Yggdrasil als een es, anderen zweren bij de taxus. In de mythologie worden
in ieder geval de eerste twee mensen – man en vrouw - gemaakt uit
de “krachteloze” mannelijke es en de vrouwelijke olm, al
is al eerder vermeld dat in plaats van een olm het ook om een druif of
andere klimplant zou kunnen gaan. Odin, Hoenir en Lodur vonden deze bij
een strandwandeling. Odin gaf ze adem, Hoenir gaf ze geest, Lodur tenslotte
ze gaf ze kleur en gelaatstrekken. In de ASF-Futhork neemt de Es plaats
26 in: en het begeleidende vers luidt:
‘De es is zeer hoog, geliefd door mensen,
zijn basis is sterk; hij houdt stand,
hoewel velen de boom aanvallen.’
Verder vormt de es samen met de eik en meidoorn de “Elfen-triade”.
Waar deze bomen in elkaars onmiddellijke omgeving voorkomen is de kans
om Licht-elfen te ontmoeten groot.
Een es kan mannelijke of vrouwelijke bloemen hebben, maar het komt ook
voor dat ze bloemen van beide geslachten hebben.
De Berk (Betula alba). De berk-rune (Berkano) is samen met
de taxus-rune (Eihwaz) de enige boom die in alledrie de Futharks een
rune toegewezen heeft gekregen. Meer uitleg hierover, ondermeer de drie
rune-gedichten, zag men eerder in hoofdstukken 4 en 6.
De oude Indo-Europeanen noemden de boom “Bhereg “, wat betekent “omgeven
door het briljante”. Er werd zelfs een verband gelegd tussen het “briljante” en
Freyja’s meest waardevolle juweel: Brisingamen.(“vurig halssnoer”).
Wat voor de Odiaan de Valknutr is, is volgens sommigen Brisingamen dat
voor de Freyjane – namelijk het meest belangrijke symbool en mysterie.
Deze “briljante verschijning” is een symbool van, of zelfs
een feitelijke poort naar de Ander Wereld.
Thorsson in Le livre des Oghams schrijft:
‘Zelfs in de originele middeleeuwse romans van Keltische oorsprong;
wanneer men een jonge vrouw zag
in een groen kleed en je zag haar witte huid tussen de spleten komt
die vrouw heel zeker van een Andere Wereld. Men zegt dat de berk kan
verhinderen dat een vrouw tot in de sidhe of de Andere Wereld
wordt ontvoerd.’
Via een moeilijk procede is het mogelijk Berk-sap
wijn te maken, maar hier ontbreekt het aan plaats om de techniek te
omschrijven. Wel praktisch is het zogenaamde “birching”, het stimuleren van de huid
door lichtjes erop te slaan met enkele berketwijgjes. Dit werd in de
middeleeuwen in vele sauna’s toegepast, en vandaag de dag nog steeds,
zei het in selecte groepen. Er is een gezegde dat beweert dat “birching
beats the evil wights out of lunatics.” Maar Inga Steddinger, in
haar boekwerkje Wiccan Sex Magic, vermeld birching,
- flagellatie met behulp van een handvol berke-twijgjes – als voortreffelijke
techniek om tijdens seks-magische rituelen goede, Vanische,
energieën in het lichaam te brengen. Let bij birching wel op dat
je nooit de ogen van iemand raakt (gebruik eventueel een beschermende
blinddoek), of dezelfde twijgjes bij verschillende personen gebruikt,
het eventuele bloed erop kan besmettingen veroorzaken.
Zoals gezegd wordt de witschijnende Berk gezien als
een deel van de Andere Wereld. Mogelijk de mooiste wandeling die ik
ooit maakte was die op een heuvel in de gemeente Asch, in een herfst
op een verhoogd plateau in een berken-bos. Er was enorm veel mist en
de bodem was enkel langzaam te begaan door de hoge vochtige graspollen.
De vloer was ook bezaaid met allerlei soorten paddestoelen die we amper
konden zien, net zoals we zelfs onze voeten niet meer zagen - maar
per ongeluk trapten we af en toe op Lycoperdons – de kaki-groene stuifzwammen (“poffers”)
waardoor de mist hoger dan ons en in de weide omgeving groen werd.
De Beuk (Fagus sylvatica). Het Duitse woord “Buchstabe” betekent “letter”en
duidt erop dat beukenschors gebruikt werd om op te schrijven, en zeer
wel mogelijk ook met runen werd versierd, vooraleer het Latijnse schrift
werd overgenomen in onze streken. Het Duitse woord voor de beuk is “Buche” en
het het woord voor boek “Buch”. De link met het Nederlandse
woord “boek” is duidelijk. Van de beuk wordt gezegd dat zijn
twijgen of schors gebruikt kunnen worden voor divinatie. In ieder geval
is de beuk een “vruchtdragende boom”, wat volgens Tacitus’ Germania
een criterium was voor het kiezen van lot-voorspellend boom-materiaal.
Beukenhout is zoals alle andere soorten hout erg vergankelijk, vandaar
dat er nu zo weinig runen-inscipties in hout zijn overgebleven.
De Meidoorn (Crataegus oxyacantha). Meidoorn vormt samen met
es en eik de “Elfen-triade”. Zo noemt men het trio bomen
waar, als ze op één plek samen groeien, het makkelijker
dan gewoonlijk is om Elfen tegen te komen. Uit het verhaaltje over een
bezoek aan Elfenland, aan het eind van hoofdstuk 12 over Freyja, ontmoet
iemand haar tweelingsbroer Freyr onder een meidoorn, die zo haar reputatie
als boom der Elfen verstevigd.
Een andere naam voor meidoorn is haagdoorn, wat doet denken aan het
oud-Duitse woord Hagezusa: “zij die op een haag rijdt”, of “zij
die op een haag zit”. Hagezusa is de voorloper van het moderne
woord “heks”.
De belangrijkste legende over de meidoorn is misschien wel deze van
Josef van Aramathea, de oom van Jezus die samen met Maria Magdalena en
enkele andere getrouwen, aan zijn kruis wachtte tot Jezus’ dood
intrad en zijn lichaam daarna opborg. Jaren later vertrok hij met Maria
Magdalena en haar kroost naar Zuid-Frankrijk waar Maria afstapte, mogelijk
samen met de Graal. Jozef vaarde verder tot Glastonbury waar hij als
zakenman waarschijnlijk al vaak was geweest. Hij plantte zijn staf, gamaakt
van dode meidoorn in de grond en deze begon spontaan weer te bloeien.
Sindsdien bloesemt de meidoon te Glastonbury twee maal per jaar en rond
kerstmis worden enkele takjes naar de Engelse koninklijke familie gestuurd.
Dat laatste stond nog vermeld in Prinses Diana Spencer’s biografie A
Royal Duty door Paul Burrell. Er zijn ondertussen trouwens al groepen
die Diana als de godin zien van een religie die explosief zal groeien,
en die waarschijnlijk geënt zal worden op Romeinse Diana-cultus.
De Taxus (Taxus baccatta). De Taxus, oftewel “Naald-es”,
komt in alledrie de rune-gedichten voor alsook, weer samen met de berk,
in het Abecedarium Nordmannicun - een piepklein runen-gedichtje
uit 800 CE. Als laatste zin staat er te lezen “Yew holds all”.
Wat wil zeggen: “De taxus (Yggdrasil) omvat alles”, of “De
taxus (Yggdrasil) houdt alles bijeen”.In de ASF Futhork komt Eihwaz
(“Taxus”) zelfs twee maal voort, aangezien de 27 ste rune “Taxus-boog” heet.
Zoals de es word de taxus vaak gezien als Yggdrasil, de boom waar Odin
negen dagen aan hing, gewond door zijn eigen speer, zonder drank of voedsel,
waarna hij eindelijk schreeuwend de runen opnam.
Taxusbomen zijn zeer mooi, maar alle kinderen moeten leren nooit van
de rode besjes te eten, aangezien deze levengevaarlijk zijn, zoals de
gehele plant overigens. Het woord toxisch (giftig) komt overigens van
de naam Taxus. Paradoxaal genoeg bevat deze giftige plant enkele stoffen
die een geneeskrachtige werking hebben. Taxol bijvoorbeeld wordt gebruikt
om bepaalde kankers te behandelen.
Verder is het gezelschap van taxus en eik het duo der langst levende
bomen.
Meer info over de taxusboom vind je in The Sacred Yew, een
boek geschreven Anand Chetan en Diana Brueton, met medewerking van expert
Allen Meredith (Uitgever Penguin Arkana, 1994)
De Wilg (Salix alba). De wilg, die haar takken drenkt in het
water, verwijst naar de “De Dame van het Meer” in zowel Keltische
als Germaanse mythologie waarover Andrea Haugen (respectievelijk onder
de de namen Nebelhexë en Hagalaz’ Runedance) zingt:
“Beneath the surface, beneath the waves, my secret sleeps.”
Vroeger maakte men van de schors zalf tegen reuma, zoals het beschreven
staat in een van Diana Paxson’s “fantasy”-boeken. Later
kwam men erachter dat vooral de stof salyceen-zuur geneeskrachtig was.
Aspirine is niets anders dan datzelfde salyceen-zuur, en is één
van de meest gebruikte “lichte” pijnstillers. Zelfs dagelijks
gebruik van een lage dosis aspirine zou gezond zijn want goed voor het
hart.
Het meest verbazende feit tijdens mijn onderzoeken naar de wilg was
wel de bewering dat de wilg die bij water groeit dit naar beneden doet
dankzij het de door water gereflecteerde licht.
De Lijsterbes (Sorbus aucuparia). De lijsterbes is de boom
van Sif en dit niet enkel vanwege haar good looks – Sif
had het mooiste blonde haar van alle godinnen, terwijl de bessen van
de lijsterbes een lust voor het oog zijn. In één van de
mythen valt haar gemaal Thor van een helling en kan hij zich ternauwernood
redden door zich vast te grijpen aan een lijsterbes, vandaar dat het
Sif’s boom is. Over Sif is weinig bekend, behalve dat ze voor haar
relatie met Thor ze al een zoon had: Ullr. Ullr is de winter-, ski- en
boogschutter’s god. Hiermee komt hij ietwat overeen met Skadi,
de godin van het verre Noorden, naar wie Scandinavië – Skadinauja
- genoemd werd. Samen met Thor had Sif later een dochter, Thrud (“macht” )
genoemd, terwijl de andere zonen van het gezin waarschijnlijk Modi en
Magni (“de sterke”) zijn.
Thrud werd mogelijk een Walküre. Thor zelf was de zoon van Odin
en Jord (“Aarde”), en de Engelse naam voor lijsterbes is
Rowan, en de Rowan wordt vaak vermeld in de folklore van heidense gebieden.
In de obscure film The Wicker Man uit de jaren zeventig heet
het verdwenen hoofdpersonage ook niet toevallig Rowan. Sexy Britt Ekkland
speelde mee in de film, en begin jaren ’90 werd het musicale hoofdthema
door Nature & Organisation/Current 93 ook bewerkt en op CD gezet.
Tenslotte, in de Botanic Garden van Reykjavik is een grote verzameling
van verschillende soort Sorbus te bewonderen. Eén van de bijnamen
van lijsterbes is “levend hout”.
Bij de Kelten was de lijsterbes de boom van de god Lugh, die in veel
opzichten overeenkomt met Germaanse god Odin.
De Linde (Tilia platyphyllos). De Linde werd doorgaans vanwege
haar witte bast gezien als Freyja’s boom, en soms ook als Sif’s
boom. Niet toevallig dus dat er “onder de linde” heel wat
afgezoend werd en huwelijksaanzoeken werden gedaan. Dreven en lanen werden
met lindenbomen aangelegd - heerlijk is het onder zulk lichtgroen bladerdak
te fietsen of te wandelen.
Er is een bepaalde connectie tussen Eik (Thor) en Linde (Sif). Onder
beiden werd vroeger op het dorpsplein recht gesproken, maar even opvallend
is hun “amoureuze connectie”. Zie een enkele strofe uit het
gedicht door Tovie H., Er is een bos:
‘…
Aan de ene kant stond het huis Isis
Naar de legende bewoond door de jonker
Daarbinnen zag je wat al dan niet is
Tussen muren verlaten en donker
Aan de andere kant staat de Grote Eik
De oudste boom, sterk en machtig
En bij hem de Linde die nooit van hem wijkt
Sierlijk is zij, en sterk en prachtig
Daartussen leeft het bos
En daartussen lopen de paden
Nu overgroeid door gras en mos
Waarheen kan niemand nog raden
…’
Van Lindehout werden schilden gemaakt (waarop vaak fraaie wapenschilden
werden geschilderd – een studie op zich) en van de fijngeslagen
linde-bast maakte men touwen, de treksterkte daarvan zou zo sterk zijn
als die van staal.
Volgens de Romeinse geschiedschrijver Herodotus zouden de Scythen Linde-hout
hebben gebruikt voor bepaalde vormen van magie.
De Wilde Paardekastanje (Castanea dentata). In dit hoofdstuk
zijn de bomen en kruiden niet gerangschikt naar correspondentie met een
rune. Maar van de paardekastanje kan men zeer zeker zeggen dat die bij
de rune Ehwaz (=”paard”) hoort. De rune Ehwaz staat in de
eerste plaats voor vertrouwen; tussen ruiter en paard, tussen Fylgja
en mens, tussen geliefden. Het Engelstalige woord “mare” kan
duiden op een geest die iemand in zijn droom lijkt te verstikken, en
die foutievelijk gelijkgesteld word met de Fylgja of andere geesten.
Dit zegt niets negatiefs over de “maron” (kastanje in het
Frans), maar duidt er enkel op dat de paardenkastanje een droomboom is.Wie
een rijpe kastanjebolster opent zal een glanzend bruin juweel ontdekken
met een grote witte stip. Als deze stip dan ook nog de vorm van een hartje
heeft, wat wel eens voortkomt, is het helemaal perfect als cadeau voor
je geliefde, of bij gebrek daaraan, aan jezelf. Het Engelse woord voor
de boom chestnut wat er op wijst dat de kastanje als juweel
of amulet voor de hartstreek hing. En ik besef nu pas, bij het typen
van deze zin, dat ik in mijn kindertijd ook zulke kastanje-hangers droeg.
Ik wil hier ook nog even de paardebloem vermelden die eveneens door
het woord “paard” aan de Ehwaz-rune en zo aan het “vertrouwens-principe” gebonden
is. Wanneer de gele bloemetjes weg zijn, komen daarvoor witte draadjes
met zaad in de plaats. Je kan ze wegblazen in de richting van je geliefde,
of anders naar het westen (Vanaheim), met als doel succes in de liefde
te verwerven.
De Appel (Pyrus malus). De appel is de vrucht van de godin Idunna (“hernieuwster”).
Elke dag deelt ze haar fruit uit aan de goden en godinnen zodat deze
eeuwig jong en gezond blijven. In één van de mythen steelt
de reus Tjazi met behulp van de trickster Loki haar appels en ontvoert
hij ook Idunna zelf. De goden en godinnen verouderen bijzonder snel.
Loki wordt door de AEsir en AEsynjur verplicht een oplossing te zoeken,
wat betekent Idunna en haar appels terug te brengen. Dat lukt hem ook,
in vorm van een valk ontvoert hij Idunna, die de vorm van een noot heeft
aangenomen. Tjazi volgt hen maar wordt gedood door de goden. Dan komt
de dochter van Tjazi, Skadi, razend van woede naar Asgard, maar ze is
tevreden als ze bij wijze van compensatie met Njord trouwen mag.
Voor pentagram-fans: snijdt een appel horizontaal door en je verkrijgt
een pentagram. In rune-taal is dat vijf maal Laguz. Hert pentagram als
dusdanig werd in de Noordse magie nooit gebruikt.
Voor cider-liefhebbers, ga naar West-Engeland, best nog Glastonbury,
en drink de appel-alcohol drank uit flessen of jerrycans. Je kan er de
volgende dag wel een verschrikkelijke buikpijn aan overhouden, benevens
de de andere klachten van een kater.
Kruiden
Knoflook (Allium sativum). De één-en-twintigste
rune heeft net als de runen Kenaz en Algiz twee namen: Laguz (“water-meer”)
en Laukaz (“look”). Bij uitbreiding geldt dit voor alle Allium-soorten
uit de look-familie, waaraan vele speciale krachten aan werden toegekend.
Een bekende en veelvoorkomende rune-inscriptie is “Lina Laukaz”,
wat simpelweg vertaald wordt als “vlas en look” of “linnen
en look”, zie hierover ook hoofdstuk 5. Vlas was uiteraard zeer
belangrijk voor kleding en sier-doeken, Laukaz was gezonde, zuiverende
voeding. Knoflook stond ook bekend als “speer-look” en als “koning
der grassen”. In Gudhrunarkvida I , uit de Poëzie
Edda, lezen we “De knoflook groeide al snel boven het gras”.
Huislook (Sempervivum tectorum) is een veel voorkomend sierplantje
met een ietwat vreemde vorm en word doorgaans donderblad of ook “Thor’s
baard” genoemd. Deze soort look werd traditioneel dan ook op daken
van huizen geplant om te beschermen tegen bliksem.
Eén van de blijvende mysteries der kruiden-farmacologie is de
heilige plant Molly waarvan Christian Rätsch in zijn Dictionary
of magical plants beweerd dat ze wel eens zou kunnen slaan op Allium
Moly, in onze taal bekend als Magische Molly en in het Engels “Magic
Moly”. Het zou voor dit boek te ver voeren de geschiedenis van
Molly in de Griekse en Perzische kultuur te onderzoeken. Wie deze look-Molly
wil bezichtigen kan begin april een wandeling maken in het Dielegem-park
te Jette, Brussel. De geur van look zal de aandacht van de bezoeker naar
de grond trekken, alwaar hele oppervlakten met het eetbare kruid zijn
bezaaid. Eeuwen geleden teelden monniken op deze plaats kruiden, waarna
de Molly er vrij ging groeien.

Illustratie 16.1: Magische Molly
Vlas (Linum usitatissimum). In de Volsungen Saga wordt
melding gemaakt van Brunhildes decoratief weven van Sigurds daden op
grote doeken van vlas gemaakt. “Vlas” of “linnen” worden
vaak, dikwijls samen met look, vermeld in runen-inscripties. Sinds minstens
zevenduizend jaar wordt vlas gebruikt voor allerlei doeleinden, zoals
vezels voor touwen, kleding en zeilen van schepen. Het olie uit de zaadjes
word gebruikt om verf en lijm mee op te lossen. In juli en augustus hangen
sierlijke vlasbloemetjes aan hun stengels wat naar beneden gebogen met
meestal blauwe en soms witte bloemetjes kleur “haast onder de oppervlakte”.
Als velden van Asgard op Midgard. Vlas, linnen en het spinnen ervan behoorden
vooral tot het domein van de godin Frigg.
Bijvoet (Artemis vulgaris). Bijvoet wordt al millenia gebruikt
als geneeskrachtig en magisch kruid. Bij de Chinezen wordt het kruid
vaak gebruikt bij moxa, een bepaalde vorm van acupunctuur. Johannes
de Doper zou tijdens zijn verblijf in de woestijn een bijvoet-gordel
gedragen hebben. Van de Germaanse dondergod Thor werd ook gedacht dat
hij een gordel van bijvoet droeg. In de literatuur komt de plant het
eerst voor in de Lacnunga, het millenium oude Negen Kruiden
Lied waarin Odin ziektes te lijf gaat met negen kruiden, waaronder
bijvoet. Soldaten van verschillende legers legden bladeren van het langs
de wegen veel voorkomende kruid in hun schoenen voor lange marsen. Tegenwoordig
wordt bijvoet-wierook weer gebruikt bij rituelen en bijvoet-kussens gebruikt
om nachtdromen beter te onthouden. Voor hetzelfde doel kan voor het slapen
gaan ook een kopje bijvoet-thee gedronken worden. Serieus droomwerk begint
echter altijd met het opbrengen van de zelf-discipline, bij het wakker
worden onmiddellijk op te staan en alle droom-details op te schrijven,
of op te nemen op een klein band-recordertje dat langs je bed ligt. Aarzelen
doet de details van de droom meteen vergaan. Nu ik eraan denk: mijn laatste
droom (de nacht voor ik dit schreef) was die van een everzwijn in vreemde
kleuren die rakelings langs me door rende, het zwijn is een heilig dier
van Freyja en Freyr. Het is zeker mogelijk tijdens je dromen in kontakt
te treden met Alfar, Disir of andere wights. De Disir bijvoorbeeld zijn
soms bijzonder actief in het sturen van waarschuwende dromen. Persoonlijk
kan ik niet zeggen of bijvoet, hop (Humulus lupulus) of Calea
(Calea Zacatechichi) mijn dromen ooit hebben beïnvloed,
maar chemische beïnvloeding van dromen is zeker mogelijk, heb ik
geleerd bij het gebruik van het synthetische medicijn Novirel (in code
weergegeven).
Familie-leden van bijvoet zijn absint-alsem (A. absinthium)
waarvan de zeer sterke en licht hallucinogene alcoholische drank Absinthe
gemaakt wordt. Ook is er Dragon (A. dracunculus), een gezond
en geliefd kruid in de keuken, waarvan de wortels eruit zien als kleine
serpenten. In onze streken bereikt Dragon zelden een meter lengte, maar
in Rusland waar de plant vandaan komt is dat wel anderhalve meter. Het
vierde bekende kruid van dit viertal der Groene Fee is Citroenkruid (A.
abrotanum), een afrodisiac wanneer men het als thee drinkt, en over
het algemeen een geluksbrenger.
Dit viertal planten is uiteraard opgedragen aan Griekse Godin Artemis.
Duizendblad (Achillea millefolium). Duizendblad groeit op de
meeste plaatsen aan de kant van de weg, vooral langs autowegen, treinrails
en kanalen, en zelden ook langs bospaden. De plant heeft witte bloemen,
maar wordt vaak niet eens meer opgemerkt omdat hij zoveel voorkomend
is. Wie echter beter kijkt ziet dat de bloemen vaak een lichte roze tint
hebben. En wat meer is, sommigen hebben zelfs een kleur tegen het rode
aan. Waarschijnlijk hebben de “voorouders” van verschillende
sub-soorten duizenblad zich vermenigvuldigd in kwekerijen en zijn dan
ontsnapt.
Duizenblad-thee is een excellent middel tegen koorts. Een kopje per
uur kan dan geen kwaad. Gebruik hiervoor één eetlepel gedroogd
duizenblad en laat dat een kwartiertje trekken. Duizendblad wordt ook
gerookt, met of zonder tabak erbij. Duizendblad-wijn is werkelijk een
wonderdrankje, dit dankzij de aanwezigheid van ondermeer thujone, matricine
en verschillende coumarinen die allen een psychoactieve werking hebben.
Er zijn uitgebreide recepten voor, maar het makkelijkst is het volgende.
Je koopt een liter vlier-bessen wijn, draait de dop open, giet wat wijn
weg (en drinkt dat slokje op, of, nog beter, giet het bij een nabije
vlier-boom als offer aan die boom), dan voeg je twintig tot dertig gram
duizendblad toe en laat dit drie dagen trekken. Daarna zeef je het geheel
grondig en drinkt één of een paar glazen. Als je dit afrodisiacum
samen met je partner gaat drinken kan je natuurlijk best meteen twee
flessen vlierbessen-wijn kopen en bewerken.
Tenslotte een weetje: bij consultatie van de I-tsjing, het
millenia-oude Boek der Veranderingen der Chinezen, werden stokjes
van duizendblad gebruikt om de toekomst te voorspellen.

Illustratie 16.2: Duizendblad
Slaapbol (Papaver somniferum). Slaapbol staat beter bekend
als opium-papaver en heeft pijnstillers als codeïne en morfine als
ingrediënten. De enige andere Papaver-soort met morfine is Papaver
setigerum, en die komt in onze streken niet voor, wel aan de Middellandse
Zee. Reeds duizenden jaren worden in onze en vele andere gebieden poppies gekweekt
en tot opium, een bruine stroopachtige gel,verwerkt. Tuinen waarin de
plant geplant was werden “Odin’s akkers” genoemd. De
Scandinavische namen voor de poppies beginnen steeds met de VAL- formule.
Vele krijgsmannen, ridders en heksen uit het verleden droegen opium bij
zich om de pijn te verlichten bij het oplopen van wonden bij strijd of
marteling. Tegewoordig mogen enkel medici en tuiniers de plant nog planten
voor wetenschappelijk of decoratieve doeleinden. Maar waar een Wil is,
is een Weg. Wat gebruik betreft is de makkelijkste manier het aanmaken
van thee met behulp van behoorlijk wat citroensap, die het effect van
de morfine nog versterkt.
Andere hier groeiende leden van de Papaver familie zijn het slaapmutsje (Eschscholzia
californica), ook bekend als rustgevende goudpapaver. Verder enkele
soorten klaprozen die ietwat rustgevend zijn maar de mythe dat er morfine
in zou zitten is ondertussen wel achterhaald. Stekelpapaver (Argemone
mexicana) werkt sterk pijnstillend en stoned-makend, maar kan
ook wel eens hoofdpijn veroorzaken. Stinkende gouwe (Chelidonium
Majus) groeit het het hele seizoen door, heeft een gele bloem,
wordt ook gele gauwe genoemd en werkt uitwendig tegen wratjes. Dicentra
eximia heet in het Nederlands “bloedend hart plantje” en
is een prachtig sierbloempje, Dicentra formosa en Dicentra
spectabilis zijn eveneens een lust voor het oog. Holwortel (Corydalis
cava) en vingerhelmbloem (Corydalis solida), zijn te
herkennen aan hun walnootdikke wortels - die van de holwortel is hol,
die van de vingerhelmbloem vol. In onze streken worden deze planten
amper nog medisch gebruikt maar bij de Chinezen worden ze nog altijd
geprezen als behoorlijk krachtige pijnstillers.
Tenslotte vemeld ik hier Bloedwortel (Sanguinaria Candensis),
die door de Indianen net als de Gele Gauwe gebruikt werd om te verven.
Christian Rätsch, Claudia Müller-Ebeling en Wolf-Dieter Scholl
beweren in hun boek Witchcraftmedicine dat de opium-poppy
de “Tree of life” was bij de pre-Romeinen. En dat het de plant
was van de Griekse Godin Demeter.
Mandragora (Mandragora officinarum) en Alruin zijn twee namen
voor dezelfde plant. De naam “Al-ruin” doet denken aan die
van de tweeduizend jaar geleden door Germanen aan de Rijn vereerde wijze
vrouw Albruna. Albruna betekent “Elf-confedante”, of “zij
die door de Elfen wordt vertrouwd”.
Albruna behoort tot een kleine groep van (semi-)walküren; samen
met Veleda (“goedgezind” of “wijze vrouw”) en
Walaburg (“vrouwe met toverstaf “ - naar het Latijnse woord “walus”).
Een andere maar eerder dubieuze vertaling van Walaburgs naam heeft betrekking
op de VAL-formule, en dan is de vertaling mogelijk Burcht der
Uitverkorenen,of ook: Toverburg. Dat zou erop wijzen dat deze vrouw in
zulk een toverburcht verbleef.
Hans Christian Andersen schrijft in zijn bekendste sprookje De kleine
zeemeermin: “… elke volgende minuut gooide de oude
heks een vers ingrediënt in haar ketel, en het brouwsel kookte
en brobbelde en op het einde kwam er uit de pot een angstwekkende schreeuw,
bijna even erg als die welke men hoort wanneer men een mandragora uit
de grond trekt.”
Mandragora heeft om vele redenen een enorm intrigerende aantrekkingskracht
op heksen. In de Nederlandse-sprekende gebieden komen ze haast niet voor
en import gebeurd, nu zowel als in de oudheid, vanuit het Middellandse
Zeegebied. Zeer opvallend is de antropomorfe (op een mensgelijkende)
vorm van de wortel. Verder zijn er de farmacologische, pijnstillende
en hallucinogene stoffen die zich in de wortel bevinden, en die erg gevaarlijk
zijn. De bessen van de mandragora zijn minder gevaarlijk dan de rest
van de plant en worden soms in eetbare recepten opgenomen. Er zijn ook
ooit romantici geweest die vermoedden dat de verjongende appels die Idunna
dagelijks aan haar mede-goden en –godinnen uitdeelde mandragora-bessen
waren.
Meer over mandragora in mijn boek Ecodrugs ,verschenen in 1996
CE.
Paddestoelen: Verschillende paddestoelen die in Noord-west Europa groeien
hebben hallucinogene effecten. De meeste daarvan zijn niet giftig – tenzij
dan voor kinderen. Bekendst zijn de Psilo- en Panaeolus-soorten. Ook
sommige Lycoperdon-poffers met kaki-kleurig stof zouden hallucinogeen
zijn, al nodigt de plant niet uit tot consumptie. Meer onderzoek is nodig.
Verder zijn er nog vele voedzame, genezende en bijvoorbeeld ook in het
duister lichtgevende paddestoelen die dichter bij ons groeien dan we
denken. Zelf belicht ik hier even de Vliegenzwam (Amanita muscaria).
Deze is bijlange na niet zo giftig als de meeste paddestoelen-boeken
ons willen doen geloven. Vliegenzwam was het belangrijkste bestanddeel
van de heilige drank Soma, die onze voorouders in Azië in Vedische
tijden dronken en die in de Vedische geschriften tot in het oneindige
beschreven worden als zijnde goddelijk. Soma leidde doorgaans tot vreedzaam
samenzijn en was bijzonder verbonden met de dichtkunst – net zoals
de Heilige Mede in de Germaanse geschiedenis. Hogere dosissen werden
gebruikt door de strijders-god Indra (tweede-functie-god, net als de
Reuzen-bevechtende Thor) die in Soma-roes, de burchten zijner vijanden
aanvalde.
Hier nog wat prijzenissen uit de Veda’s: ‘Laat ons Uw lichten
branden, jij allereerste Pavana (=Soma), breng ons raad en daad; Dit
is een gezicht als dat van de zon, dat de zeeën in zeven stromen
ten hemel laat vloeien; Louter U zelf, Soma, door met Uw wonderbaarlijk
hulp zienergaven te schenken;…’
Ook Varuna, die in Dumézils drie-functies-systeem gelijkstaat
met Odin, wordt met Soma in verband gebracht.
Roomse Kamille (Chamaemelum nobile) en Echte Kamille (Matricaria
recutita). Beide soorten komen vaak in de zomer voor, door elkaar
heen, langs wegen, wandelpaden, treinroutes en op bouwwerven. Beiden
hebben witte bloempjes en zijn geschikt om een rustgevende thee van
te zetten, en beiden worden ook wel “Balders Wimpers” genoemd,
naar de bleke en tragisch gestorven zoon van Odin en Frigg. Men kan
beide onderscheiden door in de bloemknop te knijpen. De vooruitstekende
en holle bloempknop behoort aan toe aan de Echte Kamille. De volle
bloemknop uiteraard aan de Roomse. Kamille werd al vernoemd in het
Oud-Engelse Negen Kruiden Lied. De Roomse Kamille zou ook een genezende
invloed hebben op zieke planten uit zijn omgeving. Ook zijn er varianten
van Roomse kamille zoals de Loopkamille (Chamaemelum nobile)
die speciaal op grasperken geplant worden om te dienen als zeteltjes.
Andere soorten Kamille zijn Valse Kamille (Anthemis arvensis),
Stinkende Kamille (Anthemis cotula), Schijfkamille (Matricaria
matricarioides) en Reukloze Kamille (Matricaria maritima).
Wolfskers (Atropa belladonna). Net als mandragora is wolfskers
lid van de familie der Nachtsschade-achtigen. Deze twee kruiden, samen
met doornappel en bilzenkruid vormen het sinistere kwartet der
Solanaceae. In Ecodrugs 2; een psychoaktief boek wijdde ik reeds
een hoofdstuk aan deze plant in welke volgens de legende een wondermooie
vrouw zou wonen. De plant wordt dan ook Belladonna (“mooie vrouw”)
genoemd, maar die naam kan ook afstammen van het gebruik van vrouwen
in de middeleeuwen om een belladonna-tinctuur in hun ogen te druppelen
om een aantrekkelijke mydriase - een vergroting van de pupil - te veroorzaken.
Een andere naam voor Wolfskers is Walküre-bes. Over de Walküren
hebben we het reeds gehad in hoofdstuk 9, het hoofdstuk over de verschillende
wights. Een walküre is uiteraard ook steeds een belladonna.
Het eten of roken van de plant is levensgevaarlijk. Vooral de mooie
donkerpaarse bessen zijn aantrekkelijk voor kinderen, en daarom kan wolfskers
best niet in de buurt van hun kinder-habitat geplant worden.
En als ze al in de tuin staan, probeer ze dan zo grondig mogelijk en
met veel respect uit te gaven en ergens ander, best op een speciale en
geschikte plaats te herplanten.
Klassiek aan een wolfskers-trip is het zien van de zwarte hond.
Sommige gebruikers maken dit verschijnsel mee, anderen niet. Maar wat
wel opgemerkt moet worden is het feit dat een wolfskerstrip dagen kan
duren, zelfs wanneer men maar een mespuntje door drank mengt. Deze trips
zijn allesbehalve aangenaam en bovendien levensgevaarlijk. Zo gevaarlijk
als Odin’s twee wolven Geri (“gretig”) en Freki (“gulzig”).
Kleine maagdenpalm (Vinca minor)en Grote Maagdenpalm (Vinca
major). We zullen ons beperken tot de kleine maagdenpalm, die
meer voorkomt in onze streken, en wel vooral als tuin-decoratie. Het
is een lage klimplant met blauw-paarse bloemetjes, met in de kelk een
geel vlekje. Een andere, en aantrekkelijker naam voor de kleine maagdenpalm
is het wijdverspreide “tovernaarsviooltje”. Men kan er
thee van zetten, maar kan daar beter niet mee overdrijven omdat er
nog maar weinig studie gedaan is naar de effecten van het kruid. Wel
werd er een spectaculaire ontdekking gedaan toen in het kruid een stof
geïsoleerd werd die de naam vincamine kreeg.
Vincamine is een een smartdrug pur-sang. Vincamine en derivaten
behoren dus tot de klasse der smartdrugs, samen met, pakweg, Ginkgo
biloba, Panax ginseng, choline en synthetische middelen als Piracetam,
Hydergine, Vasopressine en meer van dat spul dat de werking der hersenen
positief beïnvloedt (tenzij in zeldzame gevallen van allergie).

Illustratie 16.3: Vincamine
Valeriaan (Valeriana officinalis) is een van de bekendere kalmerende
kruiden. Sterke valeriaan-thee kan inderdaad voor rust zorgen. In Duitsland
heeft het kruid minstens drie namen: Valerian (bemerk de VAL-formule),
Baldrian (genoemd naar de god Balder) en ook Velandsurt, genoemd naar
Veland, de smid wiens verhaal in vele verschillende versies in haast
heel Germania voorkomt. Veland is de patroon der smeden. Sommige mensen
echter worden onrustig bij het innemen van valeriaan. Zelf heb ik ook
zoiets: ik krijg er zware, gespannen benen van. Gelukkig is het mogelijk
om, samen met valeriaan, een thee-cocktail te maken die ongewenste bijwerkingen
minimaliseert. Damiana, gifsla, slaapmutsje, passiebloem en kattekruid
komen hiervoor in aanmerking.
Katten zijn gek op valeriaan, bijna zo erg als op kattekruid. Ook voor
de mens kan een goede kattekruid-thee gezet worden, en sommigen roken
zelfs het kruid, met of zonder tabak.
Kalmoes (Acorus calamus). In mijn boek Ecodrugs schreef ik
over de psychoactieve plant kalmoes, die onder andere als tonicum, aphrodisiac,
goed voor het geheugen en verjongingskuren zou zijn. De Indianen kauwden
erop, en afhankelijk van de dosis gaf het relaxerende, oppeppende en
zelfs halucinogene effecten. Ik schreef er echter wel bij dat men relatief
verse kalmoes moest gebruiken om een psycoaktief effect te bekomen, en
dat de kalmoes verkocht in kruidenwinkeltjes meestal te oud is. Gevolg
was dat vele experimenteerders nu met afschuw aan de smaak van hun brouwsel,
dat geen enkel spoor van een positief effect had, terugdenken. Toch is
kalmoes een echte plant-allie, een kameraad op de weg. In Ecodrugs werd
al verteld over een vrouw die kalmoes nam om aan spirit-walking te
doen: des nachts lange afstanden wandelen door grote wouden. ‘Het
stimuleerde haar interne dialoog op een goede, rustige manier.’ Zelf
heb ik ooit in een warm bad gelegen na vers kalmoeswortel-poeder ingenomen
te hebben en opeens leek het of ik zweefde. Dat gebeurt wel vaker maar
het speciale was dat toen ik bemerkte dat ik zweefte ik meerdere minuten
nodig had om mezelf weer neer te halen – terwijl wanneer ik nuchter
ben enkel de realisatie van het zweven me al terug naarbeneden brengt.
In enkele van de betere Nederlandse “smart-shops” kan je
kalmoes-poeder kopen, vraag aan de uitbater om uitleg en kijk naar de
vervaldatum die op de verpakking moet staan. Op uitzondering van verse
wortel is het best poeder te gebruiken. Oude wortelstukjes zijn te vermijden.
Tenslotte de farmacologie: kalmoes bevat asarone, wat zich in het lichaam
omzet in TMA-2, dat tot dezelfde familie behoort als het hallucinogeen
mescaline. Verder bevat het ondermeer kamfer. Reeds sinds de mideleeuwen
werd kalmoes tot de “heksen”-kruiden gerekend.
Meer dan een honderdtal planten worden behandelt in mijn boeken Ecodrugs en Ecodrugs
2; een psychoactief boek.
En wie weet drinken ze in ons Indo-Europees homeland nog altijd
Intox thee (Lachochilus inebrians)