De runen van de drie traditionele Futharks zijn magische symbolen, en
zij worden behandeld vanaf hoofdstuk 4. Er zijn echter nog andere mysteries,
andere “runen”. Eén daarvan is het ontstaan van het
multiversum. We spreken inderdaad over een multiversum in tegenstelling
tot een uniform beeld van één universum. Dit omdat verschillende
waarheden, die schijnbaar elkaars tegengestelden zijn, tegelijkertijd werkelijkheid kunnen
zijn. We leven hier op Midgard, deze Aarde, in een samenleving waar een
consensus-werkelijkheid regeert. Maar de ene zijn waarheid is niet noodzakelijk
die van een ander. Een voorbeeld: lang niet alle wetenschappers geloven
dat het universum ontstond volgens de “big bang” hypothese
, maar ze moeten die theorie wel ernstig nemen, willen ze hun visie
in een acceptabel kader plaatsen om door hun collega’s ernstig
genomen te worden. Samengevat: een afwijkende mening kan abnormaal zijn
maar niettemin blijk geven van wijsheid: maar wie de consensus-werkelijkheid
(tijdelijk) niet meer kan zien wordt als waanzinnig beschouwd. De grens
tussen wijsheid en waanzin is overigens zeer vaag, zoals zowel vele wijsgeren
als waanzinnigen zullen weten.
We spreken ook over een multiversum omdat er meerdere universums zijn
die tegelijkertijd bestaan. De Germaanse kosmologie der Negen Werelden
is evenzeer waar als de opvatting dat rond de zon de Aarde draait met precies acht
of negen andere planeten. Volgens het Discordiaanse paradigma zijn er
inclusief de Aarde inderdaad tien planeten die rond de zon draaien. Hun
namen zijn met volgend engelstalig ezelsbruggetje makkelijk te onthouden: ‘Mother
Very Easily Made a Sandwich Using No Jam, Peanutbutter or Glue’:
M voor Mercurius, en dan Venus, Earth (Aarde), Mars, Saturnus, Uranus,
Neptunus, Jupiter, Pluto en Goofy. De heel wat meer serieuze mytho-astrologe
Valerie Vaughan noemt de tiende planeet overigens Persephone.
Betreffende de Germaanse kosmogonie, of ontstaangeschiedenis van het
multiversum, zijn er twee belangrijke bronnen die we hier zullen aanhalen,
de Voluspa (Het visioen van de zieneres) en de Gylfaginning (De
zinsbegoocheling van Gylfi). De Voluspa, meteen het eerste deel
van de Poëzie Edda, begint met een allusie op het onstaan
van de wereld:
Stilte eis ik van jullie, Goddelijke schepsels,
Van hoog tot laag, de nazaten van Heimdal.
Zoals Walvader wil, zal ik alles verhalen
Van vervlogen herinneringen uit het stille verleden.
Ik herinner mij Reuzen in oertijd geboren,
Die mij in vroeger tijden opgevoed hebben.
Negen werelden ken ik, negen Dragonders,
De grote Maatboom onder de aarde.
Ooit was er een tijd waarin Ymir leefde;
Er was zand noch zee, geen ijskoude golven,
Aarde was er niet, noch een hemel erboven,
Enkel een gapende leegte en gras nergens.
Het exacte woord in het Oud-Noors voor “gapende leegte” is “Ginnungagap”,
wat juister vertaald betekent: “Met machtige magie gevulde leegte”.
Zo spreekt de zieneres over het onstaan van het multiversum, en haar
verhaal houdt pas op de bij de Ragnarok, het einde van de wereld zoals
wij die kennen. Over de Ragnarok zullen we het hebben in hoofdstuk 15.
In de Proza Edda door Snorri Sturluson heet het eerste boekdeel Gylfaginning,
waarin we lezen over het bezoek van Gylfi, koning van Zweden, bij de
AEsir-goden. Hij vermomde zich en noemde zichzelf Gangleri (“vermoeide
wandelaar”), en kwam in een zaal tegenover drie tronen te staan.
De bezetter van de laagste troon noemde zich Hoge, de persoon die op
een iets hogere troon zat noemde zichzelf Even-hoog, en de derde op de
hoogste troon noemde zich gewoon Derde. Hoge boodt hem voedsel en drank
en vroeg naar de reden van zijn bezoek. Gangleri antwoordde dat hij op
zoek was naar kennis, en hij had inderdaad vele vragen in petto. We lezen
in de Proza Edda:
Gangleri: ‘Wie is de hoogste en meest oude
van alle goden?’
Hoge zei: ’Wij noemen hem Al-vader, maar in het Oude Asgard had
hij wel twaalf verschillende namen.’
Gangleri: ‘Waar is de god? Welke macht heeft hij? En welke grote
werken heeft hij ten uitvoer gebracht?’
Hoge antwoordde: ‘Hij leeft door alle tijden en regeert zijn gehele
koninkrijk en regeert alle zaken klein en groot.’
Even-hoog antwoordde: ‘Hij maakte de hemel en de aarde en lucht
en de dampkring en alles wat zich daarin beweegt.’
Dan sprak Derde: ‘Maar zijn grootste werk is dat hij de mens maakte
die hij van een ziel voorzag die voor eeuwig zal leven al wordt het lichaam
verbrand of ontbonden na een begrafenis.’
…
Gangleri: ‘Wat was het begin? En hoe kon het beginnen? Wat was
er daarvoor?’
Even-hoog sprak: ‘Lang voor de aarde er was, was er al Niflheim,
en in het midden daarvan ligt de bron Hvergelmir (“bubbelende bron”)
waaruit elf rivieren, de Elivagar (“storm-golven”), vertrekken.’
Derde sprak: ‘Maar eerst was er in de zuiderse regionen Muspelheim,
helder en heet. Die plaats is zo heet en brandt zo fel dat niemand die
er niet geboren is er kan komen.’
…
Even-hoog: ‘Het noordelijk gelegen deel van Ginnungagap was gevuld
met de massa en het gewicht van ijs en rijm. En dit rijm nam laag na
laag toe en er was mist en wind. Maar het zuidelijk deel van Ginnungagap
klaarde op door de vonken en gesmolten deeltjes die uit Muspelheim vandaan
kwamen gewaaid.’
Weer sprak Derde: ‘Net zoals in Niflheim koude en grimmige dingen
zich verspreidden, zo was datgene dichtbij Muspelheim warm en helder,
maar Ginnungagap zelf was rustig zoals bij volledige wildstilte. En toen
de rijm en de warme bries elkaar ontmoetten begon het te douwen en te
druppen, en deze druppels werden tot leven gewekt door de hitte, en het
geheel vormde de figuur van een man die de naam Ymir droeg. Van hem stammen
alle Vries-reuzen af.’
…
Gangleri: ‘Waar leefde Ymir? En waarvan leefde hij? …
En het verhaal gaat verder. Uit het gedrup kwam de kosmische koe Audhumla
te voorschijn en met vier stromen melk uit haar uiers voedde ze Ymir.
Daarop vroeg Gangleri waarmee de koe zich dan voedde? Hoge antwoordde
dat ze likte aan de rijm-stenen die zoutig waren. Uit de stenen likte
ze op drie dagen tijd een man tevoorschijn: Buri – mooi, groot
en sterk was hij. Deze Buri, een androgyn wezen, bracht uit zichzelf
Bor voort. Bor trouwde met een reuzen-dochter, Bestla, en ze brachten
samen drie broers voort: Odin, Vili en Vé. Hoog over Odin: ‘Hij
is de meest grootse en glorieuze ooit’.
Odin en zijn twee broers doodden Ymir, en brachten hem naar het midden
van Ginnungagap. Van zijn lichaam maakten ze de aarde, van zijn bloed
de zee, van zijn beenderen de bergen, heuvels en kliffen maakten ze van
zijn tanden en kiezen. De maden die uit Ymirs lichaam kropen werden de
dwergen. Ymirs schedel werd het hemelgewelf, ondersteunt door vier dwergen
in elke windrichting – ze heetten Austri, Vestri, Nordri, Sudri
(“oosten, westen, noorden, zuiden”). Van gesmolten deeltjes
en vonken maakten ze de sterren. En nog meer details werden toegevoegd
om Midgard te voltooien, zoals de baan van Zon en Maan.
Tot zover de creatie van Midgard, maar waar kwam de mens vandaan? Hierover
zegt Hoge in de Gylfaginning:
Toen de zonen van Bor langs het strand wandelden, kwamen ze langs twee
boomstammen en maakten mensen van hen. Odin gaf adem en leven, Vili gaf
bewustzijn en beweging, Vé gaf een gelaat, spraakvermogen, gehoor
en gezicht; ze gaven hen kleding en namen. De man werd Ask genoemd (“Es”),
de vrouw Embla (“Olm”, volgens anderen “Druif” of
een andere klimplant), en van hen kwam het mensengeslacht voort aan welk
Midgard werd geschonken.
In de Voluspa zijn het overigens niet Odin, Vili en Vé die de
mensen het leven schonken, maar wel Odin, Hoenir en Lodur. De strofen
luiden zo:
Toen maakten er drie zich los van de groep,
Machtig en zacht kwamen de AEsir bij een huis.
Op het strand vonden ze krachteloos en slap
Ask en Embla: onbepaald was hun lot.
Ze hadden geen adem, ze hadden geen geest,
Kleur noch stem, ook geen gelaatstrekken.
Odin gaf ze adem, Hoenir een geest,
Lodur gaf ze kleur en hun gelaatstrekken.
Kosmologie der Negen Werelden
In de mythologie zoals in de Edda’s beschreven is sprake van negen
werelden. Deze vormen de structuur van Yggdrasil, de wereldboom, en zijn
een richtpunt voor de vitki die deze negen werelden wil verkennen. Maar
het moet duidelijk zijn dat in het Noordse multiversum zowel binnen als
buiten deze negen werelden nog andere verblijfplaatsen zijn, waarover
ook sporadisch sprake is in de Edda’s. Een voorbeeld hiervan is
de reis die Thor, Loki, Thialfi en Roskva maken naar Utgard (“de
wereld erbuiten”) zoals die in de Gylfaginning beschreven staat.
Maar laten we hier kort de negen werelden beschrijven aan de hand van
volgend diagram:

Illustratie 2.1: de Negen Werelden
Midgard is onze aarde en die staat centraal in de Germaanse kosmologie.
We leven hier en nu en Stephen E. Flowers noemt deze aarde dan ook “action
central” van het multiversum. Wij leven “daar waar de actie
plaatsvind”. Karma Sonam Lahmo (aka Diseuse Romy Haag)
schrijft: ‘De gedachten die we nu denken, zijn de enige gedachten
waarover we kontrole hebben en onze gedachten zijn onze kracht (macht).
We kontroleren onze gedachten zolang we in het “nu” blijven.
Het huidige moment is zo intrinsiek sterk, dat we dikwijls vergeten dat
het “nu” en dit moment de enige tijd is die ons ter beschikking
staat. En dat “nu” schept de volgende morgen en onze verdere
toekomst.’
Vanaheim bevindt zich ten westen van Midgard en is het organische thuisfront
van de Vanir, de vruchtbaarheidsgoden. Het is een plaats waar alles groeit
en bloeit, en van waaruit weelde en welzijn Midgard binnen vloeien.
Jotunheim bevindt zich ten oosten van Midgard en is de plaats waar de
reactionaire krachten, de Jotun-reuzen wonen. Jotunheim biedt een tegengewicht
aan de invloed van Vanaheim, en terwijl Vanaheim fauna en flora in Midgard
sturen, staat Jotunheim voor het gesteente, de minerale invloed in Midgard.
Niflheim bevindt zich ten noorden van Midgard, en is de wereld van ijs.
Het is er extreem koud en het is een plaats van extreme magnetische contractie,
zoals een zwart gat. Het is de thuis van de Vries-reuzen, welke de belichamingen
zijn van vernoemde eigenschappen. Bewuste wezens kunnen er niet leven.
Muspelheim bevindt zich ten zuiden van Midgard, en is de wereld van
vuur. Het is er extreem heet en het is een plaats van ongebreidelde elektrische
expansie. Muspelheim is, net als Niflheim, in zijn kern onbewoonbaar
voor bewuste wezens, enkel de Vuur-reuzen hebben hun thuis in Muspelheim.
De verticale kolom van de negen werelden begint onderaan
in Hel, waar de gelijknamige godin Hel regeert. Het is geen plaats
waar men “gestraft” wordt
zoals in de Christelijke hel, maar een plaats met verschillende verblijven;
sommige aangenaam, anderen minder aangenaam. Men kan er rustig leven,
het is een plaats van inertia, maar men kan er maar relatief weinig of
zelfs helemaal geen invloed uitoefenen op de rest van het multiversum – terwijl
dat net de ambitie van de vitki is.
Svartalfheim bevindt zich tussen Hel en Midgard.
Het is een plaats van Inner Terrestrials, oftewel dwergen, die vorm
geven aan metalen zoals goud, edelstenen en andere grondstoffen en
vele geschenken aan de goden, godinnen en mensen gaven en nog steeds
geven. Denk aan Thors hamer Mjolnir (“bliksem”) en Freyja’s juweel Brisingamen (“vurige
halsketting”). Legendarisch zijn hun smeed- en mijnbouwtalent.
De karakters van dwergen kunnen erg verschillen, maar het is best hen
te vriend te houden.
Alfheim bevindt zich vlak boven Midgard en is de thuisplaats van de
Licht-elfen. Deze Elfen weerspiegelen niet (enkel) het licht van de zon
maar zijn zelf lichtbronnen. Behalve de Elfen verblijven hier ook de
Disir. Freyr is de god die Alfheim regeert. In zekere zin is Alfheim
reeds een minder bekend (of minder (h)erkend ) deel van de hoogste wereld,
Asgard. Alfheim is een rijk van hyper-bewustzijn. De Elfen en Disir schenken
ons uit eigen beweging inzicht. Langs de andere kant kunnen wij door
bijvoorbeeld meditatie, pranayama (ademhalingsyoga) en pathworking (reis-visualisatie)
op eigen inititiatief naar Alfheim reizen - na enige oefening.
Asgard bevindt zich helemaal bovenaan de verticale kolom van Yggdrasil
en is het rijk der AEsir goden en godinnen. Het is de plaats waar zich
vele verblijfplaatsen, paleizen en dergelijke bevinden die aan verschillende
godheden behoren. Het is de plaats van ondermeer het zuivere intelect, önd (de
levensadem) en de Walküre/Fylgja van de vitki.