HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP

Door Axel van Valvrucht


3. VAN INDO-EUROPEES HOMELAND TOT GERMANIA

De voorlopers van de Germanen, Kelten, Romeinen, Grieken, Hittiten, Perzen en andere Indo-Europese culturen worden Proto-Indo-Europeanen genoemd. “Proto-“ betekent “eerste”, of in deze kontext: “voorafgaande”. Veel mensen zijn op de hoogte van het feit dat de sprekers van Indo-Europese culturen afkomstig zijn van Azië en meer bepaald Indië en Perzië (Iran). Al zijn er ook theorieën die beweren dat “wij”, onder voorouders dus, altijd in Europa gewoond hebben – aan theoriëën geen gebrek, maar we houden ons hier aan de meest waarschijnlijke.

Deze culturen, waaronder sprekers van Indische talen zoals het Sanskriet, zouden dan later, waarschijnlijk vanaf het derde millenium BCE, Europa binnengetrokken zijn. Dit gebeurde niet in één keer, maar vond plaats invasie na invasie – al moeten we ons bij het begrip invasie niet noodzakelijk aan “oorlog” denken maar eerder aan complexe migratiegolven. Het feit dat de Indo-Europese stammen het pleit meestal wonnen kan het gevolg zijn van de domesticatie van het paard, al een tijd eerder in de Russische zuidelijke steppen.

Deze gegevens echter zeggen niets over het oorspronkelijke thuisland van de Proto-Indo-Europeanen. Professor Marija Gimbutas stelde dat het thuisland van een cultuur die zij de Kurgans noemde afkomstig was van de wouden en steppen ten noorden van de Caspische zee, nu bekend als Zuid-Rusland en Oekraïne. Deze migreerden volgens haar naar Oost-Europa, de Balkan, de Middelandse zeegebieden, en via het Kaukasus-gebergte naar Anatolië en het Midden-Oosten, alook naar Perzië en Indië. Deze volksverhuizingen zouden volgens haar reeds in het vierde millenium BCE in volle gang geweest zijn. Opeenvolgende migraties zouden dan hun voorgangers en de oorspronkelijke bewoners van deze gebieden steeds meer west-waarts gedreven hebben. Volgens Gimbutas gebeurde dit door middel van veel wapengeweld, maar andere autoriteiten op dit gebied, zoals Colin Renfrew, stellen dat dit niet noodzakelijk zo geweest moet zijn. Mogelijk legden deze Indo-Europeanen hun cultuur eerder op aan andere volkeren door middel van hun vergevorderde beschaving. Met andere woorden: zij werden aanvaard op basis van hun prestige.

Het kan ook anders plaatsgevonden hebben. In het Midden-Oosten nam de landbouw erg toe en verdwenen de jaag- en verzamelculturen geleidelijk. Als nu elke nieuwe generatie landbouwers in heel zijn leven gemiddeld dertig kilometer westwaards trok zouden na vele, vele jaren de bevolking van West- en Noord-Europa ook als landbouwers gaan leven in Europa. Bovendien, als het oorspronkelijke thuisland van de Proto-Indo-Europeanen, zoals sommigen beweren, inderdaad al in Europa had gelegen, zouden de verschillende culturen enkel daarom al affiniteit met elkaar gehad hebben en zou er niet noodzakelijk veel agressie met deze migraties gemoeid moeten zijn – al zal alles uiteraard ook niet van een leien dakje gelopen zijn. In ieder geval, Renfrew’s onderzoek gaat tot vandaag niet verder terug dan Anatolia als Indo-Europese bakermat. In volgend diagram zien we een versie van de “boom en vertakkingen” der Indo-Europese talen.

Illustratie 3.1: Schema der Indo-Europese talen

Laat duidelijk zijn dat bovengenoemde feiten berusten op grondig onderzoek, maar dat het laatste woord over de zogenaamde baarmoeder der Indo-Europeanen nog niet gezegd is. Laten we om de verbondenheid der Indo-Europese volkeren, en hun religies aan te tonen even overschakelen van geschiedenis naar mythologie en religie. In de religies van de verscheidene volkeren werden steeds de krachten van het hemelgewelf, de aarde, de hemellichamen, donder en bliksem vergoddelijkt. Daarnaast waren de religies uiteraard polytheïstisch.

De mythologie van de Indo-Europese volkeren is in de loop der tijden onderwerp geweest van veel onderzoek en speculaties. Proffessor Georges Dumézil is één van de laatste grote mythologen en we zullen hier kort zijn “driefunctie-structuur” der mythen belichten. Hierbij moet opgemerkt worden dat zijn stellingen lang niet door iedereen onderschreven worden, maar ze zijn zeker interessant om de mythologie der volkeren vanuit een bepaald perspectief in ogenschouw te nemen. Binnen de Asatru-gemeenschap is bijvoorbeeld de stichter van de Rune-Gild, Edred Thorsson (aka Stephen E. Flowers) een “aanhanger” van Dumézils theorie. Schrijver, en notoir lid van de Ring of Troth, Kveldulf Gundarsson (aka Stephan Grundy) is dan weer een notoire “kritikaster” van Dumézils stelling. Volgens Dumézil zou in alle Indo-Europese culturen hetzelfde schema terugkeren, zoals hieronder in diagram wordt weergegeven aan de hand van het Vedische (Pre-Hindoe Indisch) en Germaanse pantheon.

Illustratie 3.2: Vedisch en Scandinavisch model van de Duméziliaanse drie-functies-theorie

Eén kritiek op Dumézil en zijn geesttesgenoten is dat de magische functie uit de derde functie verdwenen lijkt. We moeten echter maar naar de persoon en de praktijken van de Godin Freyja te kijken om een Seidhkona te leren kennen. Ook Freyr verleidde de Reuzen-dochter en zijn latere vrouw Gerd met magische middelen, zoals in Skirnismal (ook getiteld For Skirnis, en doorgaans vertaald als De reis van Blinker) in de Poëzie Edda te lezen staat.

Tussen 1000 en 500 BCE zwermden de Kelten zuidwaarts uit over Frankrijk, Spanje en Portugal, west-waarts naar Groot-Brittanië en Ierland, en zuid-oostwaarts naar de Balkan en het Adriatische zeegebied. Terzijde kunnen we vermelden dat Rome rond 509 BCE werd gesticht.

Behalve de Kelten zwermden meerdere volkeren uit over Europa. Europa was al eerder bevolkt en op spiritueel en magisch vlak erg ontwikkeld, getuige bouwwerken zoals Stonehenge en Glastonbury Tor, die er al lang stonden voor de Kelten of hun priesterklasse de Druïden in beeld kwamen. Zoals eerder gesteld, de Indo-Europeanen lijken niet door middel van veel oorlogen de macht te hebben verworven maar wel door prestige, zij het op cultureel, sociaal, politiek of religieus gebied. Op militair vlak hadden zij het voordeel paard en wagen te gebruiken. Wat de Kelten betreft stellen de archeologen twee belangrijke, van elkaar ietwat verschillende culturen vast. Dit zijn de naar de vindplaatsen genoemde Hallstatt- (500 BCE) en La Tène culturen (500 BCE) op Europees grondgebied.

Het “broedervolk” der Kelten waren uiteraard de Germanen. Het is niet zozeer hun geschiedenis alswel de opgetekende geschiedenis der Kelten die verder teruggaat dan die der Germanen.

De Germanen betreden volgens de bronnen de geschiedenis toen rond 100 BCE de stammen der Teutonen en Cimbri zuidwaarts trokken tot Zuid-Frankrijk en Noord-Italië en daar felle gevechten met de lokale bevolking plaatsvonden.

Het volgende deel in de geschiedenis der Romeinse uitbreidingdrang in onze streken was de komst van Julius Caesar. Caesar schreef een boek de over zijn belevenissen, De Gallische Oorlogen, waarin niet enkel de Belgen de dappersten aller Galliërs worden genoemd maar waarin ook voor het eerst sprake is over de runen. Over het trekken van loten, als vorm van divinatie (toekomstvoorspelling), schrijft hij rond 58 BCE “ter sortibus consultum” (“ze raadpleegden driemaal het lotsorakel”), wat op het belang van deze handeling wijst.

Het volgende wapenfeit der Germanen was hun overwinning in een veldslag onder leiding van Arminius in het Teutoburger Woud waarbij drie Romeinse legioenen werden verslagen. Dit gebeurde in het jaar 9 CE en als resultaat hiervan werd de Rijn de scheidingslijn tussen Germaanse en Romeinse troepen. Toch leefden er zowel Germaanse stammen onder die grens, en bevonden er zich ook enkele Keltische stammen boven de Rijn.

Het volgende wat we over de Germanen te weten komen, komt uit Tacitus’ boek Germania, waarin hij de gewoonten van vele verschillende stammen beschrijft. Ook hij beschrijft, net als Julius Caesar, hoe de Germanen aan divinatie oftewel toekomstvoorspelling doen met behulp van runen (“notae”). ‘Niemand kent zoveel waarde toe aan voortekenen en lotsorakels als hen,’ schrijft hij. Loten met symbolen op worden op een wit kleed geworpen en geïnterpreteerd, er wordt aandacht geschonken aan de bewegingen en geluiden der vogels, ook letten ze op de bewegingen en geluiden van witte paarden.

Wat de runen betreft wordt door vele academici aangenomen dat het de stam der Heruli waren waarvan de athelingas (edel-lieden) als rune-magiërs bekend stonden. Acht rune-inscripties beginnen met de formule “Ek ErilaR” of “Ek Erilaz”. Enkele van deze inscripties worden vertaald in hoofdstuk 5. Stephen E. Flowers schrijft in zijn omvangrijk werk Lords of the Left-Hand Path:

“In de spirituele techniek of magie van de oude Germaanse volkeren transformeerde de Odinische magiër zichzelf door gebruik van runische formuleringen waarlijk tot een god-achtig wezen analoog aan de algemene karakter-trekken van de god Odin. In dit getransformeerde bewustzijn werkte hij dan zijn wil rechtstreeks op de structuur van de wereld – doorgaans door gebruik te maken van de runen die als eerste gewonnen werden door zijn patroon-god, Odin. In de oudste periode noemden deze zichzelf Erulianen, wat betekend ”zijn die opstegen tot een god-gelijkend bewustzijn.”

Laten we dit hoofdstuk afsluiten met nog wat wetenswaardigheden betreffende deze toch wel sinistere stam der Erulianen – even sinister als hun patroon-god Odin. De geraadpleegde tekst is die van Varulfr Vaerulsson, die de geschiedenis der Heruli een “mijnenveld van tegenstrijdigheden noemt.”

Afkomstig waren ze uit “Thule”, juister gesteld: Denemarken. Ze werden door de Denen verdreven en trokken richting Noorwegen of Zweden. Ze volgden daarna in de tweede en derde eeuw CE dezelfde migratieroute als de Goten, Gepiden, Vandalen en enkele andere stammen, van Noorwegen naar Polen en Rusland en vandaar naar de moerasgebieden ten noorden van de zee van Azov. Volgens Jordanes die in 267 CE zijn Getica schreef over de geschiedenis der Goten, hielden de Heruli zich samen met de Goten op in het moerasland dat de Grieken “Hele” noemden.

Vele vragen blijven onopgelost: waren ze een zelfstandige stam? Of een deel van een “krijgersverbond” (Latijn: Comitatus) met leden van verschillende stammen, die een netwerk van strijders-rune-magiërs vormden? De Heruli spelen zeker een uiterst belangrijke rol in de geschiedenis der runologie, dit wil echter niet zeggen dat één of meerdere van hen het runen-schrift hebben uitgevonden. Het is trouwens zo dat de titel “ErilaR” voor zover bekend niet voorkomt in de gebieden waar deze stam verbleven zou hebben. Dit wijst er waarschijnlijk op dat zij de noodzaak voelden zichzelf te profileren als ingewijden van buiten de streek waar zij hun runen-inscripties nalieten. Soms wordt hun naam “Eruliaan” regelrecht vertaald als “Rune-meester”.



Axel Willekens - InnoXia ©

 

INHOUD

Inleiding

Kosmogonie

Van Indo-Europees homeland tot Germania

De Runen

18 Inscripties

Lore: de drie traditionele Rune-gedichten

Codes, Varianten en Numerologie

Aesir en Vanir, en de Mythe van de Mede

De andere Wights

Psycho-Somatisch Complex

Odin, en Frigg

Freyja, en Freyr

Galdor en Seidr, en het Wiel van het Jaar

Andere Symbolen

Mythologie: de Ragnarok

Bomen en Kruiden

Stone Images Tjerk VermaningEcodrugs

Control + scroll voor grotere weergave