HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP

GERMAANSE MYTHOLOGIE,

MAGIE EN MYSTERIES

Door Axel van Valvrucht


4. DE RUNEN

De afkomst en ouderdom van de runen? Sommigen met een ruim inlevingsvermogen – een goede zaak op zichzelf - beweren dat de runen afstammen van Atlantis, Phoenicië, het bij de haren getrokken Vinca-schrift van de Balkan en een resem andere plaatsen. Volgens velen van hen zou de ouderdom der runen meer dan 12000 jaar zijn. Een magiër moet voor alles openstaan, maar deze vernoemde plaatsen en tijden lijken op zijn zachts gezegd onwaarschijnlijk. Even onwaarschijnlijk als de middelleeuwse en hedendaagse auteurs die beweren dat de Indo-Europees taal-groep in Vlaanderen is ontstaan, of zelfs door kikkers werd uitgevonden en door mensen nageaapt werd (zie Matthijs Van Boxsel, De encyclopedie van de domheid, Morosofie, over Jean-Pierre Brisset).

Serieus onderzoek wordt verricht naar een mogelijke afkomst van een Etruskisch/Noord-Italiaans schrift, Latijn en Grieks, plus reeds bestaande Germaanse symbolen. Persoonlijk vermoed ik dat de Oude Scandinavische Futhark inderdaad is samengesteld op basis van drie voornoemde geschriften die geënt zijn op reeds bestaande symbolen die door de Germanen werden gebruikt. Aangezien de Meldorf broche tot nu toe waarschijnlijk de oudste rune-vondst is - van de vijfduizend die er tot nu toe gevonden zijn - en van ongeveer het jaar 50 CE dateert, is de Futhark minstens 2000 jaar oud. Wetenschappelijk onderzoek gaat er bij vondsten van antieke geschriften doorgaans van uit dat deze gemiddeld 200 jaar ouder zijn dan de oudst gedateerde vondst van zulk schrift. 200 BCE als hypothese voor het begin van de onstaansgeschiedenis der Futhark is zeker niet overdreven.

Er zijn drie traditionele “runen-alfabets”, hier onder weergegeven met hun betekenis. Elk begint met de runen F : U : Th : A : R : K, vandaar dat ze allen Futhark worden genoemd, zoals bij ons door ‘a’ en ‘b’ (alfa en beta) de naam ‘alfabet’ aan onze letter-reeks gegeven wordt. In de Anglo-Saksisch-Friesche Futhark is de vierde rune vervangen door een “o”, vandaar dat deze ook wel “Futh ork” genoemd word. De esoterische betekenis van de Oss-rune is echter nagenoeg dezelfde als die van de Ansuz-rune der Oude Futhark.

Van het grootste belang is de verdeling van de runen in aetts, groepen van acht. In de Oude Scandinavische Futhark zijn er precies drie groepen van acht. In de Jonge Scandinavische Futhark zijn er minder runen maar deze zijn evenzeer in drie aetts opgedeeld, al zij het dat deze geen volledige groepen van acht vormen – de eerste aett bestaat immers uit zes runen en de tweede en derde aett bestaan uit vijf runen respectievelijk. De Anglo-Saksisch-Friesche Futhork bestaat dan weer uit vier volledige aetts van acht en één drie-en-dertigste rune. Laten we eerst de Oude Futhark bekijken:

De Oude Scandinavische Futhark (?-800CE)

Illustratie 4.1: weergave van de Oude Scandinavische Futhark. De nummering correspondeert met de volgende lijst:

Nummer / Corresponderende letter / Naam / Betekenis

1 : F : Fehu : vee, mobiel bezit

2 : U : Uruz : oer-os

3 : Th : Thurisaz : reus

4 : A : Ansuz : God der Aesir (Odin)

5 : R : Raidho : wagen

6 : K : Kenaz : fakkel, toorts

7 : G : Gebo : geschenk

8 : V/W : Wunjo : plezier

9: H : Hagalaz : hagel

10: N : Naudhiz : (door het lot opgelegde) nood

11: I : Isa : ijs

12: J : Jera : jaar (ook: goede oogst)

13 : Y : Eihwaz : Taxus-boom

14 : P : Perthro : dobbelbeker

15 : Z/-r : Algiz, of Elhaz : eland, verdediging, de goddelijke tweeling Alcis, de regenboogbrug

16 : S : Sowilo : zon

17 : T : Tiwaz : de God Tyr

18 : B : Berkano : de Berk-godin Freyja

19 : E : Ehwaz : paard

20 : M : Mannaz : mens, menselijk

21 : L : Laguz : water, of Laukaz : look

22 : NG : Ingwaz : De god Ing (een andere naam voor de god Freyr)

23 : D : Dagaz : dag, dageraad en zonsondergang

24 : O : Othala : geërfd bezit

De Jonge Scandinavische Futhark (800-1100)

Illustratie 4.2: De Jonge Scandinavische Futhark.

Nummer/ Hoofd-letter/Naam/ Betekenis/ Corresponderende letter(s)

1 : F : Fé : vee, goud, weelde: f

2 : U : Ur : motregen, metaalslakken, oer-os : u/o/v

3 : Th : Thurs : reus : th/dh

4 : A : Ass : de god Odin : a

5 : R : Reidh : rijden, of ook donderslag : r

6 : K : Kaun : zweer : k/g/ng/c/q

7 : H : Hagall : hagel : h

8 : N : Naudh : nood : n

9 : I : Iss : ijs : i/e/j

10 : A : Ar : goed jaar, goede oogst : a

11 : S : Sol : zon : s

12 : T : Tyr : De god Tyr : t/d/nd

13 : B : Bjarkan : de Berk-godin Freyja : b/p/mb

14 : M : Madhr : mens, menselijk : m

15 : L : Lögr: water, zee, waterval : l

16 : Y : Yr : Taxus-boom, of boog van Taxus-hout gemaakt : -r


De Anglo-Saksisch-Friesche Futhork (400-1200)

Illustratie 4.3: De Anglo-Saksisch-Friesche Futhork.

Nummer/ Hoofd-letter/Naam / Betekenis / Corresponderende letter(s)

1 : F : Feoh : vee, geld

2 : U : Ur : oer-os, waarvan de laatste rond 1627 werd gedood in Europa

3 : Th : Thorn : doorn : th/dh

4 : O : Oss : god (Odin), mond

5 : R : Rad : rijden, of ook rad, wiel, wagen

6 : K : Ken : toorts : c,ch

7 : G : Gyfu : generositeit : g/j/zh

8 : V/W : Wynn : plezier

9 : H : Haegl : hagel : h

10 : N: Nyd : nood : n

11 : I : Is : ijs

12 : J: Ger : jaar (goede oogst)

13 : Y: Eoh : Taxus

14 : P : Peordh: dobbelbeker

15 : Z/-r : Eohl : eland

16 : S : Sigil : zon

17 : T : Tir : de god Tyr, of ook de poolster, baken van zeelui en astronomen

18 : B : Beorc : Berk

19 : E : Eh : paard

20 : M : Mann : mens

21 : L : Lagu : zee, water

22 : NG : Ing : de god Ing (een andere naam voor de god Freyr)

23 : D : Daeg : dag

24 : E : Ethel : thuisland, immobiliën, bezit : e uitgesproken als “eej”

25 : A: Ac : Eik

26 : Ae : Aesc : Es

27 : Y : Yr : boog gemaakt van Taxus-boom

28 : IO/EO : Ior : hierover bestaat geen zekerheid, het zou kunnen gaan over de mythische Midgard-slang Jormungand die de wereld omcirkelt, maar evengoed kan het slaan op andere dieren, zoals een soort vis, amfibie, of op een bever.

29 : EA : Ear: aarden graf

30 : Q : Qweorp: vuur-werveling, of ook ritueel vuur

31 : K : Calc : kelk, rituele beker

32 : St : Stan : steen

33 : G : Gar : speer (doorgaans Odin’s speer Gungnir)

Merk op dat de laatste vier runen van de Angel-Saksisch-Friesche Futhork betrekking kunnen hebben op de geschiedenis van de Heilige Graal.

Als afsluiting kan vermeld worden dat elke rune minstens zes zaken is, dus zesvoudig is, zoals aangegeven door de zesvormige cristalvorm van de moeder-rune Hagalaz:

1. Een geometrisch figuur, een vorm

2. Een geluid

3. Eén idee, of meerdere ideeën (zie bijvoorbeeld Laguz(=meer), terwijl Laukaz (=look)

4. Een letter, of meerdere letters

5. Een nummer

6. Een van de 24 paden of rivieren tussen de Negen Werelden.

Axel Willekens - InnoXia ©

 

INHOUD

Inleiding

Kosmogonie

Van Indo-Europees homeland tot Germania

De Runen

18 Inscripties

Lore: de drie traditionele Rune-gedichten

Codes, Varianten en Numerologie

Aesir en Vanir, en de Mythe van de Mede

De andere Wights

Psycho-Somatisch Complex

Odin, en Frigg

Freyja, en Freyr

Galdor en Seidr, en het Wiel van het Jaar

Andere Symbolen

Mythologie: de Ragnarok

Bomen en Kruiden

Stone Images Tjerk VermaningEcodrugs

Control + scroll voor grotere weergave