Hier volgen achttien meer dan een millenium oude inscripties en waarschijnlijke
of mogelijke vertalingen. Aan de hand van sommige inscripties blijkt
duidelijk dat ze een magico-religeuze functie hadden. Andere inscripties
zijn vaak niet meer dan handtekeningen, die echter in het geheel van rune-hoard – de
verzameling gevonden runen-inscripties - van groot belang kunnen zijn,
al zijn ze profaan van aard. Zo kunnen twee inscripties met dezelfde
naam erop, of inscripties waarbij een gelijkaardige techniek gebruikt
werd, links leggen naar andere inscripties, die mogelijk zelfs
op grote afstand, mogelijk in verre landen, worden gevonden.
1.
(F) U Th A R K X W H N I J P Y Z B E M L NG D O
Een volledige Futhark.
Kylver steen, ca. 400 CE.
Noot: de F is slecht leesbaar, terwijl de P en Y van
plaats verwisseld zijn.
2.
U B A Z H I T E : H A R A B A N A Z H A I T : E K E R I L A R : R U
N O Z W A R I T U
‘Ubar wordt ik genoemd
Raaf wordt ik genoemd
Ik, de Eruliaan, kerf de runen’
Steen bij Järnsberg, ca. 500 CE.
Noot: “Ubar” kan “de gevaarlijke” betekenen” (etymologische
link met het Nederlandse “bar”, zoals in “barre omstandigheden”,
is mogelijk).
3.
A U J A : A L A W I N : A U J A : A L A W I N : A U J A : A L A W I
N : J : A L A W I D
‘Geluk ieders vriend(in), geluk ieders vriend(in), geluk ieders
vriend(in), goede oogst (Alawid????).’
Bracteaat opgegraven te Skodborghus, ca. ?
Noot: op het bracteaat (een aan één kant beslagen munt,
mogelijk dienst doende als amulet) staan alle runen na elkaar, dus zonder “ : ” ertussen
.
Noot 2: Alawin, of het vrouwelijke annagram Alwina, wordt door sommigen
geïnterpreteerd als vertegenwoordigster van de mens goed gezinde
Licht-elfen of de hen gelijke, maar uitsluitend vrouwelijke wights, de
Disir. Zie hierover hoofdstuk 9 over de verschillende wights (niet-menselijke
entiteiten).
4.
W E L A D U
Schweindorf, ca. 575 CE.
Mogelijk een verwijzing naar de legendarisch smid Veland die op vele
plaatsen in de Germaanse mythologie opduikt.
5.
Th K N I A B E R E T DU D
Britsum, Friesland, ca. ?
‘Draag immer deze Taxus, daarin ligt geluk.’
Noot: Na de runentekst werden de Latijnse letters LID aangebracht,
de betekenis daarvan is onduidelijk.
6.
E K E R I L A Z A S U G I S A L A S M U H A H A I T E G A G A G A G
I N U G A ? ? ? ?
Kragehul, Funen, ca. 350 CE.
‘Ik, Eruliaan van Asugisalaz, ik word Muha genoemd.’
of: ‘Ik, de Eruliaan, afstammeling van de Aas, de hoogste.’
Noot: deze “hoogste” zou dan hoogstwaarschijnlijk Odin zijn.
Noot 2: “Gagaga…” zou een strijdkreet kunnen zijn
maar evenzeer “schenk geluk” kunnen betekenen.
7.
G U T A N I ? W I H A I L A G
Pietroasa, ca. 350 CE.
‘Gothisch voorwerp. Heilig.’
Noot: De geschiedenis betreffende de Gotische runen-schat gevonden te
Pietroasa is een boek op zichzelf waard. Best beschreven is het tragische
verloop van het grotendeels verloren gaan van de schat in Le mystère
Gothique door Gerard de Sade.
8.
S A Z Th A T B A R U T Z
U Th A R A B A S B A
U T I A Z W E L A D A U D E
H A E R A M A L A U S Z
I N A R U N A Z A R A G E U
F A L A H A K H A (I) D E R A G
H A I D Z R U N O R O N U
Björketorp, ca. 750 CE.
‘Een schitterende runenrij begroef ik hier, grote goddelijke runen,
een lot voorspellend boodschap. Ik voorzie slechte dingen, vanwege lafhartig
gedrag sterft hij die hier de rust verstoord.’
Noot: Er zijn sterke aanwijzingen dat deze runen-inscriptie een gedicht
zou zijn.
9.
G+A
Raumkoge, bracteaat, ca. ?
‘Gebu auja’
‘Schenk geluk’
of: ‘Ik schenk geluk.’
Noot: voor G+A zie hoofdstuk 7, illustratie 7.1
10.
L I N A : L A U K AZ : F
Floksand, ca. 450
‘Linnen en Look : Fehu’
of: ‘Vlas en Look: F’
Noot: de Germanen vermelden relatief weinig planten in hun geschriften.
Dieren kregen veel meer aandacht in geschriften alsook in de beeldhouwkunst.
Voorbeelden van zulke beeldhouwkunst zijn te zien op de Viking-schepen
die in Oslo tentoongesteld zijn.
Noot 2: vlas was natuurlijk enorm belangrijk voor het vervaardigen van
zowel kleding als kunstvoorwerpen. Look wordt als een magische plant
beschouwd, zie hierover hoofdstuk 16, over bomen en kruiden.
Noot 3: F staat voor de rune Fehu die staat voor welvaart.
11.
L Z N R U : L Z I G U A Y L G
Nebenstedt, bracteaat, ca. ?
‘Degene met het glimmende oog maakte heilig deze runen. Laukaz.’
Noot: “Glimmend oog” kan verwijzen naar Odin, die één
van zijn ogen offerde in de Bron van Mimir.
Noot 2: Dit is een van vele inscripties die men van rechts naar links
moet lezen. Als we de laatste zes runen omkeren lezen we G L
Y : A U G, wat al aardig op het Nederlandse “Glimmend
oog” lijkt.
12.
A L U
Hesselgards
U L A
Bjornerud
‘Innerlijke/intrinsieke magische kracht’
Noot: A L U en annagrammen ervan, zoals U L
A of L A U, komen veelvuldig voor op zeer
verschillende vindplaatsen.
13.
LUWA TUWA
Verschillende vindplaatsen.
‘Uitnodiging van het numineuze’
Noot: “Numineus” staat voor mysterieuze goddelijke kracht.
14.
W U R T E R U N O Z A N W A L H A K U R N E . . H E L D A Z K U N I
M U D I U
Tjurkö, bracteaat, ca. ?
‘Heldaz maakte deze rune op de gouden opium-papaver-zaaddoos als
bescherming voor personen van aanzien.’
15.
A W A L E U B W I N I X
L O G A Th OR A W OD A N W I G I T H O N A R
Nordendorf, boog-versiering, ca. 600 CE.
“Awaleubwinix” zijn waarschijnlijk twee eigennamen aan elkaar
gekoppeld.
‘Logathora, Wodan, Thonar.’ zijn drie goden-namen: Wodan
(Odin), Heiligmaker-Thonar (Thor) en de enigmatische Logathora. Niemand
is zeker wie Logathora is maar het zou heel misschien kunnen gaan om
Lodur, die in de Voluspa samen met Odin deel uitmaakt van een groep van
drie goden die het leven schenken aan de mensen. Enige zekerheid hierover
bestaat niet.
Noot: ‘Logathora’ zou ook “magiers” kunnen betekenen.
16.
RE D Th IO D R I K Z
HI N N Th U R M O D I
S T I L L I Z F L U T N A
S T R A N D U H R A I D A M A R A Z
S I T I R N U G A R U Z
A G U T A S I N U M
S K I A L D I U M B F A T L A D Z
S K A T I M O E R I N G A
Rök-steen, ca. 800 CE.
‘Theodorik regeerde
Vol met moed
Prins van de strijders
Op de stranden van de (Hreid ?-) zee
Hij zit nu gewapend
Op een Gothisch paard
Met schild op zijn schouder
De held der Märingers.’
Noot: Dit skaldisch, poëtisch, gedicht wordt voorafgegaan door
een klassieke mededeling door de runen-meester die de runen kerfde.
Noot 2: Theodorik was een leider van de Ostrogoten die emigreerden naar
het Middellandse Zee-gebied, daar als hun hoofdstad Ravenna hadden en
daarna zelfs Rome binnenvielen en tijdelijk bestuurden.
17.
M AE G I
“De Magiërs”
Auzon, Frankisch doosje – beter bekend in het Engels als Frank’s
Casket -, walvisbeen, ca. 700
Noot: Deze tekst is geschreven in de Anglo-Saksisch-Friesche Futhork,
vandaar dat de tweede rune niet als A maar als AE moet
worden gelezen.
Noot 2: “Magi” is, als het “magiërs” betekend,
een Latijns woord wat in runen geschreven is, wat uiterst zelden voorkomt.
Noot 3: de runen M AE G I staan boven een boogschutter
en smid die de broers Egil en Veland kunnen zijn. Egils naam is in runen
weergegeven als AE G I L I. Daarnaast bevat het doosje
nog aan alle kanten andere rune-kervingen.
18.
D O NG L M E B T : S Z B Y J I N H : P X K R A Th U F L U W A T U W
A
Tjürko, ca. 300 CE.
Een volledige Futhark van links naar rechts gelezen, precies verdeeld
in de drie aettir, voorafgegaan door de L U W A T U W A-formule
die elders besproken is. Curieus is het feit dat er twee maal een :B:
in voorkomt, éénmaal in plaats van de ontbrekende :P:.
Noot: dat de Futhark eindigt op :D: in plaats :0:
is geen uitzondering, en hedendaagse vitki’s kiezen zelf welke
zij als laatste rune der Oude Futhark willen. Dagaz wijst op het oneindige
en eeuwige, terwijl Othala wijst op een grens, het einde van rune-codering,
het einde van de Futhark.
Axel Willekens - InnoXia ©