HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP

Door Axel van Valvrucht

6. LORE

De drie oude Rune-gedichten – Het Engelse, Noorse en IJslandse – zijn onmisbare lectuur voor elke rune-student, voor elke vitki. De verzen zijn enigmatisch, to say the least, maar grondige contemplatie zal zijn doel niet missen. De gebruikte vertaling uit de drie verschillende talen naar het Engels is deze door Stephen E. Flowers, verschenen in The Rune-Poems, volume 1, uitgegeven in 2002 door Runa-Raven Press. Het oudste gedicht was het Oud-Engelse, dat mogelijk reeds in de negende eeuw het levenslicht zag. Vertalingen van de gedichten naar het Nederlands zijn door de auteur.

Het Oud-Engelse Rune-Gedicht

Wealth is a comfort to all of mankind, yet every man should distribute it generously if he wants to obtain a favorable judgment before the lord.

Aurochs is courageous and greatly horned, a very fierce beast – he fights with his horns – and is a famous stalker on the moor; that is a brave creature.

Thorn is excessively sharp, to every thegn taking hold of it, it is bad, and immeasurably severe for every man who remains among them.

God is the originator of all language, the support of wisdom, and a comfort to the wise, and is prosperity and hope for every warrior.

Riding is easy for every warrior while he is in the hall, and rough for the one who sits upon a powerful horse over mile-stone roads.

Torch is known to every living being by its fire – bright and glorious – it most often burns where the nobles rest indoors.

Gift is the ornament and praise of men, a support and honor, and to every dispossessed person it is a benefit and means of survival for him who is devoid of anything else.

Joy is experienced by the one who knows little of woes or of pain and sorrow, and he himself will have prosperity and bliss and enough in the way of fortresses as well.

Hail is the whitest of grains, it whirls down from the height of heaven, gusts of wind toss it, it then becomes water.

Need is oppresive to the breast, though it often becomes help and healing to the sons of men, if they listen to it early enough.

Ice is very cold and immeasurably slippery; it glistens clear as glass, very much like gems, a floor made of frost is fair to see.

Year is the hope of men, when god, the holy king of heaven, causes the earth to bring forth bright fruits for rich and poor folk alike.

Yew is a rough tree on the outside, firm and fast in the earth, the guardian of fire, supported by its roots joyously on the estate.

The lot-cup is always a sport and laughter to the proud ones in the middle where warriors happily sit together in the beer-hall.

Elk’s sedge most often has its home mostly in the fen, it grows on the water; wounds grimly, and browns with blood every warrior who lays hold of it in anyway.

Sun is always hoped for among seamen, whenever they row the brine-stallion (=ship) over the fishes’ bath (=ocean) until they bring it to land.

Tir is a kind of sign, as guiding star it keeps faith with noble-men well; it is always on-course, above the night-time clouds it never fails.

“Birch” is devoid of fruit; it nevetherless bears branches without having seed; it is beautiful in its branches and fairly adorned high on its crown; sprouted with leaves it reaches up to touch the sky.

Horse is the delight of noble-men among the warriors, a horse high-spirited on its hooves, where the warriors, who are wealthy in horses, exchange talk about it; and it is always a benefit to restless men.

Man in his rejoycing is dear to his kinsmen; yet every one must fail his other fellows, by his decree, the lord intends that poor flesh to the earth.

Sea is thought to be unending by men if they have to venture out on a tossing vessel, when the sea-waves are terrifying, and the brine-stallion (=ship) does not heed its bridle.

Ing was first seen by men among the East-Danes, until he at last departed eastward over the wave, he went with the wagon; thus the warriors named the hero.

Native-land is very deer to every man, if there in (his own) house he may enjoy what is right and fitting, most often in prosperity.

Day is a sending of the lord, dear to men, glorious light of the creator, mirth and hope to the prosperous and the poor, of benefit to all.

Oak is the nourishment of meat for the children of men on the land, over the gannet’s bath (=sea) it often fares – the spear-man (=stormy sea) finds outh whether the oak has a noble loyalty.

Ash is very high, dear to men, it is strong on its base; it holds its ground, although many men attack it.

Yew-bow is the joy of and honor of each of the nobles and warriors; it is beautiful on a horse, reliable on an expedition, (it is) a kind of military gear.

Iar is one of the river-fishes, and although it always enjoys its food on land, it has a beautiful home surrounded by water, where it lives joyfully.

Earth(-grave) is loathsome to every warrior, when the flesh irrestibly begins to grow cold, the pale one begins to choose the earth as his bedfellow; fruits fall, joys depart, pledges are broken.

Vertaling

OUD-ENGELS RUNE GEDICHT

Weelde betekent comfort voor de gehele mensheid, desalniettemin zou elk mens het genereus moeten besteden indien hij een goed oordeel van de heer wil krijgen.

De Oer-os is moedig en van grote hoorns voorzien, een zeer krachtig dier – hij vecht met zijn hoorns – en is een befaamde bewandelaar van het veen; dat is een dapper wezen.

De Doorn is excessief scherp, voor elke persoon van standing die het vastneemt is het slecht en oneindig veeleisend voor elkeen die in hun midden verblijft.

God is de oorsprong van alle talen, is steun voor wijsheid, en een hulp voor de wijzen, en is de welvaart en hoop voor elke strijder.

Rijden is makkelijk voor elke strijder wanneer hij zich in de hal bevindt, maar zwaar voor de degene die zit op een krachtig paard over wegen voorbij mijlpaal na mijlpaal.

Toorts is gekend door elk levend wezen door zijn vuur – schitterend en glorieus – meestal brandend wanneer de strijders binnenshuis rusten.

Gift is het ornament en het prijzen der mensen, een ondersteuning en eer, en voor elk bezitloos persoon – zij die niets anders bezitten - is het een middel om te overleven.

Plezier beleven zij die weinig weten aangaande tegenslagen, pijn of droefheid, en hij zelf zal genoeg welvaart, geluk en ook een overschot aan burchten hebben.

Hagel is de witste der granen, het komt neer van de hoogte der hemel, windstromingen doen het rondwervelen, dan wordt het water.

Nood drukt op de borst, hoewel het vaak hulp en helend wordt voor de mensenkinderen, als ze er tijdig genoeg naar luisteren.

IJs is zeer koud en onnoemelijk glad; het glittert helder als glas, net als edelsteen, een bevroren vloer is mooi te zien.

Een goede oogst is de hoop der mensen, wanneer god, de heilige koning der hemel, ervoor zorgt dat de aarde heldere vruchten voortbrengt zowel voor rijke als voor arme mensen.

Taxus is een ruige boom aan de buitenkant, stevig en niet-aflatend in de aarde, de bewaker van vuur, gesteund door zijn wortels staat hij stralend op het domein.

De lot-beker en het dobbelen zijn telkens een sport en bron van vermaak voor hen, met eer overladen temidden de strijders, blij samen zittend in de bier-hal.

Eland’s zegge(=een soort kruid) is doorgaans thuis op moerasland, het groeit op het water; verwondt verschrikkelijk, en kleurt met bloed elke strijder die zijn hand erop probeert te leggen.

De zon is immer voorwerp van hoop voor zeelui, telkens wanneer zij de hengst van het zilte nat (=schip) roeien over het vissen-bad (=oceaan) tot ze het aan land brengen.

Tir (poolster) is een soort baken, de leidende ster beschaamdt het vertrouwen der nobelen niet; hij is altijd op de juiste koers, boven de nachtelijke wolken faalt hij nooit.

“Berk” draagt geen fruit, desondanks draagt het twijgen die geen zaad bezitten; de twijgen zijn prachtig en mooi gekleed hoog in de kruin; goed voorzien van bladeren reikt de boom naar de hemelen.

Het paard is de trots der nobelen temidden de strijders, een paard dat steigert op zijn hoeven, waar de strijders, die altijd goed voorzien zijn van paarden, erover praten, en het is altijd een voordeel voor rusteloze mensen.

De mens helpt zijn medemens bij zijn vieren van het leven; toch moet ieder elkeen tekort schieten want, door zijn beslissing, heeft de heer ervoor gekozen dat het zwakke vlees in de aarde zal vergaan.

De zee lijkt wel oneindig voor de mens als ze moeten vertrekken op een schommelend schip, wanneer de zee-golven angstaanjagend zijn en men de natte hengst (=schip) niet kan dirigeren.

Ing werd eerst gezien bij de Oost-Denen, tot hij uiteindelijk oost-waarts vertrok over de golven, hij ging met de wagen; vandaar noemden de strijders hem held.

Geboorteland betekent erg veel voor mensen, als hij of zij daar, in eigen huis, mag genieten van wat rechtvaardig en gepast is, meestal in welvaart.

Dag is een boodschap van de heer, geliefd door mensen, gelukzaligheid en hoop voor de welgestelden evenzo als voor de armen; nuttig voor allen.

De Eik levert voedsel voor het everzwijn, vlees voor mensen op het land, ook over het bad der Jan-van-Genten vaart het vaak – de speerman (=storm op zee) komt er achter of de Eik zijn nobele loyaliteit waar maakt.

De Es is zeer hoog, goed bevriend met de mensen, zijn basis is sterk; hij blijft staan ondanks het feit dat veel mensen hem aanvallen.

De Taxus-boog is het plezier en de eer van elkeen der nobelen en strijders; het is mooi op een paard, betrouwbaar op een expeditie, (het is) een militair voorwerp.

Iar is is een van de rivier-vissen, en ondanks het feit dat het zijn voedsel steeds haalt op het land, heeft het een zeer mooie woonst, omgeven door water, waar hij met veel plezier leeft.

Aard(-graf) is verschrikkelijk voor elke strijder, wanneer er geen remedie meer is tegen het kouder worden van het vlees, en de ziekelijk-bleke de aarde als bedgenoot kiest; vruchten vallen, plezier verdwijnt, beloften worden verbroken.

Het volgende gedicht stamt mogelijk uit de twaalfde eeuw. Het bestaat telkens uit twee lijnen die op het eerste zicht geen verband houden met elkaar, maar dat in esoterische zin zeker wel doen. Zoals alle drie de rune-gedichten kunnen er in de tekst Christelijke elementen verwoven zijn… never mind!

OLD NORWEGIAN RUNE-RHYME

Gold causes the strife of kinsmen;

the wolf is reared in the woods.

Slag is from bad iron;

the reindeer often runs on the hard frozen snow.

Thurs causes the ailment of women;

few become cheerful from something bad.

Outlet is the way of most journeys;

and the scabbard (is that) for swords.

Riding they say is worst for horses;

Regin forged the best sword.

Sore is a curse of children;

misfortune makes a man pale.

Hail is the coldest of grains;

Christ created the ancient world.

Need makes for a scant choice;

it freezes a naked man in the frost.

Ice we call the broad bridge;

a blind man needs to be led.

Harvest time is the profit of men;

I declare that Frodi (=Freyr) was generous.

Sun is the radiance of the land;

I bow to the decree of the holy one.

Tyr is the one-handed of the Aesir;

the smith has to blow often.

Birch is the most verdant of twigs;

Loki brought the luck of deceit.

Man is the increase of the earth;

great is the talon-span of the hawk.

Water is, when it falls from the mountain, a waterfall;

but gold objects are costly things.

Yew is the most winter-green of trees;

there is usually, when it burns, singeing.

Opmerkingen:

Hagal-strofe: “Christ” zou oorspronkelijk “Hroptr” geweest kunnen zijn, een van Odin’s vele namen. “Hr” werd uitgesproken als “kr” in het Oud-Noors, waardoor de alliteratie blijft.

Sun-strofe: “to the holy one” wordt ook wel vertaald als “to the holiness”, of, zoals in mijn vertaling “decree of the holy one” wordt “voor de heilige voorzienigheid.”

Vertaling

OUD-NOORS RUNE-RIJM

Goud zorgt voor onenigheid tussen kennissen;

de wolf groeit op in het woud.

Metaalslakken komen van slecht ijzer;

het rendier rent vaak over hard bevroren sneeuw.

Thurs veroorzaakt het lijden der vrouwen;

weinigen zijn blij bij tegenslag.

Monding’s richting is de weg der meeste reizen;

en de schede (is dat) voor zwaarden.

Rijden, wordt gezegd, is het zwaarst voor paarden;

Reginn smeedde het beste zwaard.

Een zweer (Kaun) is een vloek voor kinderen;

tegenslag maakt een mens bleek.

Hagel is de koudste der granen;

Christus creërde de oude wereld.

Nood zorgt voor een moeilijke situatie;

het bevriest de naakte bij vriesweder.

IJs noemen we de brede brug;

een blind mens moet worden geleid.

Oogsttijd is het profijt der mensheid;

ik verklaar dat Frodi (=Freyr) vrijgevig was.

De zon zorgt voor de stralen boven de landen;

ik buig voor de heilige voorzienigheid.

Tyr is de één-handige der AEsir;

de smid moet vaak blazen.

Berk draagt twijgen met de meest groene bladeren;

Loki bracht het geluk der verraad.

De mens is de toename van de aarde;

groot zijn de klauwen van de havik.

Water is, wanneer het van een berg valt, een waterval;

maar gouden voorwerpen zijn kostbare objecten.

Taxus is de meeste winter-groene boom;

wanneer het brand, knettert het meestal.

Het derde gedicht stamt af uit de vijftiende eeuw, maar bevat zeker lore van enkele eeuwen daarvoor. In het originele gedicht wordt elke strofe afgesloten met een los-staand Latijns en IJslands woord. Deze woorden zijn van belang maar voor de beginner dacht ik dat het beter was deze weg te laten, teneinde een beter overzicht te behouden.

OLD ICELANDIC RUNE POEM

Money is the strife of kinsmen

and the beacon of the blood-tide

and the path of the grave-fish. (=serpent)

Drizzle is the weeping of clouds

and the diminisher of the ice-rim

and the enmity of the sheperd.

Thurs is the torment of women

and inhabitant of the rocks

and the husband of Vardrun.

As (Odin) is the ancient father

and the chief of Asgardr

and the leader of Valhöll.

Riding is bliss to the one who sits

and a swift journey

and the labor of the horse.

Sore is the misfortune of children

and an attack of battle

and a house of mortification.

Hail is a cold-grain

and a mighty snowfall

and the sickness of snakes.

Need is the bondmaid’s hard struggle

and an oppresive condition

and toilsome labors.

Ice is the river’s bark

and the wave’s roof

and a danger to men doomed to die.

Harvest time is the profit of men

and a good summer

and a completely ripened field.

Sun is the shield of the clouds

and a shining glory

and the lifelong sorrow of ice.

Tyr is the one-handed god

and the wolf’s leftovers

and the chieftain of temples.

Berk (Bjarkan) is a leafy branch

and a little tree

and a youthful wood.

Man is the amusement of man

and the increase of the earth

and the adorner of ships.

Water is a swirling stream

and a wide kettle

and the fishes’ field.

Yew is a bent bow

and brittle iron

and the arrow’s giant.

Vertaling

OUD-IJSLANDS RUNE GEDICHT

Geld veroorzaakt onenigheid tussen kennissen

en is het baken bij hoogtij

en het pad van de graf-vis (=serpent)

Motregen is het wenen der wolken

en verwijdert de ijsrand

en is voorwerp van haat voor de herder.

Thurs (Reus) veroorzaakt het lijden der vrouwen

en is de bewoner van de rotsen

en de echtgenoot van Vardrun.

Aas(=Odin) is de oude vader

en de chef van Asgard

en de leider van Valhalla.

Rijden is gelukzalig voor degene die zit

en een voorspoedige reis

en het werk van het paard.

Een zweer is het ongeluk der kinderen

en een aanval in de strijd

en het huis van rottend vlees.

Hagel is een koud graan

en een douche van smeltende sneeuw

en de ziekte der slangen.

Nood is de harde strijd der dienstvrouw

en een neerdrukkende conditie

en zwaar werk.

IJs is de rand der rivier

en het dak der golf

en een gevaar voor hen die gedoemd zijn te sterven.

Oogsttijd is het profijt der mensen

en een goede zomer

en een volledig gerijpt veld.

De Zon is het schild der wolken

en schijnende glorie

en het levenslange verdriet van ijs.

Tyr is de één-handige god

en wat de wolf als resten achterlaat

en de voorzitter van tempels.

Berk is een twijg vol bladeren

en een kleine boom

en een jeugdig hout.

Mens is het plezier der mensen

en de toename der aarde

en de versiering der schepen.

Water is een wervelend stroom

en een wijdse ketel

en het veld der vissen.

Taxus is een gespannen boog

en zwak ijzer

en de reus der pijlen.



Axel Willekens - InnoXia ©

 

INHOUD

Inleiding

Kosmogonie

Van Indo-Europees homeland tot Germania

De Runen

18 Inscripties

Lore: de drie traditionele Rune-gedichten

Codes, Varianten en Numerologie

Aesir en Vanir, en de Mythe van de Mede

De andere Wights

Psycho-Somatisch Complex

Odin, en Frigg

Freyja, en Freyr

Galdor en Seidr, en het Wiel van het Jaar

Andere Symbolen

Mythologie: de Ragnarok

Bomen en Kruiden

Stone Images Tjerk VermaningEcodrugs

Control + scroll voor grotere weergave