
Illustratie
7.1
G+A Gebu Auja = (ik) schenk geluk
E+M = ik ben
F+O van Fehu tot Othala = van begin tot einde
F+F+NG+O Freyr, Freyja, Frigg, Fadir en Fylgja, schenk
mij indien mogelijk erotiek, vruchtbaarheid en weelde in mijn eigen thuis
F O S L A U =genezende zonne-energie doorheen mijn
universum, teneinde magische macht te ontvangen en gebruiken
Codering werkt naar twee kanten: het is aan de vitki of hij een boodschap
door middel van een code wil verbergen voor anderen, of dat hij deze
code gebruikt om een boodschap te communiceren naar andere vitki’s,
waarvan hij weet dat ze de juiste code kennen.
Het systeem van de drie aettir speelt een belangrijke rol bij het coderen
van runes, om ze onleesbaar voor de buitenstaander te maken.
Bv. 1:8 betekent eerste aett, achtste rune = Wunjo
3:3 betekent derde aett, derde rune = Ehwaz
Dit kunnen we ook symbolisch weergeven, door middel van zogenaamde Is-runes,
zie:
//’’’ = tweede aett, derde rune = Isa
/’’’’ = eerste aett, vierde rune = Ansuz
Bij onderlinge communicatie - hetzij tussen vitki en vitki, of tussen
vitki en godheid – waarbij beide kanten de sleutel kennen, is het
mogelijk de aettir te verwisselen. Oftewel aett 1 wordt aett 2 ; 2, 3
en 3, 1. Twee voorbeelden:
//’’= eerste aett, tweede rune = Uruz
/’’’’’’ = derde aett, zesde rune
= Ingwaz
Eveneens mogelijk is het van plaats verwisselen van aett 1 en 3, en
aett 2 ongemoeid te laten. Voorbeelden:
//’’’’ = tweede aett, vierde rune = Jera
/’’’’ = derde aett, vierde rune = Mannaz
Dezelfde principes als hierboven kunnen ook worden toegespast met de
Teiwaz- en Eihwaz runes. Ook met gewone “bonestakken”, een
voorbeeld:

Illustratie 7.2
woord = VALVRUGT=VALVRUCHT
Wat het geheimschrift nog moeilijker te ontcijferen maakt is het gebruik
van varianten. Binnen de Oude Futhark incripties worden varianten aangetroffen,
zoals Algiz met “wortels” of Perthro als zogenaamde “spiegelrune”.
Zie volgende illustratie:

Illustratie 7.3
Het is uiteraard ook mogelijk varianten uit de Jonge Futhark en de ASF-Futhork
erbij te betrekken.
NUMEROLOGIE
Een van de bekendste en duidelijkste voorbeelden van numerologie vinden
we in de Poëzie Edda terug, bij vermelding van de Ragnarok in strofe
24 van de Grimnismal:
‘Vijfhonderd deuren en nog eens veertig
Weet ik in het Valhalla.
Achthonderd einherjar (=Walhalla’s elite-strijders)
Gaan door elke deur
Als zij de wolf (=Fenris) gaan bevechten.’
Deze strofe is van enorm belang betreffende het gebruik van numerologie.
Immers: 540 X 800 = 432000, wat in de Hindoe-kosmologie het aantal jaren
van de Kali Yuga (een kosmische cyclus) aangeeft. Besef wel, dat zowel
het Hindoeïsme als het Europees heidendom dezelfde roots hebben,
en dat de Edda-passage handelt over de Ragnarok, het einde der tijden,
dus net als de Kali Yuga een cyclus afsluit.
Nu kan men heel terecht zeggen dat duizend jaar geleden, toen de Edda
neergeschreven werd, “honderd” in feite “honderd-twintig” was.
Dan krijgen we:
- Betreffende de deuren: 640 = 16 X 40
- Betreffende de strijders: 960 = 24 X 40
De betekenis van 40 mag onduidelijk zijn maar 16 en 24 zijn respectievelijk
het aantal runen in de Jonge en Oude Futhark.
In volgend voorbeeld draait alles blijkbaar om het nummer 13: de rune
Eihwaz. Het gaat om de ontcijfering van één van de twee
in Denemarken gevonden “Gallehus-hoorns”, gemaakt tussen
100 en 500 CE. De tekst leest:
E K H L E W A G A S T I R : H O L T I J A R : H O R N A : T A W I D
A
De vertaling luidt als volgt: ‘Ik, Hlewagastir Holtijar, maakte
(deze) hoorn.’
Noot: ook het aantal “dots” oftewel puntjes tussen de woorden
zouden in numerologisch opzicht belangrijk zijn.
Analyse door Jan Fries in diens boek Helrunar:
A. EKHLEWAGASTIR: bestaat uit 13 runen met als som 156 = 12 X 13
B. HOLTIJAR: 8 runen, som 113
C. HORNA: 5 runen, som 52 = 4 X 13
D. TAWIDO: 6 runen, som 87
De tekst bestaat uit 13 lettergrepen.
Verder:
A+B+4 dots (punten) = 21 X 13
B+C+4 dots = 13 X 13
C+D+4 dots = 11 X 13
D+A+4 dots = 19 X 13
En dat is nog niet alles. In de boodschap worden 16 runes gebruikt plus
een dot. De som van deze letters is 207, plus dot = 208 = 16 X 13
6 klinkers worden gebruikt met als som 78 = 6 X 13
10 klinkers plus een dot worden gebruikt met als som 130 = 13 X 10
We kunnen hier alleen maar aan toevoegen dat 13 het nummer van de rune
Eihwaz is, de rune van spirituele creativiteit, visie en initiatie.
Wie zelf wil oefenen met rune-numerologie kan de omvangrijke groep heiti’s
van Odin met elkaar vergelijken. Heiti’s zijn de verschillende
namen waaronder een godheid gekend is, en Odin heeft zeker rond de 250
van zulke namen die in feite allemaal een karaktertrek van hem beschrijven.
Deze heiti’s zijn ondermeer te vinden op Odindis’ Wodensharrow site
op het Net, of in een encyclopedy zoals die van Andy Orchard, getiteld: A
dictionary of Norse Myth and Legend.
Als geheimschrift gebruikt in oorlogen, als versiering bij huizenbouw,
als vermomde ketterse boodschap in Kathedralen,… het gebruik van
de runen is altijd enorm veelzijdig geweest.
Voor alle duidelijkheid: er zijn geen runen en dus ook geen Is-runen
die een band hebben met de Kelten of hun Ogham schrift, dat uit streepjes
bestaat. Er zijn geen Germaanse teksten in Ogham geschreven, en evenmin
zijn er Keltische teksten in runen geschreven. Tegenwoordig echter lijkt
er onder de jeugd een grotendeels blinde Keltofilie te bestaan die tot
begripsverwarring leidt.
Er wordt ook gesuggereerd dat in Egil’s Saga numerologie
in Egil’s verzen verwerkt zou zijn. Van IJslands grootste dichter
en magiër kunnen we zulks inderdaad verwachten. Waarschijnlijk zijn
sommige van zijn gedichten later in hout gekerfd door zijn dochter – zulke
lange teksten in hout noemde men kevels.
Tenslotte, in de saga van Bosi en Herraud vervloekt de toverkol Busla
koning Hring met een vloek-raadsel omhaar eisen kracht bij te zetten.
De koning gaf zich gewonnen. Het raadsel is nog steeds niet opgelost,
zelfs niet door iemand als Jan Fries, die toch blijk geeft van veel fantasie
in zijn eerder vermelde boek Helrunar, waarin naast galdor en seidr ook
chaos-magie uitvoerig wordt behandelt. Hier volgt het raadsel: