HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP

GERMAANSE MYTHOLOGIE,

MAGIE EN MYSTERIES

Door Axel van Valvrucht

9. De andere Wights

 

De drie nornen

‘Drie vrouwen die veel wijsheid bezitten,

Komen uit het water onder die stam.

Urd heet de één, Verdandi de ander,

Skuld de derde: zij kerfden staven.

Zij ontwierpen wetten, kozen de levens

Der mensenkinderen, legden hun lot vast.’

De drie Nornen zijn de schikgodinnen van het Noorden en hebben dezelfde functies als de Parceae bij de Romeinen en de Griekse Gracieën. De namen van de drie nornen zijn Urd, Verdandi en Skuld. Zij weven het levensweb der mensen, “Wyrd” genoemd. Het Oud-Engelse woord wyrd komt van het woord weorthan, wat “te worden” betekent, en op zijn beurt afkomstig is van het Indo-Europese *uert- wat “te draaien” betekent. Urd betekent “dat was is bekomen”, Verdandi betekent “dat wat bezig is te bekomen” en Skuld betekent “Dat wat zou moeten worden”.

Arlea Aedelwyrd Hunt-Anschütz stelt het zo voor:

‘Verbeeld U een geweven patroon voor op een weefmachine. De horizontale draden vertegenwoordigen lagen van acties in Uw verleden. De verticale draden stellen een tijdslijn voor. De kleur van elke horizontale draad, terwijl die gewoven wordt, draagt bij aan het patroon dat er reeds was en heeft ook invloed op het patroon dat tevoorschijn komt. De draden die reeds gewoven werden kunnen niet meer veranderen maar het gehele patroon is nooit afgewerkt. Bestaande afbeeldingen kunnen een plaats krijgen in een nieuw perspectief, nieuwe afbeeldingen kunnen worden toegevoegd. Alles wat we doen (of niet doen) legt een nieuwe laag op het patroon.’

Opvallend is dat de naam der jongste Norn, Skuld, eveneens de naam van een Walküre is. Het is zeker niet uitgesloten dat beide dezelfde vrouw zijn.

De Walküre Brunhild tenslotte weefde grote taferelen die episoden uit het leven van haar held Sigurd voorstelden.

Illustratie 9.1:Walküre

De Walküren.

De verschillen tussen de vele wights, en vooral de vrouwelijke wights, zijn complex. Is de jongste Norn Skuld ook een Walküre die haar doden kiest? Is Eir, de godin der geneeskunde ook een Walküre, die de zwaargewonden helpt te overleven op Midgard? Of dragen deze vrouwlijke wights eerdig toevallig dezelfde namen?

Walküren, letterlijk vertaald, zijn zij “degenen die de gevallenen of uitverkorenen kiezen.” Deze helden brengen ze dan naar Valhalla, Odins hal in Asgard, de “hemel” der Germaanse heidenen. Verder serveren ze de krijgers, alsook de spirituele krijgers die de rune-magiërs zijn, Heilige Mede naar hartelust. Omdat ze de drinkhorens gracieus en genereus opdienen worden ze ook wel Wens-jonkvrouwen genoemd. Feitelijk brengen ze echter slechts de helft der gestorven uitverkorenen naar Valhalla - de andere helft gaat naar Freyja’s hal Sessrumnir, en daarom wordt Freyja wel eens Walküre-Dis genoemd. De functie van de Walküren is die van psychopomp, wat wil zeggen dat zij de overledenen naar het dodenrijk begeleiden.

Volgens kenner HöH (bekend muzikant uit IJsland), zijn Walküren te vergelijken met wat in het Tibetaans Boeddhisme Dakini’s wordt genoemd. Deze Sterren-danseressen, onder welke naam ze ook bekend zijn, komen voor op het pad van de zoeker, ze dansen en lachen, maar evengoed vertrappelen ze en dansen ze furieus op de lijken van onwaardig dood gebroed. Ook de Walküren zijn geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken.

In de Keltische wereld komen de Walküren overeen met de Morrigan.

De meeste mensen leren gedurende hun leven hun Walküre - of voor vrouwen: hun Walkjusand – niet kennen, of herkennen - slechts held en vitki zijn daartoe in staat.

De Walküren kunnen ook Bescherm-ster of Bescherm-engel worden genoemd, en het doel van de vitki is met Haar te “trouwen” en van haar te leren.

De grimmige kant van hun karakter blijkt bijvoorbeeld uit het Walküren-lied in Njal’s saga, geschreven door een auteur wiens naam niet bekend is. Het werd geschreven in verband met de strijd nabij Clontarf, Ierland.

Blood rains

From the cloudy web

On the broad loom

Of slaughter.

Grey as armour,

Is now being woven;

The Valkyries

Will cross it

With a crimson weft.

The warp is made

Of human entrails;

Human heads

Are used as weights;

The heddle-rots

Are blood-wet with spears;

The shafts are iron-bound,

And arrows are the shuttles.

With words we will weave

The web of battle.

The Valkyries go weaving

With drawn swords,

Hild and Hjorthrimul,

Sanngrid and Svipul.

Spears will shatter,

Shields will splinter,

Swords will gnaw

Like wolves

Through armour.

Let us now wind

The web of war

Which the young king

Once waged.

Let us advance

And wade through the ranks,

Where friends of ours

Are exchanging blows.

Let us now wind

The web of war

And then follow

King to battle.

Gunn and Gondul

Can see there

The blood-splattered shields

That guarded the king.

Let us now wind

The web of war,

Where the warrior banners

Are forging forward.

Let his life

Not be taken;

Only the Valkyries

Can choose the slain.

Lands will be ruled

By new peoples

Who once inhabited

Outlying lands.

We pronounce a great king

Destined to die;

Now an earl

Is felled by spears.

The men of Ireland

Will suffer a grief

That never will grow old

In the minds of men.

The web is now woven

And the battlefield reddened;

The news of disaster

Will spread through lands.

It is horrible now

To look around,

As a blood-red cloud

Darkens the sky.

The heavens are stained

With the blood of men,

As the Valkyries

Sing their song.

We sang well

Victory songs

For the young king;

Hail to our singing!

Let him who listens

To our Valkyrie song

Learn it well

And tell it to others.

Let us ride our horses

Hard on bare backs,

With swords unsheated,

Away from here.

In het hoofdstuk over het Psycho-Somatisch Complex zullen we het nog hebben over de Fylgja, een wezen dat veel trekken weg heeft van de Walküren, en volgens de auteur mogelijk identiek is.

De Disir

De Disir (“godinnen”) zijn vrouwelijke Elfen, die zorgen voor hun afstammelingen. In de boeken zal men vaak lezen dat de Disir geen persoonlijke naam hebben, maar dat is niet noodzakelijk zo. Mogelijk treden ze vaak in groep op, maar persoonlijk kan ik mededelen dat de eerste wight die ik ooit met mijn ogen zag mijn Dis A N I U L A was (ik geef hier de naam gecodeerd weer). Ze stelde me gerust en bleef bij me zitten tot ik sliep.

Een manier waarop Disir vaak verschijnen is in dromen en regelmatig communiceren ze zo belangrijke boodschappen die mogelijk van levensbelang kunnen zijn.

Ik herinner me zo één droom, de kleur van het panorama was zeer fel en onaards oranje en handelde erover dat ik in het ziekenhuis zou moeten opgenomen worden. Voor de volgende dag was al een afspraak met de arts gemaakt voor een check-up, en inderdaad, ik werd op de wachtlijst geplaatst om het hospitaal enkele weken in te gaan. Als geregeld droomwerker ben ik me slechts zeer onlangs beginnen afvragen welke rol bepaalde wights spelen in het droomproces. Ik vermoed dat de Disir uit hoofde van hun achtergrond en functie een grote rol spelen hierbij, zij beschermen immers hun nakomelingen, mogelijk met waarschuwende dromen.

De belangrijke winterfeesten Yule en Disting (“verzameling der Disen”) waren aan hen opgedragen, en op de tweede plaats aan de Licht-elfen.

Edred Thorsson schrijft dat de Disir deel uitmaken van een parralel universum.

In Gudrunarkvida I uit de Poëzie Edda worden Walküren de “Disir van Odin” genoemd en in het gedicht Atlamal uit dezelfde Edda zijn het “dode vrouwen”. Het woord “Dis” wordt ook in vele kennings gebruikt en slaat dan zowel op godinnen, waaronder de AEsynjur (vrouwelijke AEsir), alsook op andere sterfelijke vrouwen.

De vele votiefstenen aan zogenaamde Matronae (“moeders”) opgedragen, en in het zuidelijker Duitsland gevonden vaker gevonden, werpen waarschijnlijk ook een licht op de functie der Disen, die in een andere maar verwante cultuur op een andere plaats dezelfde “beschermende moeder”-rol spelen. De Matronae komen ook vaak voor in groep.

Mensen met enige kennis van Keltisch paganisme tenslotte, vergelijken de Disir weleens met de Banshees.

Licht-elfen

In tegenstelling tot mensen, organische en niet-organische voorwerpen, waarbij wat men ziet eigenlijk voor hetgrootste deel een reflectie van de zon of de maan is, stralen de Licht-elfen zelf licht uit. Ze kunnen van verschillende grootte zijn, sommigen zijn piepklein en daardoor (haast) onzichtbaar. Na een extreem heet bad genomen te hebben (wat weliswaar ongezond is voor mannelijke geslachtsdelen) zie ik weleens zwevende gele lichtjes, vroeger noemde ik ze zonnezaadjes, maar mogelijk zijn het lichtgevende Elfjes, denk ik nu – zonnezaden zijn mogelijk gewoon een andere term voor hetzelfde verschijnsel. Een IJslandse zei ooit, terecht, dat Elfen zelfs in goede boeken kunnen wonen.

In het hoodstuk over Freyja wordt het relaas vermeld van iemand die in Alfheim een ontmoeting had met de god Freyr, tweelinsbroer van Freyja. Een ander zicht op Licht-Alfheim is merkbaar van op Glastonbury Tor, in county Somerset te Engeland. Glastonbury zou het Avalon zijn waarover sprake is in de verhalen over Koning Arthur. In de omgeving van Glastonbury en vooral op en nabij de Tor zijn de magische voorvallen niet te tellen. De Tor is een heuvel die deels met mensenhand is gemaakt, of beter gezegd bijgewerkt, en die op een kruising van bijzonder krachtige leylijnen ligt. Glastonbury drijft op, en duikt in, de heidense Keltische erfenis. Opgemerkt moet ook worden dat waar de goden- en godinnen-pantheons van Kelten en Germanen verschillend zijn, er nagenoeg geen verschil is op het gebied van andere wights, waaronder de Elfen. In de jaren ’80 en ’90 ben ik vele malen in het stadje geweest en heb er de meest bizarre dingen van paranormale aard meegemaakt, maar toen ik in 1999 nog eens terugkeerde, vlak na de laatste zonsverduistering, wees een gids me op het volgende. Als je vanop de Tor in een bepaalde richting keek zag je een paar kilometer verderop in de vallei een veld of weide waarover een indigo-paarse schijn hing. Mijn gids verzekerde me dat dat schijnsel daar altijd aanwezig was en dat het door kenners als het licht van de Fairies (“Elfen”) werd erkend. Ik stond even perplex, maar zag geen enkele reden om aan zijn uitleg te twijfelen.

De Donkere Elfen

De Donkere Elfen worden ook vaak dwergen genoemd en leven in hun wereld Svartalfheim onder onze wereld. Ook al zijn ze vaak somber, toch zijn ze soms vriendelijke wights die bereid zijn mensen te helpen. Denk aan de vriendelijke dwergen in Sneeuwwitje, waarvan prachtige verfimingen van zijn gemaakt, in 2003 nog Snowwhite door Alice Thompson, een film die iedere pagan gezien zou moeten hebben.

Meestal werken ze met de elementen, metalen, edelstenen enzovoort en ze vervaardigden dan ook Thor’s hamer Mjolnir, Freyr’s wonderbaarlijke schip Skidbladnir en Freyja’s juweel Brisingamen. Dit laatste juweel verkreeg Freyja door op vier verschillende nachten met vier verschillende dwergen te slapen. Het is zeer wel mogelijk dat deze dwergen de vier windrichtingen weergaven, alsook in esoterische zin het viervuldig proces van geboren worden, leven, sterven, herboren worden. Enkele dwergnamen geven mischien wat meer inzicht in hun karakter of functies:

Ai: Groot-grootvader

Althjofr: Alles-steler

Blindvidr: Verscholen boom

Dellingr: Schijner

Heri: Haas, ook Vechter

Nordri: Noordelijk

Austri: Oostelijk

Veigr: Brouwsel

Dori: Verveler

Haugspori: Gravenloper

Land-vaettir

Landvaettir (“land-wezens”) zijn zij die bepaalde plaatsen van het land bewonen en bewaken. Zo zijn er Landvaettir bij bomen, bergen, grotten, bronnen, meren, watervallen enzo meer. Hun grootte kan enorm verschillen, en gaan van enkele centimeters grote boompjes-bewoonsters tot vogels met vleugels “groter dan bergen” zoals we even verder zullen zien. Hun vormen kunnen dier- of mensachtig zijn, maar evengoed amorf, vormloos of morphing zoals die van de Meidoorn-wight vermeldt in hoofdstuk 12 over Freyja en Freyr. Het communiceren, praten, geschenkjes of offers geven aan deze wights doet zowel de wights als de mens zeer goed. Een goede band met huis- en tuinwights is van groot belang.

Toen de eerste migranten in de negende en tiende eeuw aanmeerden op het nog onbewoonde IJsland, verwijderden ze voor aan land te gaan de drakenkoppen van hun zogenoemde drakenschepen. Dit was door de heidense wetten verplicht aangezien deze drakenkoppen de Landvaettir schrik zouden kunnen aanjagen.

De allereerste pioniers, overigens, gooiden voor de kust de houten beelden van hun godheden in het water om te zien waar ze aanspoelden en daar gingen ze aan land en bouwden er hun woongemeenschappen. In zowat alle Indo-Europese mythen komen Landvaettir veelvuldig voor. Denk bijvoorbeeld aan de Griekse mythologie, daar hebben we Nymphen (“jonge vrouwen”), Driaden (“boombewoonsters”), en veel meer wights.

Het meest bekende verhaal in verband met de IJslandse Landvaettir is dat uit Olafs saga Tryggvassonar door Snorri Sturluson. Het verhaal luidt als volgt. De Noorse koning Harald plande een invasie op IJsland en zondt een gedaanteverwisselaar in de vorm van een walvis naar het eiland. De man/walvis probeerde in het oosten van IJsland aan land te gaan maar werd weggejaagd door een enorme draak en ontelbare slangen en padden die gif naar hem spuugden. In het noorden poogde hij weer te landen maar daar kwam een angstaanjagende vogel - met vleugels groter dan alle bergen in de omgeving – vergezeld van vele grote en kleine vogels die hem wegjoegen. Toen hij daarna een fjord in het westen binnenzwom kwam een immens grote stier naar hem toe en liep luidt loeiend het water in terwijl hij gevolgd werd door grote getalen Landvaettir. In het zuiden tenslotte kwam er een berg-reus op hem af met een ijzeren staaf. Deze reus stak een hoofd boven de bergen uit en werd gevolgd door vele andere reuzen. De Noren besloten van hun inval af te zien en vertrokken huiswaarts.

Etins

Het kwam mij als een verassing voor dat de Etins, één van verschillende soorten reuzen, in het verleden ooit als bondgenoten van de mensen werden gezien, laat staan dat er een Etin-cultus bestond. Ik had ooit ergens gelezen dat de reuzen weliswaar niet altijd “de vijanden” van de mensen waren, maar daarentegen ook nooit een object van verering en respect-betuiging konden zijn. Ik wist wel dat er over het algemeen gesproken drie soorten reuzen waren, en uiteraard wist ik dat er prachtige reuzen-dochters zoals Skadi en Gerd in het AEsir-pantheon werden opgenomen, maar daar hield het dan ook mee op. Tot ik met verbazing in Edred Thorsson’s Witchdom of the True iets meer leerde over de Etins.

De etins zouden neutraal zijn betreffende de nooit-aflatende strijd tussen scheppende intelligentie (de goden, godinnen en een deel der mensen) en destructieve anti-intelligentie (de Thurs-reuzen).

Dat mooie reuzen-dochters gegeerd waren door de goden is een feit en komt als thematiek aan bod in Skirnismal, waarin Freyr verliefd is op Gerd (“afgesloten plek”). Skirnir (“Blinker”) is de boodschapper van Freyr, en het verhaal eindigt zo:

Freyr:

‘Zeg eens, Skirnir, voor je de merrie afzadelt

Of ook maar één voet vooruit zet,

Wat heb je bereikt in het land van de Reuzen?,

Dat jou of mij tevreden kan stellen?’

Skirnir:

‘Het Gerstland, dat ons beiden bekend is,

Zo wordt het windstille woud genoemd.

Na negen nachten zal Njords zoon (=Freyr)

Zijn liefde in Gerd verdrinken.’

Freyr:

‘Lang is één nacht, twee zijn nog langer,

Hoe verdraag ik de weeën van drie.

Vaak leek een maand minder lang,

Dan een halve nacht kuis wachten.’

ERLA STEFANSDOTTIR, Elfen in IJsland

In IJsland gelooft tien procent van de bevolking in het bestaan van Elfen. Tachtig procent van de 280.000 inwoners is niet zeker van hun bestaan, terwijl tien procent er absoluut niet in gelooft. Bij wegenaanleg bijvoorbeeld moet er omzichtig te werk worden gegaan: men kan er niet zomaar een rotsformatie afbreken die door Elfen bewoond zou kunnen zijn, dat is door de wet verboden. Als ik in deze paragraaf over Elfen spreek doel ik evenzeer op Dwergen, Huldrufolk ,Land-vaettir en vele andere soorten wights. Volgens IJslands meest beroemde medium-zieneres Erla Stefansdottir leven er in IJsland maar liefst 80 soorten Elfen, en in Noord-Europa samen wel 150. De Elfen leven samen met mensen, zowel in de stad als op het platteland, maar wel in een andere dimentie. Erla Stefansdottir heeft het vissersstadje Hafnarfjordur tot Elfen-hoodstad uitgeroepen. Hafnarfjordur ligt zo’n zeven kilometer ten zuiden van de IJslandse hoofdstad Reykjavik. Het plaatsje is voor het grote deel een lava-veld en mens en Elf leven er zonder moeilijkheden samen. Bij een bezoek samen met een journalist viel haar blik meteen op 24 verschillende soorten Elfen. De Elfen variëren volgens haar in grootte van één centimeter tot meerdere honderd meters lang. De kleintjes zorgen voor de bloemen, de iets grotere leven vaak binnenshuis en drukken mee hun stempel op het verloop der dingen daar. Erla wordt vaak opgeroepen door de autoriteiten om te bemiddelen bij de aanleg van autowegen. Soms staan de Elfen er op te blijven en moet er een vreemde bocht rondom hun woonst gemaakte worden. In andere gevallen werken de Elfen goed mee en verhuizen een korte afstand. Hierbij moeten de arbeiders met nodige respect hun stenen en andere natuurlijke voorwerpen helpen verhuizen. Als de mensen geen respect betuigen of brutaal Elfen-woningen vernietigen, gaan deze laatste meer dan waarschijnlijk over tot sabotage-daden. Meestal echter loopt alles goed af.

Erla verteld over hen die niet in Elfen geloven: “ze zien niets – ze zien zelfs de ziel in zichzelf niet.”

Ooit stelde schrijver Jero Karmijn als axioma: “Waar je ook gaat, sluipend door stegen van metropolen, dan wel drinkend bij oases in de woestijn, je zal altijd mensen tegenkomen die van zichzelf niet weten of ze dood dan wel levend zijn.”

Erla Stafansdottir verteld overeenkomstig: “wanneer ik over straat wandel kan ik het onderscheid niet maken tussen levende en dode mensen. Bovendien kan ik mezelf bijvoorbeeld op twintigjarige leeftijd tegenkomen, de “ik” die ik was vele decennia geleden. Ik kan makkelijk duizend jaar terug in de tijd kijken.”

Enkele weetjes nog: de soort der Gnomes is erg snel, als een blad dat in de herfst door de wind wordt meegevoerd. Let dus goed op, misschien zie je er ooit één in een typisch herfstlandschap op het platteland. Een ander soort dwerg, waarvan sprake is in het deel Alvissmal van de Poëzie Edda, bevat een bovenmenselijke intelligentie, maar kan geen straaltje zon verdragen want de zon verandert hen in steen.

De meeste IJslanders zijn vertrouwd met Elfen en andere wights omdat ze op jonge leeftijd op school de hoogst aangeprezen nationale literatuur, de Saga’s van haast duizend jaar geleden, moeten lezen.

Voor of tijdens een reis naar IJsland is het aan te bevelen Erla’s Elfen-map van het eiland te kopen


Axel Willekens - InnoXia ©

 

INHOUD

Inleiding

Kosmogonie

Van Indo-Europees homeland tot Germania

De Runen

18 Inscripties

Lore: de drie traditionele Rune-gedichten

Codes, Varianten en Numerologie

Aesir en Vanir, en de Mythe van de Mede

De andere Wights

Psycho-Somatisch Complex

Odin, en Frigg

Freyja, en Freyr

Galdor en Seidr, en het Wiel van het Jaar

Andere Symbolen

Mythologie: de Ragnarok

Bomen en Kruiden

Stone Images Tjerk VermaningEcodrugs

Control + scroll voor grotere weergave