HOME

EMAIL INNOXIA

LINKS

GASTENBOEK

STEEN

HEKS VAN DE ESP
Tjerk Vermaning

Tjerk Vermaning schreef september 1978:

"Eerlijk gezegd voelde ik zelf niet veel voor publicatie, het liefst zou ik de vondsten hebben doodgezwegen uit wraakgevoelens voor datgeen mij door door de archeologische wetenschappers is aangedaan! Het doodzwijgen van zeldzame en unieke archeologische vondsten en ontdekkingen is immers toegestaan??? Denk maar eens aan de oud-palaeolithische vondsten uit de Stuwwallen bij Rhenen, Lunteren, Veenendaal-Kwintelooyen, Angerloo, enz.? De honderden O.P. artefacten, uit vernoemde stuwwallen. Uit het Clactonien, midden-Acheuléen en Abbevilien. Werden al in 1977 door iemand gemeld aan het ROB in Amersfoort. Als de oudste archeologische vondsten in ons land. Maar niemand verscheen, om naar vondsten en vindplaatsen te kijken??? En zelfs tot op de huidige dag, is er nóg steeds niemand verschenen??? Zo zit een meneer uit Lent nóg elke dag, alle windrichtingen uit te turen, waar toch maar het leger archeologen vandaan zal komen om de stuwwallen te zullen bezoeken??? Dit is toch wel een beetje een desillusie voor die man?? Dit gaat evenzo met de O.P vondsten uit het inmiddels beroemd geworden "Blauwemeer", te Hoogersmilde. Oók hier is nog niemand geweest, nog van het ROB, nóg van het BAI, om een goed en intensief onderzoek in te gaan stellen??

DE eerste bewijzen

Op de 20e januari 1978. Vond ik tijdens een van m'n vele terreinverkenningen in Drenthe op een vindplaats, (die ik gezien de criminele omstandigheden met het BAI van Groningen) voorlopig strikt geheim moet houden? Een twintigtal, zeer kleine, en sterk glanzende-geciliceerde artefacten. Van lichtbruine, geelbruine, roodbruine en donkerbruine silex. En varierende in grootte, tussen slechts 10 mm en 30 mm. De opvallende kleine artefacten, waren: afslagen, duidelijk voorzien van slagbult-tuber en cocentrische schokringen. Enkele afslagen, al hoe klein dan ook! vertoonden een stompe afslaghoek, en deden me sterk denken aan de Europese Clactonien-stijl-techniek. Vervolgens een schrabbertje; waarvan de "goed-geretoucheerde schraabrand" (schrabber-kap), op "spanningssplijtstuk" was aangebracht. Een afslag, met zijdelings geretoucheerde "micro-boorpunt". Een afslag, met een, op het massieve deel, naast de slagbult-tuber aangebrachte "micro-steker". (een zgn. "micro - R - A - steker"). Een kernstukje, vervaardigd uit een midden-deel van een kleine cilndervormige, langwerpige silexknol. Duidelijk, afkomstig uit het Senone krijt van Rügen. De kleine silexknol (dat was duidelijk waar te nemen), was opzettelijk in drieën gebroken, en van het dikste en massieve midden-deel, het "nucleus à lámes" vervaardigd. Het micro-kernstuk, van nog géén 30 mm. was duidelijk, niet "voorgeprepareerd". En enkele ruwe klingen, waren met de klopsteen van het nucleus verwijderd. Dit, was een techniek die ik nog niet kende, en zeker niet bij zulke minuscule artefacten??

Schrabbertje

Tot de omtrent 20 ingrediënten, behoorden ook nog enige bewerkte silexbrokjes die niet als werktuig waren benut geweest!. Nu was me direct al opgevallen, dat bijna al de kleine afslagen, zorgvuldig langs de randen waren geretoucheerd! Wat vreemd?? Dit opvallende verschijnsel, kende ik nóg bij artefacten uit het mesolithicum, nóg bij artefacten uit het neolithicum???? En zelfs niet bij artefacten uit het jong-palaeolithicum??? Wat moest dit dan wel voor cultuur zijn?? En uit welke tijd???

Nu had ik de artefacten gevonden. Op de glooiing, van een langgerekt diluviale "keizandrug" En zoals gewoonlijk; op een akkerland, dat op de keizandrug was aangebracht. Door de ploeg van de landbouwer, waren de artefacten aan het oppervlak geploegd, en schoongewassen door regenwater. Daardoor, was het me dus duidelijk: dat zich onder de bouwvoor, de "situ-laag" moest bevinden? (respectievelijk: nóg moet bevinden?) Op het akkerland, (en dus ook op de plaats waar ik de artefacten had doen aantreffen) lagen talrijke, eveneens zeer opvallende, sterk afgeronde kiezelsteentjes, afkomstig uit geel-bruin gekleurd keizand. De kiezels, eveneens weer van "micro-formaat", en dus ook varierende in middellijn, tussen 10 mm en 30 mm, waren door "erosie", sterk afgesleten vuursteentjes, kwartsen en lydieten. De vuursteentjes, (in hoofdzaak "bryozoën-vuursteen") waren soms tot "onregelmatige bolletjes" afgeslepen. Of beter gezegd: "rondgeslepen". Dit, was werkelijk een abnormaal verschijnsel. Een verschijnsel, dat ik in mijn lange loopbaan als archeoloog, nog nooit was tegengekomen??? Geen enkele kiezel was groter dan het grootste artefact! Wél, waren de meeste kiezels voorzien van "windlak". En verders geïnfiltreerd door "ijzeroxide" (Fe2, O3) waardoor, (net als bij de artefacten) een lichtbruine, geelbruine, roodbruine en donkerbruine kleurpatina was ontstaan.

Gewindlakte artefacten echter, was ik nog niet tegengekomen? Zoals gezegd: waren de kleine artefacten allen voorzien van een "glanspatina". Maar ik voelde wel aan, dat ook de gewindlakte artefacten moesten voorkomen, in de concentratie?? De kiezels, stonder zonder enige twijfel, met de artefacten in verband! En deze, waren voor een groot deel gewindlakt. Maar, wat wilde ik? Ik had de vindplaats immers nog maar nét ontdekt?? Dus! Afwachten maar?? Wie wist, welk mysterieuse vondsten er nog te voorschijn zouden komen??

"Voorzichtigheid geboden!"

Omdat ik van nature erg voorzichtig ben, in bv het determineren van fossielen! Maar ook vooral, voorzichtig in het vaststellen van ouderdommen van vondsten. Zo was ik dus ook deze maal "uiterst voorzichtig", met het identificeren van de "pás ontdekte nieuwe cultuur". Want als beoefenaar van wetenschap, dient men voorzichtig te zijn met voorbarige conclusies? Men kan zich immers zo gemakkelijk vergissen?? De schande van zo'n vergissing, ondervinden nog dagelijks de heren Waterbolk en Stapert. Als gevolg van hun vergissing, in de "vermeende vervalsing". Vreselijk! Ik moest er niet aan denken!. Onder geen geding, zou ik een zelfde lot willen ondergaan, dan deze mensen. Ik huiverde al bij de gedachte!

In eerste instantie was het mijn bedoeling. De "wetenschappelijke-apartheid" van de cultuur, te gaan vaststellen!. De "onbekendheid" van de cultuur, was me (zoals gezegd) al onmiddellijk opgevallen, bij de ontdekking van de éérste stukken. Maar, om helemaal zéker te zijn van m'n diagnose, wilde ik de artefacten thuis "typologisch" gaan bestuderen. Zo, vergeleek ik dan de micro-artefacten van nieuwe cultuur. Met de artefacten van de "Hamburg cultuur", Tjonger cultuur, Cheddar cultuur met de mesolithische Pinnberg, Oldesloe en Duvensee culturen. Doch niets paste in het beeld van de nieuwe cultuur. Geen enkel artefact van wélke cultuur dan ook, uit mijn uitgebreide collectie: kwam hier typologisch mee in overeenstemming? Ook vergeleek ik de artefacten van de nieuwe cultuur, met de artefacten uit het neolithicum. En zelfs met de artefacten uit een concentratie (MTA). D.w.z.: met de artefacten, uit een vondstcomplex van "Mousterien uit de Acheuléen-traditie". Een eveneens in Nederland nog "onbekende steencultuur" uit het midden-palaeolithicum. Die ik één maand eerder, op 9 december 1977 in Drenthe had ontdekt! Als éérste cultuur van dien aard, in ons land.

Niet alleen typologisch niet! maar ook niet vanwege de sterke mate aan "cilicaglans" pasten de micro-artefacten van de nieuwe cultuur groep, in het beeld van zoeven vernoemde cultuurgroepen? Er was geen twijfel meer nodig! Ik had voor de zoveelste maal, een nog "volslagen onbekende" steencultuur" ontdekt! Een "MICRO-STEENCULTUUR!" Maar .... uit welke tijd?? Uit het mesolithicum?? Daar, kon absoluut geen sprake van zijn! Dat was uitgesloten! De cultuur was véél en véél ouder. Want in zo'n geval, hadden de artefacten in grijs loodzand moeten zitten. En gedeeltelijk in de bruine oerbank. (Tardenoisien: Oldesloe en Duvensee culturen)

Zou de "micro-steencultuur" dan misschien uit het jong-palaeolithicum kunnen dateren?? Oók uitgesloten! Want in dat geval, zouden weer de artefacten uit het oud- of jonge dryas-dekzand gekomen moeten zijn; of uit de vuil-grijze Usselo-laag? Denk aan de Hamburg, Cheddar, Tjonger en Ahrendsburg culturen?? Nu waren, zoals eerder gezegd: de micro-artefacten uit een keizandlaag gekomen, met een rijkdom aan afgeronde kiezels. En dus pleitte de keizandlaag, voor een "midden-Weichsel". De keizandlaag, is immers een "erosie-residu" uit de éérste helft, en de aanvang der twééde helft van het Weichselglaciaal?? En is in feite, een sterk verweerde, en van zevende kleideeltjes geselecteerde "opper-keileem", uit de voorlaatste Saale ijstijd. Met dit bewijs in handen, ging ik nu in stilte verder met mijn onderzoek. En zweeg over de ontdekking, in alle détails! Wél had ik reeds het vermoeden, dat vondst zou wel eens uit het "midden-palaeolithicum kunnen dateren??.

Een grote concentratie!

Op de 22e januari, en dus twee dagen later. Bezocht ik opnieuw de vindplaats. Ik had, zoals daar straks al vermeld. Mijn eerste vondsten gedaan, op de helling van de langgerekte keizandrug; en was nog niet op het hooggelegen plateau van de keizandrug geweest. Dit, wilde ik nú gaan onderzoeken. Het akkerland, was korte tijd daarvoor, gediepploegd. En wél, deze maal dieper dan normaal. Er had n.l. in de herfst van '77, maïs op gestaan; waarvan de stronken met wortelbossen en al, waren uitgeploegd. De ploeg had dus in het midden van de keizandrug, de keizand goed geraakt, en dat was voor mij een geluk!

Vrijwel onmiddellijk bij het betreden van het keizandplateau, vond ik al direct enige typische, mij nu bekende micro-afslagen. Bijna allen weer voorzien van "randretouche's. Zowel kunstmatig aangebracht, als door gebruik ontstaan. Ik verwonderde me over de grote afstand, die lag: tussen de vindplaats van de eerst ontdekte kleine artefacten op de glooiing. En de zojuist gevonden afslagen op het keizandplateau. Zéker 100 meter! Zouden het twee concentraties zijn?? Toen ik goed om me heen keek! ...., zag ik tientallen micro-artefacten in het nog frisse, pas omhoog geploegde keizand liggen! Zodat ik in een mum van tijd, wel honderd stuks had opgeraapt! Alle de kleine artefacten, hadden weer eenzelfde formaat. Van 10 mm tot 30 mm. En waren ook weer (wat kleur betreft) gelijk aan de eerste!

De werktuig-typen, waren weer: schrabbertjes, identiek aan de eerste Micro-stekers, boortjes en kerstukjes. Er waren deze maal een aantal nog onbekende typen artefacten bij gekomen. Zoals: enige nog zeer ruw afgehouwen klingetjes, met kunstmatige retouche en gebruiksretouche. Op mesolithische klingen gelijkend! Enige ruw afslagen met afgedrukte rug. Een kernstekertje, (of nucleus-burin). Een A-typische micro-krombeksteker. En als klap op de vuurpijl, een spits!

Deze spits nu, gelijkt op een "miniatuur model van een echte Leval-losien spits". Maar de slagbult-tuber, ligt zijdelings, tussen bazes en punt, zoals bij de "Smilder spitsen", uit het jon-Acheuléen van Hoogersmilde en Eemster. Een der zijden van de spits, is ten dele geretoucheerd, de andere zijde echter niet!. Wat ik echter al had vermoed, was nu gebeurd!. Want behalve vele artefacten met "glanspatina", had ik nu óók een aantal gevonden met "windlak". En dat wees juist op deze plaats, op een zeer hoge ouderdom!. Toen ik zo'n beetje alle artefacten op het keizand-midden-plateau had verzameld, liep ik in tegenovergestelde richting, van de eerste vindplaats op de glooiing. Langs de andere glooiing van de eerste vindplaats op de glooiing. En warempel, ook dáár vond ik weer de zo typische kleine artefacten en afgeronde kiezels. De afstand tussen beide glooiings-vindplaatsen, was nu zeker 200 meter! Zou het hier nu al gaan om drie concentraties, zo dacht ik??? Maar dat was toch, te gek!?. Maar geleidelijk aan, werd het me duidelijk. Dat van drie concentraties, absoluut geen sprake kón zijn! Dit bewijs, werd weldra geleverd, door precies dezelfde vondsten. in de hiaten tussen de gesuggereerde concentraties. Ik had me dit zelf kunnen bewijzen.

Spitsen

Door van begin tot eind te lopen, over de volle lengte van het akkerland. Door een diepe ploegvoor (voor mij dus een "proefsleuf") van ca. 50 cm diepte. Die opzettelijk door de landbouwer was aangebracht om scheiding te maken, tussen de twee akkerlanden. Van begin tot eind had ik zonder noemenswaardige onderbreking, telkens kleine artefacten gevonden, soms in kleine groepjes bijeen. Nu was het mij volkomen duidelijk geworden. Er was hier geen sprake van drie concentraties! Maar van "ÉÉN, ZEER GROTE CONCENTRATIE". Met een oppervlak van zéker 200, bij 150 meter! Onvoorstelbaar!? Zo groot, had ik ze tot dusver nog niet aangetroffen, zelfs niet uit het mesolithicum!

Hoe groot, moest in vredesnaam eens dit kampement geweest zijn??. En hoe lang, had de prehistorische mens hier eens gewoond en verbleven?? Volgens mij, met geen computer te berekenen?? Maar ondanks het feit: toen al zo'n 200 artefacten te hebben geborgen. Wist ik op dát ogenblik nog steeds niet, wat voor cultuur dit wel zou kunnen zijn>> Echt, een mysterieus geval! Bekende typen van artefacten, was ik nog niet tegengekomen? Maar, wél was ik met mijn onderzoek zó ver gevorderd: zodat ik nú reeds wist, dat de vondsten uit het midden-palaeolithicum dateerden. Daar was geen twijfel meer aan!.

Het raadsel opgelost!

Misschien, vindt men het wel sterk overdreven?. Maar, wanneer ik eenmaal aan een belangrijk onderzoek ben begonnen, dan ga ik tot het uiterste!. Dan is er geen houden meer aan!, en is niets me te veel!. Aan gezondheid wordt amper gedacht!, en 'lichamelijke vermoeienissen' tellen niet eens mee!. Ik weet!, dit zijn abnormale eigenschappen, zeer typerend voor het Vermaning-karakter!. Maar aan "geestdrift" is weinig te doen? Er zijn helaas mensen, die voor "wetenschap" door vuur en vlam gaan??. En tot deze vreemde "categorie van uitslovers", behoort Tjerk Vermaning nu óók eenmaal!. En wat zou men daar aan willen veranderen??.

Maar, laten we weer verder gaan met ons verslag!. In de laatste week van januari. En ook vooral in de maand februari. Bezocht ik regelmatige de rijke vindplaats. En telkens weer, bij elk bezoek; vond ik "micro-artefacten!". Ik was daar reuze blij mee, uiteraard. Maar helaas kon ik aan de gevonden microlithen maar niet vaststellen, tot welke cultuur ze konden behoren??. Op de 5e maart '78, kwam plots de voorzienigheid met te hulp!. Want tijdens een verder terreinonderzoek, in de omgeving, ontdekte ik op ca. 500 meter ten Noorden van de eerste grote vindplaats: zowaar een "tweede", veel kleinere concentratie!. Ook hier, lagen de artefacten in "keizand", en te midden, van een rijkdom aan grote en kleine zwerfstenen en kiezels. Waarvan de kleinere kiezels, weer de klassieke afrondingen vertoonden; identiek aan die van de éérste grote vindplaats. Doch het aantal kiezels op deze tweede vindplaats, was nog talrijker!

Oók deze concentratie, werd door mij aangetroffen in een akkerland. Gelegen, op een lage, en flauw-afhellende, diluviale "keizandrug". Zonder enige dekzand bedekking. De keileem, bevindt zich hier direct onder de keizand. Het was me onmiddellijk opgevallen, dat op deze twee vindplaats véél grote zwerfstenen aan het oppervlak lagen, die ik op de eerste vindplaats niet had aangetroffen?. De oorzaak van dit verschijnsel, was nogal moeilijk te constateren. De ploeg van de landbouwer, had hier niet alleen de keizand doorwoeld, maar ook op enkele plaatsen, de keileem. Daardoor waren veel grotere zwerfstenen aan het oppervlak gekomen. Het zoeken naar de artefacten, tussen de talrijke zwerfstenen en kiezels, was op deze plaats een moeilijk en tijdrovend werk, dat uren van tijd vergde, maar ik had het er graag voor over!

Zoals gezegd: waren de artefacten lang zo talrijk niet, dan op de grote vindplaats, maar echter nog véél interessanter!. Ik vond hier typen van artefacten, die ik op de grote vindplaats niet was tegengekomen, maar "doorslaggevende bewijzen" waren voor de identificatie van de raadselachtige steencultuur. Eindelijk was het me gelukt, het raadsel rond de vreemde cultuur te doen oplossen. En we zullen eens zien, waardóór dit raadsel werd opgelost??

"MICRO MOUSTERIEN" UNIEK IN EUROPA!

Ik vond, naast micorlithen met "cilicaglans". Tevens een aantal met "windlak". En de gewindlakte artefacten, waren op deze plaats verweg in de meerderheid. Sommige artefacten, mét windlak. Vertoonden, (met het blote oog al zichtbare) krasjes en schuursporen. Als gevolg van "kryoturbatie-werking", tijdens het Weichselglaciaal. Op de microlithen met cilicaglans, kwamen krasjes en schuursporen in minderheid voor. Dat was volkomen in overeenstemming, met de "minderheid" aan krasjes op de microlithen van de eerste en grote vindplaats. Ook typologisch, waren de artefacten van beide vindplaatsen, volkomen aan elkaar gelijk! De afslagen, vertoonden weer de zo typische randretouches, kenbaar voor deze aparte cultuurgroep. En wanneer de kunstmatige retouches ontbraken, vertoonden ze minstens "gebruiksretouches".

Ik stond met al deze bewijzen, iets steviger in m'n schoenen (op dát ogenblik, laarzen!). En wist!, dat ik het raadsel omtrent de cultuur ging oplossen!. Het liefst, zou ik een kleine proefsleuf hebben gegraven. Maar ik vreesde ervoor, dat ik daarvoor van de boer geen permissie zou krijgen?? En bovendie, leek het me beter: om op dat "belangrijk moment van een grootse ontdekking", geen slapende honden wakker te maken? Daar was de ontdekking té belangrijk voor!. Ik werkte dus in alle stilte door! Op het moment van de ontdekking, der tweede concentratie. Vond ik 28 artefacten, om precies te zijn!, daarvan waren er (en dat was opvallend) 12 gewindlakt. Voor het eerst, kwam ik nu ook wat grotere artefacten tegen, die de 30 mm overschreden. Daartoe behoorde, één klingkernstuk (nucleus à lámes) van 66 mm. En één holschaver van 70 mm lengte. Maar deze uitschieters, waren dan ook de grootste.

"Micro-Levalloiskernen en dejété-spits!"

Nu had ik de tweede concentratie, laat in de middag van de 5e maart ontdekt, en was dus tot de avondschemering blijven doorzoeken. Zoals men weet, zijn de dagen in maart nog erg kort?. Het is m'n gewoonte, om met een klein model plastikzak in m'n linkerhand over het veld te gaan. En met m'n rechterhand de stenen op te rapen, en deze vervolgens in de plastikzak te doen!. Pás opgeraapte stenen worden door mij op de vindplaats "sporadisch" bekeken! Ik vind dit zonde van de tijd!. Dat kan ik immers thuis wel doen? Deze manier van zoeken, heeft mij altijd prima voldaan!. Men komt dan immers thuis voor "verrassingen" te staan?, van vondsten die men niet had verwacht??.

Dit was ook weer het geval, in de avond van die bewuste 5e maart, '78. Ik was in donker thuisgekomen, en wist dat ik bijzondere vondsten had gedaan!. En brandde van nieuwsgierigheid, te weten: wélke typen van artefacten dit konden zijn???. Na eerst de stenen te hebben gereinigd, in een plastikschaal met water. Kwamen nu weldra de "verrassingen" te voorschijn??. Het éérste schoongewassen stuk, dat ik in handen nam, was zowaar, een micro "MOUSTERIEN-DEJÉTÉ-SPITS!!!". Dit unieke stuk, is uiterst fraai, convergerend geretoucheerd, tot spitsvorm. De bazes, is sterk verbreed gelaten, en duidelijk volgens de "Levalloistechniek", ná-geprepareerd. De dejété-spits, bezit een goedgevormde slagbult-tuber, en fraaie concentrische schokringen. Is vervaardigd van bryzoën-silex uit Möns klint, of Stevns klint (Denemarken). En licht-geelgekleurd door infiltratie van ijzeroxyde. De afslag, waarvan de dejété-spits is vervaardigd, bezit bij de slagbult-tuber een stompe slaghoek, die doet denken aan de "aambeeld-Clactonien-stijl-techniek", uit het oud-palaeolithicum.

Verders: is dit stuk voorzien van een lichte "cilicaglans", en géén "windlak". Het tweede schoongewassen stuk, was een prachtig micro "Mousterien Levalloiskern", een dubbelgeslagen Levalloiskerntje, met gedeeltelijk vóórpreparatie. Eveneens, vervaardigd van bryzoën-silex, en bruin-geel gepatineerd door infiltratie van ijzeroxyde. Het zeldzame, dubbelgeslagen nucleus, is zwaar gewindlakt. Wijzende, op een zeer langdurige ligging aan het oppervlak van een Steppe of Toendravlakte. Opvallend, is de minimale omvang de kern: tussen 25 mm en 30 mm. Evenals de dejété-spits!. Het derde stuk, dat ik ter hand nam, was een fraaie klingkern geweest, een zgn "Mousterien-nucleus à lámes".

Dit stuk, is in prehistorische tijden gebroken, als oorzaak van "spanningsplijting". Mogelijk onder invloed van vorstwerking?. Ook, dit nucleus, is eveneens weer vervaardigd van bryzoën-silex. Is groen-grijs gepatineerd, en voorzien van "windlak". Nu achteréénvolgens de overige stukken, anders wordt de verhandeling misschien té lang? Tot de 28 stukken behoorden verders: Een fraaie kern, met deels vóórgeprepareerde zijden, vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen, en groen-grijs gepatineerd, met lichte "zonlichtverbleking". Verder voorzien van "windlak". De diameter ligt tussen de 45 mm en 50 mm. Een fraaie "Mousterien-afslag", vervaardigd uit het Senoon van Rügen. Deels, langs de randen geretoucheerd en voorzien van een goedgevormde slagbult-tuber en schoksplinter. De afslag, is verder fraai lichtbruin gepatineerd, en voorzien van een sterk glanzende "windlak".

Een fraaie "Mousterien-Levalloiskern", vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen. Zeer sterk verweerd en uitgeprepareerd. En eveneens, zeer sterk door "wind-en-water-erosie" afgeslepen. De facetribben, zijn zeer sterk afgerond tot stomp!. En wel, in zo'n zeer sterke mate: zodat zelfs enkele ribben, totaal zijn weggesleten!. En uiteraard, vertoond de kern tal van "permafrost en kryoturbatie" krasjes en schuursporen; soms duidelijk uniform!. De eveneens, weer zeldzaam "dubbelgeslagen" Levalloiskern is weer groen-grijs gepatineerd, met lichte "zonlichtverbleking". En verder voorzien van "windlak". De diameter ligt tussen de 45 mm en 50 mm.

Een fragment, van een "Mousterien"-nucleus à lámes". Ook dit, veel kleinere klingkernstuk, dan daar straks vemeld! Is in prehistorische tijden gebroken, als oorzaak van "spanningsplijting". Ook weer, waarschijnlijk onder invloed van vorstwerking?. Dit kernstuk, is weer vervaardigd van bryzoën-silex. Is eveneens weer lichtbruin gepatineerd, en voorzien van "windlak". Tot zover, een aantal stukken hier bijgezet. De raadselachtige cultuur, kon worden geidentificeerd, als "MICROMOUSTERIEN" Nu was het wél zó!. dat ik in de loop der jaren al heel wat bijzondere en zeldzame archeologische vondsten en ontdekkingen gewend was geraakt, ze te vinden! Doch,... een "MICRO MOUSTERIEN????" Nee, dat had ik zelf ook nimmer verwacht! Daar had ik niet eens aan durven denken! Deze laat-Mousterien-cultuurgroep, is zó zeldzaam. Zodat hij zelfs nog maar in énkele landen van Europa is aangetroffen. En dan óók maar, op énkele vindplaatsen!.

Kling

Het Micro-Mousterien, is dus zelfs "Uniek in Europa!?". En deze, zó unieke cultuur, werd wederom door mij in Drenthe aangetroffen!. Kan iemand zich het onbeschrijfelijke geluk van Tjerk Vermaning indenken en voorstellen??. En kan iemand zich de "komende ergenissen" van enkele "betaalde beoefenaars" der archeologische wetenschap, indenken en voorstellen??. Gelukkig maar!!. Zo ziet men maar weer!, het geluk is altijd met de dommen, inplaats met de "geleerden??". Maar och! ... ergens zijn we tóch zo dom nog niet??.

De Mousterien-artefact-typen die ik op vindplaats 2 had doen aantreffen, waren dus de doorslaggevende bewijzen van de Micro-Mousterien cultuur! En ik was in de wolken met dit "bewijsmateriaal", zoals men zich kan voorstellen??. Deze typen had ik nog niet op de enorme vindplaats 1, gevonden, maar dat kon nog komen?. De bodem is daar immers (zoals gezegd) rijk aan micro-artefacten?. Behalve de Mousterien stukken, zoals beschreven, waren de overige stukken, weer zeer identiek aan die van vindplaats 1.

(Beschrijving van de stukken uit de tekst gelaten, ivm documentlengte)

 

"Nog meer Micro Mousterien, nu géén twijfel meer mogelijk!"

Na de ontdekking van vindplaats 2, nam ik nu enkele dagen voor het bestuderen van het materiaal van beide vindplaatsen. Er was geen twijfel aan. Ook de artefacten van vindplaats 1, was "Micro Mousterien". Op de 9e maart, bezocht ik opnieuw vindplaats 2. En zocht nu nóg systematischer en intensiever de vindplaats af, dan de eerste maal. Bijna elk steentje werd opgeraapt en bekeken. Dit deed ik anders nooit, maar met déze ontdekking, lag het toch even anders??. Wederom vond ik enige afslagen, waarvan sommige met retouche, en sommige met tandjes. En ook vond ik weer enige bewerkte silexbrokjes en gecraqueleerde ingrediënten. PLOTS deed ik dé belangrijkste vondst van beide vindplaatsen! Een vondst, die ik op deze vindplaats, al evenmin had verwacht?. Ik vond (en hoe is het mogelijk?). Een volkomen onbeschadigde, en zeer fraaie "Mousterien-Spits!" Een miniatuur model van een ras-zuivere Franse spits-type. Uit het zgn, "MOUSTERIEN TYPIQUE", maar veel kleiner van formaat. Met deze vondst, was ook het laatste restjes "twijfel" weggenomen.

Deze vondst sloeg álles, als bewijsstuk voor Micro Mousterien. En voor de identificatie van de cultuur, had ik werkelijk geen béter stuk kunnen wensen. De micro Mousterien-spits, is net als vele andere stukken uit de concentratie weer vervaardigd van bryzoën-silex uit Möns klint of Stevns klint, in Denemarken. De bryzoën-silex is in Drenthe rijk vertegenwoordigd. En afkomstig uit het "DANIEN", de jongste krijtafzettingen. De spits, is net als één der micro Levalloiskernen. Weer zeer sterk afgesleten, door "wind-en-water-erosie". En de facetranden zijn ook bij deze spits, zó sterk afgerond: tot "stomp". Verders: is de spits nog vervaardigd van een afslag met goedgevormde slagbult-tuber, voorzien van kleine schoksplinter. Is lichtbruin gepatineerd, en voorzien van "cilicaglans". De spits-bazes, is volgens de Levalloistechniek, duidelijk ná-geprepareerd. Vervolgens vond ik een getand werktuigje, een zgn. "DENTICULÉ", vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen, en de tandjes aangebracht op "spanningsplijtstukje". Een micro schaver, of "RACLOIR". Eveneens vervaardigd, van een bruin-geel gepatineerd en sterk gewindlakt spanningsplijtstukje. Van silex uit het Senoon van Rügen. Een schrabbertje, vervaardigd van bryzoën-silex, en blauwachtig gepatineerd. Voorzien van "cilicaglans" en "zonlichtbleking"

"Een micro bladspits!"

Voor het bestuderen van dit laatst gevonden materiaal, nam ik een wat ruimere tijd. Ik wilde nu het micro materiaal vergelijken met de artefacten uit de concentraties MTA (Het Mousterien uit de Acheuléen-traditie). Daarvoor, nam ik ruim één week de tijd!. Zoals vermoedt, waren er ook veel opmerkelijke verschillen in artefacttypen. En ook waren de artefacten van het MTA veel groter van formaat. De bewerkings technieken, kwamen echter vrij goed overeen. In beide cultuurgroepen, had men in hoofdzaak de "klopsteen" gehanteerd, en weinig vóórpreparaties verricht. Op de 16e maart, bezocht ik nu voor de derde maal vindplaats 2. Het had intussen gestortregend, en ik hoopte dat daardoor weer artefacten waren blootgekomen??. Een klein deel of puntje boven de grond, zou voor mij al genoeg zijn om er een artefact in te erkennen?. Na geruime tijd over de akker heen en terug te hebben gelopen. Gebeurde er opeens een WONDER! .... een wonder, waardoor ik begon te beven van emotie!.

Tussen enige rangen aardappel-loof, stak de punt van een laat-midden-palaeolithische bladspits uit de grond. Een zgn. "BLADSPITZE". Op het akkerland van vindplaats 2, hadden n.l. in de herfst van '77 aardappelen gestaan. En na het rooien, was enig loof blijven liggen, verspreid over de akker. De micro bladspits, is slechts een "half-fabrikaat", maar duidelijk twee-zijdig, biface bewerkt. Typologisch is deze bladspits moeilijk thuis te brengen. Daar het hier gaat om een exemplaar van micro formaat. Het is echter wél een miniatuur model van de "reuzen blattspitze" van Klijndijk, gemeente Odoorn, (Drenthe), gevonden door de heer H. Erenstein, Klijndijk. Maar bij de grote blattspitze van Klijndijk, gaat het om een type van "Mauern-Klausenisse", (Duitsland). Terwijl de micro van vindplaats 2, meer gelijkt op de kleine bladspitsen van de vindplaats "Kokkinopilos"in Griekenland.

Het is echter zéker, dat de beide bladspitsen, "niets" met elkaar hebben uit te staan. Ze zijn van twee verschillende midden-palaeolithische cultuurgroepen. (Zie A.B. van A.M. Wouters en J.E. Musch, lz 28) En de reuzen blattspitze van Klijndijk, is zéker geen micro Mousterien, dat zou al té gek zijn??? Het bladspitsje, is omtrent 45 mm lang. En ongeveer 29 mm breed. En bezit dus de lengte en breedte van een neolithische spits?? Hij past volledig in het beeld van het Micro Mousterien, en is tevens weer vervaardigd van bryzoën-silex. Is geelkleurig gepatineerd en verder voorzien van een lichte "cilicaglans". Gelijktijdig, werd door mij nóg een kleine Mousterien-spits gevonden, deze is iets ruwer van vorm en afwerking, en vervaardigd van silex uit het Senoon Rügen. Maar ondanks het ruwe karakter van deze kleine spits is het toch een echte Mousterien Spits. Het is sterk wit-gebleekt door de ultra violettestralen van het zonlicht. En voorzien van "windlak". Op de ventrale zijde, liggen tal van kryoturbatie-krasjes in bundeltjes bijeen.

Een eveneens fraaie vondst van vindplaats 2, was een fraai "DENTICULE MET AFGEDRUKTE RUG". Dit getande werktuig, is vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen, is bruin-geel gepatineerd, en voorzien van een lichte "cilicaglans". De rug, is ruw en onregelmatig geretoucheerd (Afgedrukt). En uitgesproken steil. (Steilretouche, is typisch voor het micro Mousterien) De denticulè, is verder vervaardigd uit een ruwe kling, of iets langgerekte afslag?. De slagbult-tuber en slagvlak, zijn gedeeltelijk afgeknot. (Ná-geprepareerd) Eveneens weer, in de stijl van de Levalloistechniek. Dit waren dan de "voorlopige" vondsten van vindplaats 2, verzameld tijdens 3 bezoeken, over belangrijke vondsten hebben we dus niet te klagen??.

Bij een vierde en vijfde bezoek aan deze vindplaats, werden door mij nog een aantal stukken gevonden, waaronder een prachtige grote en massieve afslag van een sterk verweerde bryzoën-silex, de afslag, is de tot nu toe grootste afslag uit beide concentraties. Is licht-geel van kleur en voorzien van een lichte "cilicaglans". Een combinatie van een schaver-boor of schrabber-krombeksteker?? Dit valt nog moeilijk te verklaren, daar zowel boren als A-typische krombekstekers in dit Micro Mousterien voorkomen? Krombekstekers zijn niet alleen kenmerkend voor de Hamburg-cultuur! Integendeel! Ze zijn in het midden-Acheuléen al uitgevonden. Beide vindplaatsen zullen ongetwijfeld nog véle en grote vondsten opleveren, vondsten, waarvan de wetenschappelijke betekenis beslist niet is in te schatten?? En vindplaats 1, raakt nimmeer uitgeput, althans de eerstkomende 20 jaar nog niet!.

EEN STIFT- RETOUCHESOIR EN MICRO-VUISTBIJLEN. HET WORDT NOG FANTASTISCHER!

Nu ik twee concentraties micro Mousterien had doen vinden, op korte afstand van elkaar. En de vindplaatsen aanstonds met dankbaarheid had doen registreren, was ik nu van plan het gehele gebied te gaan uikammen. Eerlijk gezegd, had ik weer eens de "Mousterien Koorts" te pakken gekregen. Ik kende dit oude verschijnsel nog maar al te goed uit de jaren 1965 en 1967. Bij de ontdekkingen van de jong-Acheuléen complexen van Hoogersmilde en Hijken, Toen, was het idem gegaan, soms nachten lang géén slaap!.

Stift

Nu was ik opnieuw met de "ontdekkings-koorts" bezeten. Wat mankeerde me toch??. Geen dag was ik meer thuis, ik voelde me pas gelukkig en tevreden, wanneer ik op een akker liep!. Heerlijk rustig in de natuur, en zoekende naar "bodemgeheimen". De verborgen prehistorische schatten, die ik probeerde terug te vinden? Nog onbekende schatten die nog geen mens uit onze tijd had doen aanschouwen?. Zonder de vermoeienissen te voelen, zocht ik de akkerlanden in de omgeving van de eerder ontdekte vindplaatsen af. Doelgericht, en systematisch. Al maar lopen! en lopen!, en turend naar de grond!. Gelijk een goudzoeker, die de "goldruche" heeft te pakken!. Maar het boekte wederom succes. Let maar eens op?.

Op de 17e mei '78, en dus omtrent twee maanden na de ontdekking van concentratie 2. ontdekte ik op ca. 400 ten oosten van concentratie 1. En nog geen 250 meter ten zuiden van concentratie 2. Zowaar een dérde concentratie "Micro Mousterien". Het betreft hiér een klein complex, d.w.z: kleiner dan de overige twee complexen. Er werden door mij dan ook een gering aantal aantal artefacten gevonden, binnen een kleine cirkel van hoogstens tien meter. Maar, dit waren de éérste aanwijzingen uiteraard, de vindplaats zal in de toekomst ongetwijfeld méér belangrijke vondsten opleveren?. De Mousterien-mens, heeft op deze plaats blijkbaar zeer kort verbleven?, en is vrij spoedig daarna weer verder getrokken?. Met grote zekerheid gaat het hier om een "pleisterplaats", en niet om een langdurige verblijfplaats.

Ongetwijfeld, dateren al de drie verblijfplaatsen uit dezelfde tijd; dat is typologisch aan de artefacten vast te stellen. Waarschijnlijk zijn het grote jagersgroepen geweest, die vanwege de beperkte plaats ruimten voor hun tenten, op de diluviale keizandruggen. Gedwongen waren, een "wijdvertakt tentenstelsel" te gaan aanleggen, op al de keizandruggen in de onmiddellijke nabijheid van het Hoofdkamp?. Met een geschat woonoppervlak van 200 bij 150 meter?. Stellig, heeft men zo de onderlinge communicaties met elkaar onderhouden?. Dit, durf ik te suggereren, omdat de wooncomplexen verdacht dicht opeen liggen; in een halve cirkel rond het Hoofdkamp. Zelf, ben ik er dan ook heilig van overtuigd, dat dit zó geweest moet zijn!.

"Een Stift-retouchesoir"

In totaal, werden door mij tijdens de ontdekking van concentratie 2, 19 micro artefacten gevonden. Dit betroffen weer: afslagen, met de nu bekende randretouches. Een fraai micro-boortje, zijdelings op afslag aangebracht. Een getand werktuigje, (denticulé). Een micro-stekertje, en een micro-schaafje. Allen, weer vervaardigd van bryozoën-silex, en silex, en silex uit het Senoon van Rügen. En verder, weer typisch geel-bruin en rood-bruin gepatineerd, en voorzien van "cilicaglans". (Ik weet zeker, dat ook deze vindplaats in de toekomst veel méér artefacten zal opleveren. Dít, waren immers ook nog maar de eerste stukken?) En dat déze vindplaats nog verborgen geheimen bezit. Daarmee werd ik nog diezelfde zomer geconfronteerd, door de vondst van een micro vuistbijltje. (Maar daarover straks iets meer!).

Op de 23e mei '78. En dus precies zes dagen ná de ontdekking van concentratie 3. Ontdekte ik warempel, (eveneens weer op diluviale dekzandrug). Opnieuw een aantal typische kleine artefacten van het "micro-Mousterien". Ook deze vindplaats, werd door mij weer ontdekt. Op slechts korte afstand van concentratie 2, en wél op ca. 550 meter ten oosten ervan. Zeer zeker, gaat het hier ook om een concentratie. Maar het oppervlakte-onderzoek, wordt hier sterk bemoeilijkt. Door een ongeveer 45 cm dikke cultuurlaag, uit mesolithicum en neolithicum. Overigens, met een rijkdom aan artefacten en bewerkte stenen. De Micro-Mousterien laag (keizand). Ligt hier dus pal onder de bouwvoor in "situ"?. Maar helaas, wordt op enkele plaatsen in het grote akkerland, de keizand even geraakt door de ploeg van de landbouwer, zodat weinig artefacten opwaarts worden geploegd?

Portretje

In totaal, werden door mij (voorlopig) negen kleine artefacten gevonden. Dit zijn: afslagen, met retouche. Een fraaie kleine schrabber, een denticulé, (getand werktuigje). Én nog een volkomen onbekend type artefact uit het Micro Mousterien. Namelijk: een (door mijzelf met naam gedoopte) "Stift-Retouchesoir". Dit is een, op een "potloodstompie" gelijkende vuursteen-stift. Van exact 36 mm lengte en 8 mm dikte. De retouchesoir, is in modelgebracht. Door een "drie-zijdige" retouchering rond de stift, en dus tot onregelmatig rond. De beide stift-einden, zijn semi-bolvormig en uitgesproken "stomp". En vertonen de bekende "klopverschijnselen" en zo men die ook bij klopstenen van kwartsiet pleegt te doen aantreffen. De semi-bolvormigheid der stifteinden, is dan ook ontstaan. Door het regelmatig kloppen, van silex óp silex. Waardoor tenslotte de stift de vorm verkreeg, van een "potloodstompie" of "koolstof-stift". Daar deze nog "onbekende type" retouchsoir uit het micro Mousterien op beide einden ruwe klopverschijnselen vertoond, en dus op beide polen is gebruikt, is hij dus duidelijk typisch "bipolair". D.w.z.: op twee polen gebruikt! Of op twee polen bewerkt!

De stift-retouchesoir, is weer vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen. En geelkleurig gepatineerd, Verder, is dit artefact nog voorzien van een lichte "cilicaglans", dat de microliet een fraai aanschijn geeft.

Een Micro Vuistbijl!

Zoals gezegd: was ik begonnen de omgeving rond het "Hoofdkamp" (zoals ik dit zelf noemde) volledig te gaan uitkammen). Dit grondig terreinonderzoek, had me nu al (behalve het Hoofdkamp), nog drie kleine concentraties doen opleveren. En wie weet?, lagen er nog meer in de omgeving?. Het terreinonderzoek vorderde langzaam, daar ik dagelijks maar een beperkt gebied kon gaan uitziften. Het lopen op een akkerland, is een uiterst vermoeiend werk, en van akkerland moest ik immers mijn vondsten en ontdekkingen verwachten??. Zo was ik dan gaande weg al een behoorlijke afstand van het Hoofdkamp afgedwaald, zonder wederom noemenswaardige vondsten te hebben gedaan. Maar toen gebeurde opeens weer het volgende!:

Op de 26e mei '78 ontdekte ik "wonder-boven-wonder", nu voor de vijfde maal, een grote concentratie "MICRO MOUSTERIEN". Een concentratie nóg groter dan concentratie 2. met de Mousterien-spitsen en bladspits! Opmerking: (Over de vondsten van deze vindplaats, kan ik momenteel nog onmogelijk uitvoerig zijn. Daar het materiaal nog moet worden bewerkt en getekend. Ik moet dus voorlopig eerst volstaan, in het vermelden van enige typische stukken!) Ook deze concentratie weer, werd door mij aangetroffen op een langgerekte diluviale keizandrug, met een rijkdom aan zwerfstenen en de nu bekende kiezels. Op ca. 2 km ten noord-oosten van concentratie 4, tijdens d ontdekking, én tijdens een daaropvolgende twee bezoeken aan de nieuwe vindplaats, werden door mij (voorlopig) al zo'n 100 micro-artefacten geborgen. Dit zijn o.a.: geretoucheerde afslagen, getande werktuigjes, micro-boortjes, micro-stekertjes, micro-schrabbers, één micro-levalloiskernstukje, klingen, micro-schaafjes en micro levallois-afslagen. Verder: Nog bewerkte silexbrokjes en gecraquleerde stukken. Men ziet? allemaal artefact-typen uit het micro Mousterien! De nu bekend geworden typen, die ik in al vijf concentraties had doen aantreffen, het zei, in meer of mindere mate:

Doch, in de laatst ontdekte concentratie 5, was plots weer een nieuw type artefact op het appel verschenen. Een nog volkomen onbekend type, me uiterst vreemd?. Ik vond nl. zowaar een "MICRO VUISTBIJL!". Een ongelooflijk klein ingrediënt, van omtrent 35 mm lengte, en ongeveer 25 mm breedte, bij de de voet. Misschien klinkt het vreemd? Maar het was voor het eerst in mijn lange loopbaan als archeoloog, dat ik zo'n minuscuul vuistbijltje onder ogen kreeg. Ik wist dan ook niet eens van het bestaan ervan? Nu, werd ik er dan opeens mee geconfronteerd, en had het zelf persoonlijk ook nog gevonden! Mijn vreugde rond de vondst, laat zich denk ik wel raden??. Het vuistbijltje is slechts één-zijdig bewerkt. (geretoucheerd). Dat is op zichzelf al abnormaal, want een vuistbijl behoort twee-zijdig bewerkt te zijn! Een één-zijdig bewerkt artefact, noemen we een "uni-face". Een twee-zijdig bewerkt artefact, een biface. Vuistbijlen nu, zijn altijd biface bewerkt, en worden daarom ook "bifaces" genoemd. De één-zijdige bewerking van het vuistbijltje, wijkt dus af van het normale.

Biface

Maar rekening houdend met het "abnormale" karakter van deze "micro-artefacten-cultuur", is dut absoluut verklaarbaar!. Telkens weer kom ik in deze cultuur typen artefacten tegen, die nog volkomen onbekend zijn, en nog niet eerder gevonden. De micro-vuistbijl, is vervaardigd van silex uit het Senoon van Rügen, is niet voorzien van kleurenpatina, maar bezit nog de "onveranderde" grijze kleur van de oorspronkelijke vuursteenknol. Verder: is het bijltje vervaardigd van een "spanningsplijtstukje": een onregelmatig gevormd silexplaatje, waarschijnlijk onder invloed van vorstwerking ontstaan. Opvallend aan het vuistbijltje is: de overmaat aan "windlak", het is n.l. spiegel gladgepolijst.

"Nog een tweede micro vuistbijl!"

Nog maar nauwelijks gewend geraakt aan de vondst van de eerste micro-vuistbijl. Toen ik op de 12e juni warempel nog een tweede exemplaar ontdekte! Dit vuistbijltje, is ietsje groter dan het eerste exemplaar, en amandelnoot-vormig. Terwijl het eerste bijltje een zuiver driehoekige (trinagulaire) vorm bezit. Het tweede bijltje, is ongeveer 43 mm lang en 30 mm breed. Ook dit bijltje, bezit weer de "voor het Micro Mousterien" typische éénzijdige bewerking. En is eveneens weer vervaardigd van een langs natuurlijke weg gevormd "spanningsplijtstukje". Het is licht-geelgepatineerd, en voorzien van een sterke "cilicaglans". De facetribben zijn (gezien de minimale omvang van het artefact) sterk afgerond. Verder: is dit vuistbijltje weer vervaardigd van silex van het Senoon van Rügen. Eveneens een vondst, van vindplaats 4.

"Een derde exemplaar!"

Het was inmiddels juli geworden. En in deze tijd van het jaar, is archeologisch speurwerk op akkerlanden, meer een onbegonnen zaak. Dan staan de gewassen en vruchten in volle bloei, en is de "pionier-archeoloog" wel gedwongen, op lauweren te gaan rusten. Er treed dan een wachttijd in, die we schertsend de "archeologische komkommertijd" noemen. Pas, wanneer de rijpe vruchten en gewassen van de akkers zijn verwijderd: dan komen ook de "oudheidsvorsers" weer in actie, om (na de boer) hún oogst van de akkers te innen. Bedoelde komkommertijd, was reeds nu weer aangebroken, en weldra zou het veldonderzoek weer moeten worden uitgesteld tot de herfst. In het akkerland, met inhoudende concentratie 3, was in dat voorjaar maïs gezaaid, en de maïs-stengels stonden nu in begin juli al zeker 60 cm hoog. Ik weet niet, wat me precies naar deze vindplaats toedreef?? Maar een innerlijke stem zei me: "Ga toch maar eens nog naar vindplaats 3, er ligt daar nog een bijzondere vondst te wachten!"

Gehoorzaam aan mijn tweede "ik", bezocht ik op 2 juli opnieuw deze vindplaats, en hoewel (zoals gezegd) de maïs al aardig hoog stond: was op de paadjes tussen de stengel-rijen, nog redelijk te gaan. Zonder het maïs te behoeven beschadigen. De bodem was daardoor nog aardig voldoende. Na geruime tijd, had ik wederom enige micro-artefacten gevonden, in hoofdzaak geretoucheerde afslagen. Maar plots!.... vond ik zowaar (en nu voor de derde maal) een "MICRO VUISTBIJL" Dit vuistbijltje is werkelijk een pracht exemplaar. Het is amandelnoot-vormig tot ovaal, en ongeveer 38 mm lang en 33 mm breed. Het is vervaardigd, van de in Drenthe zeldzaam voorkomende Hanaskog flint. Afkomstig uit het zgn mucronatenkrijt van het Kristianstadgebied in Denemarken. Deze fraaie vuursteensoort, is meestal bruin-zwart van kleur. met melk-kleurige witte vlekken, maar komt ook wel in blauwgekleurde toestand voor.

Het vuistbijltje uit concentratie 3, is donkerblauw tot blauwbruin van kleur, en vertoont de typische witte vlekken. Het opvallende aan dit vuistbijltje is: dat het twéé-zijdig is bewerkt, net als de grote vuistbijlen. Daarom, is het zondermeer een echte "biface". De eerst bekende uit het micro Mousterien van ons land. Werkelijk een stukje zeldzaam prehistorie!. Tot zover het verslag, over de eerste ontdekkingen van kampementen en verblijfplaatsen uit het Micro Mousterien van Nederland. Voor het eerst in de geschiedenis ontdekt door Tjerk Vermaning, in de provincie Drenthe.

(Dit document is nog niet eerder gepubliceerd, nu aangeboden door J.E. Musch en I. om de persoon Tjerk Vermaning een beetje beter te leren kennen. )

Kwarts

Tjerk Vermaning © 1978

Jan Evert Musch..|||..Boucher de Perthes..|||..Draagbare erfkeien..|||..Driehoekstenen..|||..Duppen..|||..Fountmaure - Tedde Toet..|||..Gastenboek..|||..Links..|||..Home..|||..Germanen, magie & mysteries..|||..Tjerk Vermaning..|||..Hunebedden..|||.. Trechterbekers..|||..Walther Matthes..|||..Whois..|||..



KLIK voor foto's van Hyken-Vorrelveen